• blad nr 13
  • 6-9-2014
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

‘Parttimers zijn nadelig voor de school’ 

Geen deeltijdjuf is hetzelfde

Te veel parttimers zijn nadelig voor het onderwijs. Met deze stelling veroorzaakte hoogleraar Edith Hooge een kleine mediahype. ‘Een onderwijsbaan lijkt vooral ideaal omdat het makkelijk combineert met zorgtaken thuis.’ Verontwaardiging en boosheid in de koffiekamer van basisschool Klinkers. De balans slaat helemaal niet door naar ‘thuis’, vinden de leerkrachten daar. Zij hebben thuis juist moeite hun groep los te laten. Zo’n 10 procent wil meer uren, maar die zijn er niet.

“Het parttime werken van vrouwen in Nederland is een soort open zenuw”, zegt Edith Hooge. De hoogleraar onderwijsbestuur aan de Universiteit van Tilburg stelde drie maanden geleden dat het niet goed is als een team louter uit personeel met kleine deeltijdbanen bestaat. De media sprongen er bovenop. Trouw noemde het in een goedkeurend commentaar een ‘bommetje’. “Ik kreeg reacties van mensen die echt op hun ziel getrapt waren. Maar ik zeg dus niet ‘Weg met de deeltijdjuf’. Ik vind dat er een balans moet zijn. In mijn essay schrijf ik dat het verschijnsel van teams die eenzijdig samengesteld zijn, geproblematiseerd moet worden. Ik heb daar veel met directies en bestuurders over gepraat. Die zeggen dat het vaak moeilijk is om alle parttimers mee te laten doen aan de professionalisering.”
Dat er op basisscholen nauwelijks nog fulltime, dus vijf dagen, gewerkt wordt, vindt Hooge nadelig voor het imago. “Werken in het onderwijs lijkt nu vooral ideaal omdat het goed te combineren is met zorgtaken thuis. Voor ambitieuze leraren die graag carrière willen maken, is dat niet erg aantrekkelijk.”
Er waren ook mensen die haar schreven dat ze parttime werkten omdat ze een fulltime baan gewoon niet volhielden, zowel uit het basis-, als voortgezet onderwijs. “Iemand was bijvoorbeeld twee dagen in dienst, maar werkte dan nog één dag extra thuis. Kijk, dat is natuurlijk ook een waarneming waar je wat mee moet doen.”
Dat sommige parttimers, vaak vanwege de crisis, dus uit financiële overwegingen, de laatste jaren meer willen werken, vindt Hooge niet direct positief. “Het bevestigt mijn idee dat voor hen het primaat vooral thuis ligt.” Onder invloed van het parttime werken is het opleidingsniveau, volgens haar, gedaald. Ze wijst op het laatste jaarverslag van de Onderwijsinspectie waarin staat dat deeltijders in het basisonderwijs de didactische- en differentiatievaardigheden gemiddeld minder goed beheersen. Het ging hier niet om een onderzoek, maar toch. “Ik heb begrepen dat die gegevens van de Onderwijsinspectie voortkomen uit het observeren van lessen. Er staan ook steeds minder academici voor de klas, vroeger was dat gevarieerder. Er zijn nu wel academische opleidingen, maar het gaat mij allemaal te langzaam. Ik vind dat besturen hardere eisen moeten stellen. Niet alleen aan de samenstelling van teams, maar ook de professionalisering moet verplicht worden. Als een advocaat zich niet bijschoolt, mag hij zijn beroep niet meer uitoefenen.”

Boosheid
Angela Horsten, directeur van basisschool Klinkers in Tilburg wist onmiddellijk toen ze over het ‘bommetje’ van Edith Hooge las, dat dit hét gesprek in de koffiekamer zou worden. “Er was boosheid en verontwaardiging. Ik wilde direct een tegengeluid laten horen, maar heb eerst het essay gelezen. Toen vond ik dat het in de media wel erg ongenuanceerd was gebracht.”
Toch schreef ze in het Brabants Dagblad een opiniestuk. Vooral om duidelijk te maken dat bij haar, ondanks veel parttimers, kwaliteit vooropstaat. Haar school startte acht jaar geleden in een Tilburgse nieuwbouwwijk en heeft al vierhonderd leerlingen. Van de 23 leraren werken er 19 deeltijd. “Het is wel een hele organisatie om het rooster ieder jaar weer rond te krijgen. Ik voel me soms net een goochelaar. Je probeert met alle wensen rekening te houden, maar iedereen weet dat bij mij de organisatie altijd voorgaat. Als jij ervoor kiest om hier te werken, dan moet je je voegen naar de mogelijkheden.”
Ze heeft het liefst mensen met een halve baan, want die kunnen dan samen mooi een duo vormen op een groep. “Drie dagen is toch een hele puzzel, vier dagen is nog wel te doen.” Twee op één groep stelt hoge eisen aan samenwerken en uitwisselen. Horsten zelf was er niet geschikt voor. “Ik kon het niet, ik heb het een jaar geprobeerd, maar ik vond het niet prettig dat iemand anders de groep dan overnam. Ik ben vier dagen gaan werken, als directeur doe ik dat nog steeds.”
Wat opvalt, is dat de betrokkenheid van de parttimers waarmee we spraken zo groot is, dat ze het vaak lastig vinden hun klas te delen met een ander. Natuurlijk heeft iedereen voorbeelden van collega’s die zich niet bijscholen en al twintig jaar hetzelfde lesje afdraaien. “Maar”, zegt Hanneke Smulders, ook werkzaam op basisschool Klinkers, “dan maakt het niet uit hoeveel dagen je werkt. Het heeft te maken met de persoon die voor de klas staat, doe je het met passie of niet.”

Soebatten
Er was een tijd waarin parttime werken niet mocht op de basisschool. Harry Reitsma, directeur van de Rotterdamse basisschool de Pijler: “Toen ik in 1982 begon, was de situatie precies omgekeerd met nu, want er zijn nu bijna geen fulltimers meer. Dat komt ook door de bapo, bij iedere groep moet er wel voor minstens één dag een vervanger komen.”
Het parttime werken hangt nauw samen met de fasen in het leven, weet hij inmiddels. “Als er kinderen komen, gaan mannen tegenwoordig ook korter werken. Als de kinderen groter zijn, willen ze weer meer, nooit fulltime, meestal vier dagen. Het is een vreselijke puzzel, want iedereen heeft daarbij ook zijn wensen.”
Dat mensen hun werk steeds meer willen aanpassen aan hun leven, noemt hij een ‘vorm van egoïsme’, maar hij heeft er geen oordeel over. “Zo is het nu eenmaal. Ik heb tot nu toe niemand weg hoeven te sturen, ik kon de wensen altijd inpassen in de organisatie.”
Zo nu en dan was hij wel bang voor het effect waar hoogleraar Hooge op wijst. Dat een kleine parttimer meer met de eigen zorgtaken thuis bezig was dan met school. “Maar gelukkig valt het meestal mee. Onze hele school straalt ook hard werken uit. De acht-tot-vier-mentaliteit kom je incidenteel tegen, maar dan trekt dat weer bij.”
Reitsma laat tegenwoordig zijn jaarlijkse roosterpuzzel door het team oplossen. “Iedereen wil een eigen klas, maar dat kan dus niet. Nu maak ik vijf modellen waar ze uit moeten kiezen. Ze beseffen dan hoe moeilijk het is.”

Meer uren
Door het krimpen van de werkgelegenheid in het funderend onderwijs zijn er ook veel parttimers tegen wil en dank. Dat zijn starters, maar ook mensen die na een periode van minder werken weer meer uren willen. Helaas is dat meestal niet mogelijk. Angela Horsten van basisschool Klinkers schat dat een kwart van haar parttimers uitbreiding wil. “Dat is een gevoelige kwestie. Sinds de crisis spelen bij hen ook de financiële overwegingen mee. Voorlopig blijft het moeilijk, want uitbreiding moet passen in het totaalplaatje van het bestuur.”
Harry Reitsma weet dat zo’n 10 procent van zijn personeel meer uren wil. “Maar wij moeten bezuinigen. Ik los het vaak op door mensen in de vervanging te doen.”
Uit cijfers van de databank voor arbeidsmarktinformatie over onderwijssectoren, Stamos, blijkt dat vrouwen in de afgelopen jaren langer zijn gaan werken. In 2003 werkte 56 procent vier tot vijf dagen (85 procent), in 2010 was dat gestegen naar 69,9 procent. Het aantal dat twee tot drie dagen werkt is gedaald van 22,5 naar 15,3 procent. Diezelfde ontwikkeling is te zien in het voortgezet onderwijs. Bij mannen veranderde het aanstellingsbeeld niet zo veel.
Een taskforce die het grote aantal kleine deeltijders in Nederland in kaart moest brengen, concludeerde onder andere dat één op de tien deeltijders eigenlijk meer wil werken. Dat geldt ook voor de sector onderwijs. Dat was ook de conclusie van de AOb na een enquête onder starters in 2013. Het begint erop te lijken dat vier dagen het ideaal is in het onderwijs. Maar dat is dus niet fulltime, zegt Edith Hooge.

{portret 1}
‘Het ergste jaar van mijn leven’

Anne-Miek Janssen was een deeltijdjuf van het eerste uur. “Toen ik 41 jaar geleden trouwde, had ik het geluk dat ik mocht blijven werken, de maatregel dat getrouwde vrouwelijke ambtenaren moesten stoppen was net afgeschaft.” Na de geboorte van haar eerste kind, ze was toen hoofd van een school, moest ze toch weg. “Alleen kostwinners mochten blijven. Met een collega heb ik vervolgens bij het bestuur voorgesteld om als duo een klas te doen. Daar hebben ze echt een heel jaar over vergaderd. Intussen zat ik werkloos thuis, dat was het ergste jaar van mijn leven. Ten slotte mocht het, maar de ouders moesten allemaal instemmen, als er één tegen was, ging het niet door.” Ze lacht bij de herinnering aan de eisen die gesteld werden. “We mochten niet verzuimen als onze kinderen ziek werden en we moesten voor elkaar invallen! In het eerste jaar werden we maandelijks gecontroleerd en geëvalueerd. Wij zijn lang de enige parttimers gebleven. Eigenlijk hadden ze met ons anderhalve formatieplek, want we werkten meer dan een halve baan. Alle vergaderingen waren verplicht en je moest bij alle evenementen samen aanwezig zijn. Nu geldt dat alleen voor studiedagen.” De samenwerking ging zo goed dat ze later nog eens met z’n tweeën bij een andere school solliciteerden. “Ik was al vijftig. Ze wilden ons graag hebben. Ik heb ruim dertig jaar parttime gewerkt, ik heb er nooit spijt van gehad.”

{portret 2}
‘Ik vind het niks’

Op de vraag hoe ze het vindt om parttime te werken, antwoordt Marie José Groenendaal: “Wil je een eerlijk antwoord? Ik vind het niks.” Ze werkt drie dagen sinds ze twee kinderen heeft, daarvoor werkte ze twaalf jaar fulltime. Haar school, Klinkers in Tilburg, maakte ze van de start, acht jaar geleden, mee. “Ik ben iemand die graag initiatieven neemt. Als parttimer is het toch lastig. Mijn groep wordt op donderdag en vrijdag door iemand anders overgenomen en die heeft een eigen manier van werken.” Het liefst wil ze een eigen groep, maar ze wil er ook voor haar eigen kinderen zijn. De vrees van hoogleraar Edith Hooge dat ze nu de voorrang geeft aan de zorg thuis, klopt niet. “Ik vind het werk zo leuk, dat het juist moeilijk is om het los te laten. Voor de leerlingen is het wel leuk, meer mensen voor de klas. Het voordeel is dat wij allebei een sterke kant hebben. Ik kan veel met ict, terwijl mijn collega weer creatiever is.” De overdracht blijft een heikel punt. “Als je ook maar iets vergeet, dan zeggen de leerlingen ‘Maar met juf Marie-José zouden we dit of dat gaan doen’.” Nu haar eigen kinderen naar de basisschool gaan, wil ze weer meer werken. Maar het zit er voorlopig niet in. Dat is frustrerend. “Het bestuur heeft een afvloeiingslijst. Als er ergens een vacature is, zijn de eersten op die lijst aan de beurt. Veel jonge mensen willen meer uren, die zijn noodgedwongen parttimer.”

{portret 3}
‘Het is wennen’

Sinds de geboorte van haar zoontje in januari werkt Els Kolenbrander drie dagen per week op basisschool de Pijler in Rotterdam. “Ik heb tien jaar fulltime gewerkt. Daar was ik zes dagen per week mee bezig. Nu merk ik dat ik er wel minder in zit, het is wennen. Die drie dagen vliegen voorbij, mijn parallelpartner gaat dan verder en als ik weer terug kom zijn er dingen veranderd. Dat is vaak inspirerend, maar het is allemaal wat minder van jezelf, je moet natuurlijk rekening houden met je duo.”
“Het is belangrijk dat je een goede match bent. Mijn collega houdt bijvoorbeeld heel erg van muziek, terwijl ik liever bezig ben met rekenen. Op die manier kunnen we elkaar goed aanvullen.” Over de voor- en nadelen van duo’s voor de klas moet in het team zeker gesproken worden, vindt ze. “Je moet je afvragen of alle kinderen twee juffen wel aankunnen. In het kader van passend onderwijs krijgen we bijvoorbeeld met autistische kinderen te maken. Kunnen zij het aan als de ene juf of meester een wat sturende aanpak heeft, terwijl de ander meer vanuit het kind werkt? Voor autistische kinderen kan dat verwarrend zijn, of te onrustig.” Kolenbrander voelt zich een beetje heen en weer geslingerd. Als het om het onderwijs gaat, zou ze toch het liefst fulltime werken, maar ze wil er ook voor haar zoontje zijn. Dus gaat ze voorlopig aan de drie dagen wennen. Thuis is het ook genieten.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.