• blad nr 16
  • 25-10-2014
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

Selectie aan de poort is ingewikkeld 

Leve het bindend studieadvies!

Een aantal lerarenopleidingen voor het voortgezet onderwijs gaat volgend jaar studenten aan de poort selecteren. Aan zo’n selectie kleven echter nogal wat nadelen. De voors en tegens op een rij.

Voor: Selectie verhoogt de status van de opleiding
Oxford en Cambridge selecteren hun aspirant-studenten ontzettend streng, en staan algemeen bekend als topinstituten. Daar zit een verband tussen. Zou selectie op zichzelf de status van de lerarenopleidingen kunnen verhogen? De Onderwijsraad denkt van wel. Een van de maatregelen die de raad vorig jaar voorstelde was dan ook: selectie aan de poort.

Voor: Bij selectie melden de beste studenten zich aan
“Het idee dat je moeite moet doen om bij een opleiding binnen te komen, werkt op zichzelf al selecterend.” Dat zegt Theo Wubbels, admissions dean van de Universiteit Utrecht en oprichter van de academische pabo aldaar - waar ze studenten al jaren aan de poort selecteren. “Als je eenmaal binnen bent, ga je het waarmaken ook.”
“Ongemotiveerde kandidaten zullen zich waarschijnlijk niet aanmelden bij instellingen die hun studenten selecteren”, zegt Cor Sluijter, directeur Psychometrisch Onderzoekscentrum van Cito. Sluijter publiceert met collega’s regelmatig over selectie aan de poort. “Het simpele feit dat je een inspanning moet leveren om binnen te komen, zorgt ervoor dat de ongemotiveerde groep wegblijft.”

Tegen: Er vallen goede kandidaten buiten de boot
Om Oxford en Cambridge nog maar even te noemen: die selecteren dus heel streng, en daar vallen ook veel aspirant-studenten buiten de boot. Sommigen van hen zouden het misschien best gered hebben op deze topinstituten, maar zij waren net niet goed genoeg om door de zware selectie te komen. En hebben dus gewoon pech.
Hoe strenger de toelatingseisen, hoe groter het aantal pechgevallen. Sluijter van Cito grijpt even terug naar China, in het jaar 600: “Er waren daar toen enorm strenge examens voor mensen die ambtenaar wilden worden. Van iedere honderd kandidaten werden er maar vijf aangenomen.” Dus zullen er veel kandidaten zijn afgewezen die het ambtenaarschap wel degelijk in hun mars hadden. Veel gaf dat niet, destijds: de bevolking was groot en er waren relatief weinig ambtenaren nodig. “Maar het gevaar van elke toelatingsprocedure is dus dat je een groep buitenspel zet.”
En kunnen lerarenopleidingen zich dat veroorloven? Willen ze dat eigenlijk wel? De academische pabo Utrecht is er huiverig voor, zegt Wubbels. “We krijgen hier aanmeldingen van bijvoorbeeld jongens bij wie het planningsgedrag nog niet best is. Maar twee jaar later zijn ze misschien briljant. Moeten we ze dan afwijzen?”
Nee dus, en de selectie op de academische pabo is dan ook niet zo heel streng: van de 80 aanmeldingen worden er 75 toegelaten. Waardoor velen een kans krijgen, maar waardoor er later in de studie ook studenten uitvallen - zo is het leven nu eenmaal in het hoger onderwijs. “Bij geneeskunde hebben ze helemaal geen uitval tijdens de studie”, grinnikt Wubbels. “Maar ja, daar krijgen ze twaalfhonderd aanmeldingen waarvan ze er driehonderd toelaten. Zo kan ik het ook.”

Tegen: selectie werkt alleen bij topopleidingen
Bij de Nederlandse University Colleges, die sinds hun start een selectie aan de poort hebben, laten ze alleen ‘gemotiveerde en ambitieuze’ studenten toe. De colleges hebben weinig uitval en veel studenten ronden de bacheloropleiding binnen drie jaar af. Hoera dus, zo lijkt het, voor selectie aan de poort.
Die gemotiveerde studenten halen echter alleen zulke goede resultaten op echte topopleidingen, stelde de commissie ‘Ruim baan voor talent’ al in 2007. De commissie gebruikt de zwembadmetafoor: een voetbaltalent presteert in een zwembad waarschijnlijk weinig bijzonders. Zo’n talent heeft een goed voetbalteam met een sterke coach nodig om echt tot een topprestatie te komen. Of, om in onderwijstermen te spreken: talentvolle studenten gedijen in ‘een stimulerende onderwijscontext met kleinschalig onderwijs, een academic community en activerende onderwijsvormen’. En die opleidingen waren, zo constateert de commissie droogjes, ‘nog geen gemeengoed in het Nederlandse hoger onderwijs’. Dat was in 2007. Is er inmiddels echt heel veel veranderd?

Tegen: Selectie is ontzettend moeilijk
De studenten die zich aanmelden in het hoger onderwijs hebben al havo of vwo achter de rug, en vormen dus al een vrij homogene groep. Met hun cognitieve capaciteiten, hun kennis en vaardigheden zit het wel goed. Dus waarop moet je ze selecteren? Op studiemotivatie natuurlijk.
“Maar studiemotivatie is een abstract begrip waar de interesse voor een studie, de wil om te presteren en doorzettingsvermogen onder begrepen worden”, zegt Sluijter van Cito. “En er zijn geen goede tests waarmee je dat allemaal kunt meten. Dus nemen opleidingen vaak hun toevlucht tot intakegesprekken en motivatiebrieven.”
En daarbij laten de beoordelaars zich, net als bij sollicitatiegesprekken, vaak beïnvloeden door kenmerken die er niet toe doen - zoals uiterlijk en verbale begaafdheid. Sluijter: “Voor een goed intakegesprek heb je duidelijke protocollen, meerdere beoordelaars en gestandaardiseerde beoordelingscriteria nodig.”
Bij de academische pabo Utrecht zijn ze gestopt met die gesprekken, zegt Wubbels. “We beslissen nu op basis van de stukken die studenten meesturen, waarin onder meer een aanbevelingsbrief zit. We hebben inmiddels genoeg ervaring om op die manier te beslissen of we een student toelaten.”

Tegen: Selectie staat open voor beroep en bezwaar
Die protocollen, die meerdere beoordelaars en die gestandaardiseerde beoordelingscriteria moeten er wel zijn natuurlijk. Sluijter van Cito: “Als studenten beroep aantekenen, moet je duidelijk kunnen maken op basis waarvan ze precies zijn afgewezen. Zonder die gestandaardiseerde procedures kan dat een zware dobber worden.”

Tegen: selectie na de poort is makkelijker
“Uit onderzoek blijkt dat de minst slechte voorspeller voor studiesucces het eerste tentamen is”, zegt Sluijter. “Selectie in het eerste jaar werkt in elk geval veel beter dan selectie aan de poort. Dat kan dus een veel goedkoper en objectiever selectiemiddel zijn dan het houden van een intakegesprek of het beoordelen van een motivatiebrief.”

Conclusie
Een groot nadeel van selectie aan de poort is dat het moeilijk is om de beste studenten te selecteren. Een lichte test lijkt daarom de kortste klap: selecteer niet de beste studenten, maar houd alleen de slechtste buiten de deur.
En dan nog bestaat het risico dat er kandidaten afvallen die de opleiding toch hadden kunnen halen. Bij de lerarenopleidingen geschiedenis en Engels is dat niet zo’n probleem: er is geen lerarentekort, dus de opleidingen kunnen best wat instroom missen. En de afgewezen kandidaten die de studie toch echt willen volgen, kunnen bovendien terecht bij lerarenopleidingen die niet aan de poort selecteren.
Maar andere lerarenopleidingen? In vakken waar elke student er eentje is, bijvoorbeeld in wiskunde of natuurkunde? In vakken waar je dus niet het risico wilt lopen om ook maar een geschikte kandidaat mis te lopen - zelfs als deze pas tijdens zijn studie het licht ziet? Die opleidingen kunnen beter in het eerste jaar selecteren. Vergeet in dat geval de selectie aan de poort, en leve het bindend studieadvies.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.