• blad nr 13
  • 6-9-2014
  • auteur J. van Aken 
  • Redactioneel

Pionieren met gepersonaliseerd leren 

‘Met deze jongen moet ik eens aan de babbel’

Digitaal lesmateriaal levert veel informatie op over de leerstijl en het leertempo van leerlingen. Door deze gegevens te analyseren, is het mogelijk leerlingen een gepersonaliseerd leeraanbod te doen. Het Hondsrug College in Emmen experimenteert met learning analytics. “Het is alsof er 25 schriftjes voor je liggen die je op één ordentelijke manier in een keer kunt bekijken.”

Tekst Jaan van Aken Beeld Barbara Moget

Op het oog is het Hondsrug College in Emmen “een gewone school”, zoals directeur Kees Versteeg een paar keer zal herhalen. Wel valt op dat de leerlingen een iPad gebruiken. De school werkt in de onderbouw grotendeels met digitaal lesmateriaal. Voor Engels zijn er oefeningen met grammatica, woordjes en essays, vertelt gymnasiumleerling Ilse Harmers. “Of je krijgt de opdracht een hoofdstuk te lezen of een filmpje te kijken.” Klasgenoot Karsten Schoonbeek swipet en tikt een paar keer en laat zien dat er voor Engels oefeningen op drie niveaus zijn. De eersteklasser wijst: “Kijk, in dat balkje krijg je een melding of je een opdracht goed hebt gedaan, anders moet het opnieuw.”
De iPads zijn slechts een middel voor een groter doel: gepersonaliseerd onderwijs met behulp van learning analytics. Leren op maat, noemen ze dat in Emmen. Learning analytics is een techniek om via ict gegevens over leergedrag en leertempo van leerlingen te verzamelen om onderwijs op maat aan te bieden. Versteeg: “In een profiel leggen we alles vast wat van belang is voor het leren. Natuurlijk tempo en niveau, maar ook interesses, of een leerling oefeningen in video, geluid of tekst wenst, en of hij graag eerst uitleg krijgt of meteen aan de slag wil. Zo kunnen we op zeven verschillende manieren differentiëren.”
Deze werkwijze onderscheidt zich van andere digitale platforms en leerlingvolgsystemen doordat de school aan leerlingen automatisch een kaartenbak met lesmateriaal voorschotelt. “Er zit een filter met het profiel van de leerling tussen het digitale lesmateriaal. Daarmee krijgt elke leerling zijn eigen leervoorraad en die kan voor hetzelfde leerdoel heel anders zijn dan die van zijn buurman”, legt de directeur uit.
Erik Woning, projectleider Innovatie bij Kennisnet: “Door data uit digitale systemen slim te combineren, kun je tot inzichten komen die je normaal gesproken niet zou hebben. Het verzamelen, opslaan en analyseren van deze gegevens noemen we learning analytics. Je zou bijvoorbeeld kunnen zien dat een leerling die vastloopt bij economie meer aandacht aan wiskunde moet besteden.”

Onopvallend
Om gepersonaliseerd onderwijs vorm te geven gebruikt het Hondsrug College het platform PulseOn. Roy Keuter, docent Engels en mens & maatschappij, beschrijft het systeem als “een elektronische leeromgeving die zelf bepaalde data verzamelt”. Voor Engels werken zijn vmbo-leerlingen een uur per week met het lesmateriaal in PulseOn. “Ik gebruik het vooral om snel meters te maken door leerlingen zelfstandig woordjes te laten oefenen en grammatica-opdrachten te laten maken. Ik laat ze opdrachten kiezen waar ze zelf baat bij denken te hebben.” Keuter is positief over het platform. “Ik krijg kleine gamers in de klas die perfect Engels spreken, maar ook leerlingen die er veel moeite mee hebben. De winst voor Engels is dat niet iedereen meer hetzelfde programma in een boek hoeft te volgen.”
Op zijn iPad ziet hij per leerling waar deze mee bezig is, hoeveel tijd hij in opdrachten steekt en wat de scores zijn. In een bolletjesveld zijn de resultaten van elke leerling weergegeven. “Met deze jongen moet ik eens aan de babbel”, wijst Keuter naar een grote oranje bol, die aangeeft dat de jongen er veel tijd in stak en toch onder het gemiddelde scoort. Hij klikt op een grote groene bol. “Zo, dit meisje maakt 86 procent van de opdrachten goed en steekt er tweeënhalf keer zoveel tijd in als gemiddeld. Dit is een onopvallende leerling die je bijna nooit hoort in de klas. In een werkboek zou dit ongezien blijven, maar nu zal ik haar zeggen dat ze hard werkt en dat het hartstikke goed gaat.”
Docenten krijgen door learning analytics een completer beeld, vindt Woning van Kennisnet. “Je kunt tot op leerdoelniveau zien wat er goed en fout gaat. Stel dat een leerling moeite heeft met Franse woordjes stampen. Wellicht ontdek je zo dat hij bij Engels een leerstrategie heeft die hij ook bij Frans kan toepassen.” Keuter vertelt dat het voorheen meer fingerspitzengefühl was hoe leerlingen werkten, nu ziet hij dat gevoel bevestigd. “Het is alsof er 25 schriftjes voor je liggen die je op een ordentelijke manier in één keer kunt bekijken. Ik kan leerlingen ook meer feedback geven omdat ik duidelijker zie waar het fout gaat.”
Docenten worden ontzorgd, zoals Versteeg het noemt. Ze hoeven minder na te kijken, minder voor te bereiden en hebben minder administratie door learning analytics. “Ze houden meer tijd over om leerlingen te begeleiden of extra uitleg te geven. Een docent geschiedenis vroeg mij: Mag ik nu geen verhalen meer vertellen? Zeker wel, zei ik, maar alleen aan leerlingen die er op dat moment wat aan hebben.”
Voor docenten is het een heel andere manier van lesgeven, merkt Keuter. “Je moet leerlingen voor een deel loslaten omdat ze individueel aan de slag gaan. Sommige docenten vinden dat lastig. Ik vind deze werkwijze veel mooier dan een verhaal van twintig minuten houden, waarna iedereen aan het werk gaat en ik geen idee heb of ze met hun gedachten wel bij de les zijn.”
Ook leerlingen hebben volgens Woning een beter beeld van hoe ze ervoor staan. “Stond je vroeger een 5 dan moest je zelf uitzoeken hoe je dat cijfer omhoog krijgt. Nu zie je exact of je woordenschat of een specifiek grammatica-onderdeel onder de maat is en kun je automatisch advies krijgen welke opdrachten en lesstof je het beste kunt gebruiken om vooruit te komen.” Leerlingen hebben de leerdoelen veel duidelijker voor ogen, ziet Keuter. “Je merkt dat leerlingen de lesstof serieuzer nemen zodra je ze meer vrijheid en verantwoordelijkheid geeft.”

Spannend
Keuter wijst op een klein groen bolletje op het scherm dat bijna uit beeld verdwijnt. “Die jongen steekt er weinig tijd in en haalt toch de hoogste score. Idealiter zou hij door het systeem lesstof op mavo-niveau aangeboden krijgen, maar nu doe je dat als docent nog. Het is work in progress.”
“We zijn echt aan het experimenteren”, bevestigt directeur Versteeg. De bottleneck is de beschikbaarheid van geschikt lesmateriaal. PulseOn bevat op dit moment materiaal voor zes vakken. “Er is heel veel digitaal lesmateriaal, maar dat is veelal opgebouwd als traditionele methode. Wij willen materiaal dat modulair is opgebouwd en waar metadata over leerdoelen aan toe is gevoegd. De ene leerling is het beste af met oefening 3 uit methode A in zijn digitale kaartenbak en de ander met opdracht 6 uit methode B.”
Het punt is dat Versteeg daarmee aan het verdienmodel van educatieve uitgevers komt. “Ik wil de kaartenbak kunnen samenstellen uit misschien wel 23 methodes en alleen betalen voor wat ik gebruikt heb. Het wordt de komende jaren spannend of we erin slagen voor hetzelfde bedrag of minder extra content te verkrijgen.” Om die reden gaat de school vanaf september naast PulseOn ook werken met Learntoo, een nieuw open platform voor gepersonaliseerd onderwijs van en voor scholen.
Het Hondsrug College is weliswaar voorloper, maar niet de enige die inzet op learning analytics. Het gebruik van data over het leerproces zal de komende jaren verder toenemen, voorspelt het Trendrapport 2014-2015 van Kennisnet. Woning: “De grootste uitdaging is om gedigitaliseerd lesmateriaal in stukjes te knippen zodat leerlingen er gedifferentieerd doorheen kunnen. Ze moeten lesstof toegewezen krijgen, zoals Bol.com kopers ook boektitels aanreikt”, zegt hij.
Woning vertelt dat uit onderzoek bekend is dat in eigen tempo werken en differentiatie in lesstof ten goede komen aan het leerresultaat. Of leren op maat betere leerresultaten oplevert, wordt onderzocht. “Het geeft in ieder geval geen slechtere resultaten”, zegt directeur Versteeg. “Leerlingen gaan sneller door de lesstof heen en er dieper op in. We hadden voor drie maanden wiskundestof in PulseOn gezet en na vijf á zes weken was 45 procent van de leerlingen klaar.”

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.