- blad nr 12
- 21-7-2014
- auteur . Overige
- Juridische rubriek
Salomonsoordeel
Tekst Joost Aarts, juridische dienst
Met enige regelmaat krijgt de juridische dienst vragen over zo'n dreigende disciplinaire maatregel, meestal de lichtste: een berisping. Moet je daar wel of niet tegen in beroep gaan? Juridisch is eigenlijk alleen de vraag aan de orde of er überhaupt sprake is van een gedraging die een maatregel rechtvaardigt en of de opgelegde maatregel in verhouding staat tot het gepleegde verzuim. Dat er soms twijfel bestaat over het aantekenen van beroep zal duidelijk zijn: het gaat om een ‘redelijkheidstoetsing’, en over wat redelijk is willen meningen wel eens verschillen.
Toen mevrouw K. zich tot de juridische dienst wendde met de vraag wat haar te doen stond, meende ik haar te moeten waarschuwen dat de berisping die haar werd opgelegd volgens mij terecht was. De werkgever vond dat zij zich niet zo collegiaal had opgesteld. Mevrouw K. was namelijk vergeten aan haar sectiegenoot door te geven dat ze haar klas had verteld bij een proefwerk vooral naar de eerste vijf hoofdstukken te kijken. De collega kwam daar via leerlingen uit zijn eigen klas achter. Vervelender was dat mevrouw K. nogal een geschiedenis had van aanvaringen met die collega. Met haar werkgever waren duidelijke afspraken gemaakt hoe ze dat in de toekomst moest voorkomen.
Procedureel viel er op de berisping wel wat aan te merken. Het was namelijk niet helemaal duidelijk waar de afspraken waren vastgelegd en welke afspraak volgens de werkgever was geschonden. Niettemin adviseerde ik mevrouw K. toch om het erbij te laten zitten. Maar ze wilde toch wel eens zien wat er zou gebeuren, vooral omdat ze ditmaal beslist niet opzettelijk had gehandeld en haar verontschuldigingen had aangeboden.
De commissie van beroep oordeelde dat het beroep van mevrouw K. gegrond was. De commissie was weliswaar van oordeel dat mevrouw K. niet had gehandeld zoals ze had behoren te handelen. Zij rekende het de werkgever echter zwaar aan dat die, nadat hij aan mevrouw K. had laten weten dat hij van plan was een berisping op te leggen en waarop zij ook had gereageerd, nog extra argumenten had toegevoegd aan de berisping: dat er een aanzienlijk dossier lag en dat zij al eerder uitdrukkelijk was gewaarschuwd.
Hoewel mevrouw K. zich niet had gedragen zoals ze zich had moeten gedragen, mocht haar werkgever geen berisping opleggen. Een echt Salomonsoordeel.
Voor juridisch advies kunt u contact opnemen met het Informatie en Advies Centrum van de AOb: 0900 4636262 (5 cent per minuut), info@aob.nl