• blad nr 16
  • 25-10-2014
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

 

De drie plagen van het onderwijs (en de oplossingen)

Het onderwijs heeft last van een doorgeschoten toetscultuur, overdreven geloof in risicomanagement en een tekortschietend machtsevenwicht tussen bestuurders en leraren. Dat signaleert hoogleraar Edith Hooge als kernproblemen van het hedendaags onderwijsbestel. De drie plagen op een rij. Maar ook: kan het anders?

“Ach, je kan het plagen noemen”, zegt Edith Hooge lachend. “Ik zie trends. Ontwikkelingen die goed onderwijs soms in de weg staan.” Hooge is hoogleraar onderwijsbestuur in Tilburg en laat zich regelmatig kritisch uit over bestuurders en leraren. Houden de bestuurders zich bijvoorbeeld wel bezig met de goede thema’s? Leraren vragen wel om vertrouwen, maar moeten zij zich ook niet beter verantwoorden richting ouders? Hooge ziet ook oplossingen. “Het onderwijs is goed, maar kan echt beter.”

Plaag 1: Doorgeslagen optimalisering
Een wereldwijde trend, signaleert Hooge. Met Pisa-onderzoeken naar de internationale schoolprestaties in de hand hebben overheden zich ambitieus op het verhogen van de onderwijskwaliteit gestort. Van het No child left behind-programma in de Verenigde Staten tot de excellentietrend in Nederland. Optimalisering van het onderwijs. Hooge: “Op zich was het gezond dat we na jaren van verwaarlozing van de onderwijsinhoud eens keken of kinderen wel genoeg leren op school. De inspectie heeft goed werk verricht door accent te leggen op de zwakke scholen, die zijn echt aangepakt. Maar er zijn ook nadelen, zoals het smalle accent op taal en rekenen. Dat is een van de ongewenste neveneffecten die je overal ziet opduiken.”
Ze noemt de doorgeslagen toetscultuur, waardoor dreigt dat leraren alleen toewerken naar de test. Dat kan weer fraude oproepen, zoals in de Verenigde Staten de afgelopen jaren veel voorkwam. Veel toetsen betekent ook meer bureaucratie en administratieve rompslomp voor de leraar. En het voortdurend meten kan het leraarsberoep uithollen: meer protocollen, regulering, dat geen recht doet aan het vakmanschap, het timmermansoog van de leraar. De effectiviteit van de leraar meten aan de hand van toetsgegevens van leerlingen – de laatste trend – maakt van de leraar helemaal een methodeslaaf.
“Ik ben niet tegen toetsen, maar dan als diagnostisch instrument voor de leraar om zijn werk met die leerling beter te doen. Maar de effectiviteit van het werk van de leraar meetbaar maken, nee, voor beter onderwijs is wat anders nodig.”
Oplossing?
Om te beginnen wil Hooge dat we de ambities met het verbeteren van onderwijs bijstellen. “Ons onderwijs is heel goed. We zitten bij de wereldtop. Laten we streven naar goed onderwijs voor iedereen, dat is al een hele klus.”
Het draait om schoolleiders. “Het beoordelen van het functioneren van leraren is een normaal onderdeel van het werkgeverschap. Dat kan echt heel veel beter. Statistieken en resultaten zijn nuttig, maar meer meten helpt niet. Managers moeten kijken bij lessen, luisteren naar leerlingen, ouders en collega’s. Want of een leraar goed functioneert, hangt van de werkplek af. Misschien ben je wel een goede montessoridocent, maar functioneer je op een gewonere school niet. Dat vang je niet in cijfers. Dus moet je goede functionerings- en beoordelingsgesprekken voeren. Voldoende mogelijkheden voor scholing horen daar ook bij. Op al die punten is echt heel veel winst te behalen.”

Plaag 2: Overdreven risicobeheersing
Het heet risicomanagement: breng alle mogelijke problemen die in een organisatie kunnen voorkomen in kaart en formuleer daar antwoorden op. Protocollen. “We komen dat in de hele maatschappij tegen”, zegt Edith Hooge. “Burgers hebben enorm hoge verwachtingen en weinig vertrouwen. De eisen worden steeds hoger, we willen dat alles foutloos gaat. Bestuurders wapenen zich daar tegen met risicobeheersing. Vastleggen wat er mis kan gaan en dat voor proberen te zijn. Zij worden er immers op aangesproken als een school de financiën niet kan beheersen, als er tentamenfraude plaatsvindt. Dit is echt een plaag, want het zorgt voor veel stress en angst bij bestuurders en toezichthouders. Met als gevolg allerlei protocollen om te trachten vooraf alle mogelijke problemen te beheersen. Maar het is niet veel meer dan een geruststellingsmachine en heeft een symbolische werking. Het risicomanagement geeft misschien een goed gevoel, maar het is niet mogelijk om alle problemen voor te zijn of af te wenden.”
Oplossing?
“Accepteer dat dingen fout kunnen gaan”, is het eerste advies van Hooge. “Want onderwijsorganisaties, zeker de grote, zijn complex en onmogelijk op alle details te controleren zonder dat de bureaucratie verstikkend werkt. Je kan na een examenfraude alles protocolleren in een handboek ‘Van cijfer tot diploma’, maar dat werkt verstikkend voor docenten. Bestuurders en toezichthouders moeten niet alleen afgaan op de gegevens, maar ook gewoon hun gezond verstand gebruiken. Op zachte bronnen afgaan. Naar personeel luisteren. Wanneer je een werknemers- of oudertevredenheidsonderzoek houdt, komt daar ongeveer een 7 uit. Dat is niet zo interessant. Luister ook naar de emotie van individuen en ontdek zo waar de knelpunten liggen.”

Plaag 3: Tekortschietende legitimiteit bestuurders
“Er is heel veel macht terechtgekomen bij onderwijsbestuurders”, ziet Edith Hooge. Sinds de jaren tachtig heeft de overheid zich stapsgewijs teruggetrokken – eerst uit het hoger onderwijs en ten slotte uit het basisonderwijs – bij de hoofdlijnen van het bestuur.
“Maar er is een verantwoordingstekort: de politiek is weg, wie controleert dan het handelen van de bestuurders? Aandeelhouders, zoals bij bedrijven zijn er niet. Er is een raad van toezicht, er is medezeggenschap en toch komt het toezicht onvoldoende uit de verf. Dat tast de legitimiteit van de bestuurders aan.”
Zij vraagt zich ook af of de overdracht van bevoegdheden van rijk naar schoolbesturen wel over de juiste thema’s is gegaan. “Sinds de deregulering is de overheid meer en meer gaan sturen op de inhoud van het onderwijs, terwijl dat juist bij de scholen hoort te liggen. In Nederland, en dat is juist onze kracht, is altijd veel vrijheid geweest voor schoolbesturen om de onderwijsinhoud zelf te bepalen. Nu zijn er kerndoelen gekomen, daarna het procesmanagement, de oordelen van de inspectie, in de bestuursakkoorden worden inhoudelijke afspraken gemaakt, er wordt gestuurd met prijzen, projecten en pilots.”
Door al die ingrepen dreigt het onderwijs eerder eenvormiger, dan gevarieerder te worden, vreest Hooge. Ondertussen zijn bestuurders veel tijd kwijt aan het beheren van de financiën, de huisvesting en hebben ze door de lumpsum een enorme vrijheid om het geld uit te geven aan de eigen keuzes. “En die autonomie is terechtgekomen bij mensen die van die thema’s eigenlijk niet zo veel van af wisten.”
Oplossing?
Wanneer de raad van toezicht zich meer gaat opstellen als werkgever van de bestuurders dan nu, is er volgens Hooge al vooruitgang te boeken. “Nu controleren ze te weinig, laten problemen vaak voortduren en gaan dan bij paniek opeens bestuurders ontslaan. De raad van toezicht moet de eigen rol beter ontwikkelen en niet willen meebesturen.”
Ingewikkelder ligt het bij de verdeling van autonomie. Hooge is stellig over de rol van de rijksoverheid. “Die moet het publiek belang veel beter waarborgen.” Maar daarmee is de macht van onderwijsbestuurders binnen de instelling nog niet in evenwicht gebracht.
“Het besturen van een grote onderwijsinstelling is enorm ingewikkeld, dat lukt alleen wanneer je verantwoordelijkheden op een zo laag mogelijk niveau neerlegt. Leraren hebben nu te weinig ruimte, ik denk dat het onderwijs beter wordt als er minder wordt gestuurd van boven en de professionele ruimte voor leraren groter wordt.”
Wel vindt zij dat er door leraren te vaak een zwart-wittegenstelling wordt gecreëerd tussen controleren en vertrouwen. “Leraren roepen te vaak: Geef ons vertrouwen. Ja, dat vertrouwen moeten ze ook krijgen, maar leraren moeten zich ook verantwoorden. Onderling naar elkaar, naar ouders, naar leerlingen, naar de schoolleiding. Ze moeten wel een goed verhaal hebben over hun aanpak, keuzes en resultaten. Vertrouwen moet je opbouwen en onderhouden.”

Edith Hooge (46) is hoogleraar onderwijsbestuur bij TIAS, School for Business and Society, van Tilburg University. Daarnaast is zij senior adviseur bij BMC Groep en richt zich daar op de ontwikkeling en verbetering van goed onderwijsbestuur.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.