- blad nr 16
- 25-10-2014
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Kwetsbare leerlingen in het mbo
Kind van de rekening
Door nieuwe regels kunnen veel kwetsbare leerlingen nu tussen wal en schip vallen, zegt Alain van de Haar, sectordirecteur op het Graafschap College. “De minister gelooft dat niet, maar ik weet uit de praktijk dat het wel zo is.” Hij wil ‘prikkelvrije’ pilots speciaal voor deze groep.
Duizenden jongeren zouden geweigerd worden door mbo-scholen, meldde het televisieprogramma Nieuwsuur een maand geleden. Minister Jet Bussemaker was not amused. Ze dreigde de inspectie af te sturen op onwillige scholen, roc’s hebben een publieke taak en er is immers budget beschikbaar voor dit soort jongeren! Ook de Kamer reageerde verontrust. Er volgden twee debatten, de minister stuurde een brief en had een ‘goed gesprek’ met de boodschapper van het slechte nieuws, sectordirecteur Alain van de Haar.
De minister zegt dat er maar 130 weigeringen gemeld zijn, zeker geen duizenden. Dus het valt wel mee?
“Nee, want er blijft een groep van 27 duizend voortijdig schoolverlaters, waarvan er veel op het roc thuishoren, maar waarvoor nog geen passend aanbod is. Dan kun je wel wachten op signalen van geweigerden, maar ik pleit voor andere oplossingen. In de praktijk zijn er nu al leerlingen gewoon niet plaatsbaar volgens de regels van de wet.”
Van de Haar werkt op het Graafschap College, maar is ook voorzitter van een landelijke ‘regiegroep’ met bestuurders uit het onderwijs, jeugdzorg en arbeidsbemiddeling. Hun advies Kind van de rekening geeft voorbeelden van ‘overbelaste’ leerlingen. Een moeder van 21 die twee kindertjes heeft en daardoor maar drie dagen per week naar school kan. Ze voldoet dan niet aan de presentieplicht en de school krijgt voor haar niet betaald. “Roc’s zetten overal heel goeie projecten op, dat geldt ook voor mijn school, maar het is allemaal met tijdelijke financiering en ondertussen blijven er leerlingen tussen de wal en het schip vallen.”
De overbelaste jongeren zijn geen nieuw verschijnsel, ze zijn er altijd geweest. Maar door nieuwe regels, die de kwaliteit van het onderwijs moeten verhogen, staan roc’s soms met lege handen. “We moesten strenger aan de poort worden. Pas nog had ik zo’n jongen. Wel een vmbo-diploma, maar niet geschikt voor niveau-2. Voor de entreeopleiding komt hij niet in aanmerking omdat hij een diploma heeft. Vroeger stuurde je zo iemand naar een AKA-opleiding (Arbeidsmarkt Kwalificerend Assistent), maar die is er niet meer. Vroeger had je ook nog het 2f-niveau als leerlingen niet zo goed waren in taal en rekenen. Ik moet ze nu weigeren, maar als ik dat doe weet ik eigenlijk niet waar ze dan wel naartoe moeten.”
Er is toch extra geld, 200 miljoen, om juist deze groep op te vangen?
“Klopt, en daar maken roc’s ook gebruik van en ze doen volgens mij ook heel erg hun best. Maar tegelijkertijd zijn er perverse prikkels waarbij de financiering afhankelijk is van studieduur. Als iemand geen diploma haalt, mis ik 20 procent van de bekostiging, terwijl ik wel voor 100 procent kosten gemaakt heb. De maatschappelijke opdracht van roc’s om kwetsbare jongeren op te vangen, botst dan met die van het economisch rendement. Ik vind prestatieprikkels uitstekend, maar niet voor deze groep. Dat schrijft de Mbo-raad ook.”
Jan van Zijl, voorzitter van de Mbo-raad, zegt veel ‘signalen’ te krijgen dat het steeds lastiger wordt de maatschappelijke opdracht goed uit te voeren. Hij sluit niet uit dat daardoor in de toekomst groepen jongeren niet meer op het mbo aan de slag kunnen. Hij wil geen extra geld maar een ‘consistente regelgeving’ van de politiek.
Overprikkeld
Sectordirecteur Van de Haar wil ‘prikkelvrije’ pilots opzetten waar de 27.000 schoolverlaters zonder voorwaarden terechtkunnen. Krijgen we er dan weer niet een heel nieuwe structuur bij met geïndiceerde jongeren?
“Het vreemde is dat er met passend onderwijs niets voor het mbo geregeld is, maar we hebben wel een zorgplicht. Als je lokaal pilots opzet met jeugdzorg en arbeidsbemiddeling kunnen de middelen beter verdeeld worden. Werk is voor deze jongeren belangrijk, dus er moet een traject voor ze uitgestippeld worden dat door de roc’s uitgevoerd wordt. Maar daar moeten dan geen prestatieprikkels aan hangen.”
De minister wil geen vrije zones uit angst dat leerlingen daar weer jarenlang blijven hangen. Zoals vroeger wel gebeurde op niveau-1.
“Ja, ik snap best dat ze bang is dat er nieuwe vormen van speciaal onderwijs met een openeindfinanciering ontstaan. Wij willen dat ook niet, wij willen onderwijs voor een speciale groep. Daar hoeft ook niet fors extra geld voor te komen. Als je vier tot acht pilots opzet, kun je na een paar jaar bekijken of het helpt.”
Eind van het jaar komt het plan van aanpak. Wellicht dat de huidige ‘overprikkeldheid’ van het mbo wat wordt afzwakt, wellicht wordt de 200 miljoen voor de kwetsbaren geoormerkt. “Ik heb een open blik voor wat beter kan”, zei Bussemaker in het laatste debat. Sectordirecteur Van de Haar houdt de moed erin. AOb-bestuurder André Steenhart vindt dat de minister hier wel degelijk een eigen verantwoordelijkheid in heeft. “Leerlingen moeten in hoog tempo door het mbo worden gejaagd, op straffe van minder geld voor de opleiding. Voor uitvallers zonder diploma is weinig perspectief.” Volgens Steenhart ontstaat er hierdoor een maatschappelijk probleem, dat nu wordt doorgeschoven naar de lokale overheid.