- blad nr 12
- 21-7-2014
- auteur J. van Aken
- Redactioneel
Overplaatsing binnen bestuur
‘Ik word gedwongen overgeplaatst, mag dat zomaar’, is deze periode een vaak gestelde vraag aan het Informatie en Adviescentrum (IAC) van de AOb. Een werkgever hoort met een werknemer te overleggen over het voornemen tot overplaatsing en eventuele afspraken schriftelijk vast te leggen. Indien de werknemer niet instemt met overplaatsing, geeft de werkgever in zijn besluit aan op welke manier hij de belangen heeft afgewogen.
Als de werkgever zich aan deze procedure in de cao houdt, is er juridisch weinig tegen te doen. “Werknemers in het onderwijs hebben een bestuursaanstelling of –benoeming. Dat betekent dat ze op alle scholen binnen het bestuur inzetbaar zijn. In principe is er geen situatie waarbij een werknemer niet overgeplaatst kan worden”, verklaart IAC-medewerker Wim Gulitz.
De redenen waarom een werkgever mag kiezen voor gedwongen overplaatsing zijn: een formatietekort, bij disfunctioneren, op advies van de arbodienst of bedrijfsarts, om bij conflicten tot werkbare verhoudingen te komen, en andere door de werkgever met name genoemde zwaarwichtige omstandigheden. “Bij bezwaren tegen zwaarwichtige omstandigheden adviseren we het overplaatsingsbesluit ter toetsing aan de juridische dienst voor te leggen”, zegt Gulitz.
Een uitzondering vormt overplaatsing naar de centrale dienst van de werkgever in het primair onderwijs. Dit kan in beginsel alleen plaatsvinden op basis van vrijwilligheid.