• blad nr 13
  • 6-9-2014
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Voorbereiden

Dit wordt een bijzonder schooljaar. Vanwege de Wet passend onderwijs. Ingegaan op 1 augustus. Scholen zijn daar niet goed op voorbereid. Zo staat het althans in de kranten. Maar waar moet ik me dan op voorbereiden?
Ik zoek de wet op. Lees dat kinderen recht hebben op onderwijs. Als het even kan op gewone scholen, die dat ook mogelijk maken. Een logisch uitgangspunt. Onderwijs biedt kansen, niet beperkingen. Maar dan de vertaling naar de dagelijkse werkelijkheid. Wat doen we met kinderen waar ‘iets’ mee is? Fysieke gebreken als slecht horen, gebroken been, rolstoel, daar komen we wel uit. Maar bij de rest ligt de zaak toch gevoeliger. Een voorbeeld. Even terug was ik mentor van een groep met vier gedragsgestoorde kinderen met leerlinggebonden financiering, de zogenaamde rugzak. Dat was niet eenvoudig. Zo nam nummer één een grapje net iets te serieus en vloog me aan. Nummer twee rende bij collega’s de les uit. De conciërge belde me dan. Om te praten. Want dat was de afspraak. Maar ja, ik moest ook lesgeven. Nummer drie haalde diepe onvoldoendes voor wiskunde. Moeder kende de oorzaak. Haar kind dacht in beelden. Of ik kon regelen dat de leraar meer met beelden ging werken? En nummer vier zei: ‘Ik heb een test gedaan op internet, ik heb niks.’
Regelmatig waren er gesprekken met hulpverleners, ouders en leerlingen. De rugzak betaalde dat. Die gesprekken gingen vooral over de stoornis. Leraren hielden daar onvoldoende rekening mee. En ja, die constatering was juist. Maar de mogelijkheden zijn ook beperkt. Het pad naar het eindexamen is smal. Grote groepen, in wisselende samenstelling, strenge normen en toetsweken; gedragsstoornissen gedijen slecht in dit resultatencorset. Gevolg? Nummer één en twee verdwenen naar het speciaal onderwijs. Nummer drie heeft particulier een diploma geritseld. Nummer vier ging over en slaagde een jaar later voor zijn examen.
Wat verandert de Wet passend onderwijs aan deze treurnis? Helemaal niks. Die wet gaat namelijk niet over hulp, maar over geld. De rugzak is in 2003 ingevoerd. In de hoop zorgleerlingen te behouden voor het regulier onderwijs. Maar in werkelijkheid groeide de instroom in het speciaal onderwijs. Ook steeg het aantal rugzakken. In het voortgezet onderwijs tussen 2005 en 2010 van 4 duizend naar 18 duizend, blijkt uit de publicatie Trends in beeld van het ministerie van Onderwijs. Een openeinderegeling dus. Gevolgd door de gebruikelijke beleidsreflex. Het geld verschuift van de rugzak naar het schoolbudget. Niet de burger declareert, maar school betaalt de passende leerplek. De Wet passend onderwijs is gewoon een laatste stap in de voltooiing van de lumpsumregeling. En van die lumpsum zijn leraren en leerlingen nog nooit beter geworden.
Vlak voor het begin van dit schooljaar zit ik bij de kapper. Terwijl ik wacht, wordt een jongen geknipt. Hij praat over zijn gedragsstoornis. Iedereen mag het horen. Het onbegrip, de woedeaanvallen, de psychiater en zijn geslaagde leven nu. Door mijn hoofd speelt slechts één zin: Houd je mond, dit is een kapper, geen therapiegroep. Zoals een school geen zorginstelling is. Dat vaker zeggen, daar ga ik me op voorbereiden.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.