- blad nr 16
- 25-10-2014
- auteur . Overige
- Redactioneel
Echt niet lekker, maar wel zin in pannenkoeken
Schoolziek
Tekst Ilona Stuijt
“Het was steeds op een maandag dat ze niet kwam. Ze werd ziek gemeld, de leerling die ik vorig jaar had in groep 7. Al vrij snel wist ik dat het meisje niet echt ziek was, maar dat het ging om schoolziekte. Tegen haar vader zei ze ‘Ik ben echt ziek’, tegen mij deed ze lacherig als ik op dinsdag vroeg hoe het kon dat ze die dag wel weer kon komen. Ik hoorde haar ook tegen klasgenoten zeggen: ‘Ik heb gister lekker uitgeslapen.’ Niet zo slim.” Aan het woord is Carliene van Zijtveld, dit jaar leerkracht in groep 1/2 en voormalig intern begeleider.
Hoe vaak kinderen schoolziek zijn, is niet precies te zeggen, maar Van Zijtveld weet uit ervaring dat er in elke klas wel een leerling zit die regelmatig zegt dat hij ziek is, zonder dat echt te zijn.
Corian Messing is orthopedagoog en verbonden aan het Nederlands Jeugdinstituut. Ze houdt zich vooral bezig met onderwijs en zorg voor jeugd. Schoolziekte kan veel oorzaken hebben, vertelt ze: “Er kan bijvoorbeeld een keer iets naars gebeurd zijn onderweg naar school, het kind kan gepest worden zonder dat iemand het doorheeft, hij kan faalangst hebben, de juf heeft volgens het kind iets naars gezegd wat de juf nooit heeft gezegd of bedoeld. Of er kan thuis iets aan de hand zijn.”
Dat laatste was het geval bij het meisje uit de klas van juf Van Zijtveld. De scheiding van de ouders van het kind legde een grote druk op haar. In het weekend was ze bij haar moeder, de rest van de week bij haar vader. Van Zijtveld: “Ik heb het er met haar vader over gehad. Hij zei: ‘Ze heeft dan een druk weekend gehad en wil tot rust komen bij mij.’ Best begrijpelijk, maar ik heb hem wel duidelijk gemaakt dat dit echt niet de bedoeling was. In groep 7 moet je het kind de verantwoordelijkheid geven dat ze naar school gaat. Hij zei er minder aan te zullen toegeven. Gelukkig pakte hij het vrij snel op en kwam het steeds minder voor. Met het meisje zelf heb ik het ook besproken. Ze vertelde dat er in de weekenden vaak spanningen en ruzies waren. Haar heb ik ook uitgelegd dat het echt beter was als ze gewoon kwam, omdat ze anders te veel zou missen.”
In dit geval was het duidelijk waarom de leerling niet naar school wilde, maar dat is niet altijd zo. Volgens orthopedagoog Messing is het sowieso altijd belangrijk om uit te vinden waarom het kind schoolziek is. Als een kind na een lange vakantie gewoon niet zoveel zin heeft om weer aan de slag te gaan, is het goed om hem gerust te stellen, maar het verder niet te groot te maken. Messing: “Maar als je het idee hebt dat er meer aan de hand is, adviseer ik om een gesprek met de ouders te voeren en met het kind. Zorg ervoor dat ze zich veilig voelen. Wat zit het kind dwars? Als je erachter bent, zoek je samen naar een oplossing. Of je een kind moet of kunt dwingen naar school te gaan, hangt af van de situatie. Wel blijkt dat naarmate een kind langer thuisblijft, het steeds moeilijker wordt om weer terug naar school te gaan. Wanneer niet duidelijk wordt waarom een leerling niet naar school wil, zou je de intern begeleider, leerplicht of GGD kunnen raadplegen. Een jeugdarts of jeugdverpleegkundige is onafhankelijk en dan kan de drempel lager zijn voor het kind om zijn verhaal te vertellen. Ouders vinden dat vaak ook fijn. Ze voelen zich serieus genomen.”
Leerkracht Van Zijtveld heeft ervaren dat het gelukkig meestal wel lukt om als leerkracht het verhaal van het kind zelf te horen te krijgen. Volgens haar hebben de meeste juffen en meesters na een week of zes een vertrouwensband met hun leerlingen. “Als de kinderen voelen dat die band goed is, zijn ze vaak best open. Neem er wel de tijd voor.”
Beschermend
Ouders waarderen het niet altijd als je aangeeft dat je twijfelt of hun kind wel echt ziek is. Messing vertelt dat dit vooral bij heel beschermende ouders een moeilijk bespreekbaar onderwerp is. “Het is goed om dan bij het kind te polsen, maar wel voorzichtig. Een kind voelt zich al snel aangetast in zijn loyaliteit. Hij voelt aan dat dit een gevoelig onderwerp is waar zijn ouders liever niet over praten en wil hen niet afvallen. Je hoeft er dus niet voor te gaan zitten, maar vraag terloops wat hem bezighoudt. Het mooiste is als je vanuit je vertrouwensband erachter kunt komen wat er aan de hand is. Laat merken dat het kind bij jou veilig is”, tipt de orthopedagoog. Als je vervolgens weet wat er speelt, is de volgende stap om het toch ook met de ouders te bespreken.
Juf Van Zijtveld vindt het een goed idee het onderwerp ‘schoolziek’ ook klassikaal te behandelen. In elke klas zitten immers kinderen die weleens schoolziek zijn. “Stel bijvoorbeeld allerlei vragen aan de kinderen. ‘Hoeveel kinderen hebben er vandaag brood gegeten? Hoeveel zijn er weleens schoolziek?’ Dan is er altijd wel eentje die zegt: ‘Ik heb ook weleens geen zin.’” Messing sluit zich hierbij aan: “Maak het bespreekbaar. Zo kun je peilen wat de stemming is. Uit de opmerkingen die kinderen maken, kun je veel halen. Zegt een kind: ‘Dat kan ik me voorstellen’, dan kun je bij hem extra op signalen letten.”