• blad nr 13
  • 6-9-2014
  • auteur M. van Nieuwstadt 
  • Redactioneel

 

Antipestprogramma’s ongeschikt voor vo

Antipestprogramma’s in het voortgezet onderwijs werken niet of zelfs averechts. Dat concludeert de Amerikaanse psycholoog David Yeager (universiteit van Texas) uit een analyse van zeventien onderzoeken naar het aanpakken van pestgedrag in Europa en de Verenigde Staten. De studie verschijnt binnenkort in het wetenschappelijke Journal of Applied Developmental Psychology.

Kinderen in de VS gaan later naar de middelbare school dan in Nederland. Yeager ontdekte dat antipestprogramma’s voor kinderen tot 11 à 12 jaar een bescheiden effect hebben. Voor oudere kinderen geldt dat niet.
Staatssecretaris van Onderwijs Sander Dekker heeft eind mei aan de Tweede Kamer laten weten dat scholen in het basis-, voortgezet en speciaal onderwijs uiterlijk augustus volgend jaar een wetenschappelijk onderbouwd antipestprogramma moeten invoeren. Er moeten ‘aanwijzingen zijn voor de effectiviteit’ van deze programma’s. Harde bewijzen ontbreken, zelfs in het basisonderwijs.
Dertien antipestprogramma’s maken volgens het ministerie een serieuze kans op erkenning. “De programma’s met hoopvolle resultaten zijn allemaal getest in het basisonderwijs”, zegt de Groningse hoogleraar sociologie, René Veenstra, nauw betrokken bij onderzoek naar het van oorsprong Finse antipestprogramma KiVa. “Voor oudere kinderen is verplichtstelling voorbarig.”
Een leerkracht kan op eigen initiatief veel tegen pesten ondernemen. Toch is Veenstra wel voorstander van verplichte antipestprogramma’s in het basisonderwijs. Hij vreest dat leerkrachten anders steeds opnieuw het wiel uit moeten vinden door spelletjes of toneelstukken te verzinnen: “Hoeveel leerkrachten doen dat?”
Matty van der Meulen, medeauteur van het boek ‘Pesten op school’, acht de door staatssecretaris Dekker beoogde verplichting niet noodzakelijk en zeker niet voor middelbare scholen. “Ook een programma als KiVa kan negatieve effecten hebben als kinderen ouder zijn”, zegt zij. “Misschien heeft het ermee te maken, dat oudere kinderen zich door volwassenen minder makkelijk laten voorschrijven hoe ze iets moeten oplossen.”
Dat een antipestprogramma kan helpen om als school één lijn te trekken is volgens Van der Meulen wel belangrijk. “De leerkracht kan het niet alleen oplossen”, zegt zij. “Hij heeft de steun van de ouders nodig. De verplichte vertrouwenspersoon of antipestcoördinator die de staatssecretaris voorstelt, vind ik daarom een heel goed idee. Want als leerkracht word je soms helemaal gek van de klagende ouders. Ik begrijp dat die ouders serieus gehoor moeten vinden. Dan is een coördinator een goede oplossing.”

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.