• blad nr 12
  • 21-7-2014
  • auteur A. Moerman 
  • Redactioneel

 

Punctuele heer tussen ‘de rooie slobbertruien’ vertrekt

Hij omschrijft zichzelf als plichtsgetrouw, consciëntieus, altijd op tijd, een man van afspraak is afspraak. Maar ook als een 'huismus', met weinig tijd voor hobby's en nevenactiviteiten. En een dienstverlenende instelling: “Dat zit blijkbaar bij de Knopen in het DNA.”

Een uurtje 'googelen' levert niet zo heel erg veel bijzonders op over de 'mens Knoop', maar vooral 'hits' over de functionaris die bondsstandpunten verkondigt. Nog even en AOb-bestuurder Martin Knoop trekt de deur in Utrecht voor de laatste keer achter zich dicht. Sinds begin jaren zeventig was de neerlandicus werkzaam voor de onderwijsbonden.
“Het was de bedoeling dat ik in mijn laatste jaar eerst één en in het laatste half jaar twee dagen per week minder zou gaan werken. Dat is niet gelukt. Ik vervul deze functie en dat is nu eenmaal een fulltime functie. Dus ga ik door tot de laatste dag. Ik ben nu bijvoorbeeld nog bezig met overdrachtsdossiers, draaiboeken voor mijn opvolgers en natuurlijke de lopende zaken. Hoe ik vanaf augustus mijn dagen ga vullen? Ik ben niet zo'n vakantieganger, daarvoor heb ik het thuis te goed. Verder heb ik nog geen flauw idee. Er zal vast weer wat op me af komen. Zo is het tot nog toe altijd gegaan in mijn leven. In het ergste geval kan ik altijd nog naar de psychiater”, vertelt Knoop met glimoogjes.
Slechts één nevenfunctie vervult Knoop. Hij is voorzitter van het bestuur van 'het mooiste openluchtzwembad van Nederland', Klarenbeek in Arnhem. Het zwembad grenst aan Knoops achtertuin. Hij kwam in het bestuur als 'bezorgde buurtbewoner over de toekomst van die parel'. “Met zwemmen en sowieso met sporten heb ik niet zo veel. Hoewel ik wel met zo'n haak langs het bad mag staan. Vroeger op de kweekschool haalde ik de nodige badmeesterbrevetten.”

Beroepsbestuurder
Als invaller snoof Knoop even aan het basisonderwijs. Maar hij kwam al snel aan de bak op de Thorbecke Scholengemeenschap in Arnhem. In die tijd viel hij op bij de ledenvergaderingen van het Nederlands Genootschap van Leraren (NGL). Even later werd hij secretaris van het district Arnhem. En nog later fusiebegeleider. “Dat was in de tijd van Ginjaar-Maas (staatssecretaris van Onderwijs, 1982-1989, red.). Onder hoge druk van het rijk moesten scholen fuseren. Op enig moment gaf ik nog maar twee uur per week les, de rest van mijn tijd ging op aan NGL-werk. Het NGL was eigenlijk tegen beroepsbestuurders, maar de rector wilde niet verder met een docent die slechts twee uur per week op school was. Toen werden Walter Dresscher en ik vrijwel gelijktijdig en om dezelfde reden de allereerste fulltime bestuurders bij het Genootschap. Hij deed de onderwijsinhoudelijke kant en ik het arbeidsvoorwaardelijke deel: de centen.”
In de laatste helft van de jaren negentig fuseerden het NGL (een kleine 25.000 leden) en de ABOP (iets meer dan 50.000 leden). De keurig nette eerstegraads NGL'ers zouden ook gaan meebetalen aan ‘die rooie slobbertruien’ van de FNV. “Een aantal leden stond niet te juichen. Daarom kwam er een clausule dat NGL'ers vrijgesteld konden worden van de bijdrage aan de FNV. Slechts 111 mensen vroegen die vrijstelling aan. Daarvan zijn er nu nog negen over. NGL'ers dachten dat ABOP'ers vechters waren, zelf waren ze meer van het overleggen. Maar in de praktijk bleken de verschillen niet zo groot en werkten beide bonden al jaren nauw samen. Bestuurders van ons zaten met een mandaat van de ander bij cao-overleggen. En andersom natuurlijk ook. De fusie maakte het door steeds meer decentraal overleg toegenomen werk voor beide bonden beter te behappen. Natuurlijk dacht ik in die periode: Moet ik nog doorgaan? Het antwoord was 'ja', de bond die na de fusie was ontstaan, wilde ik graag meehelpen vorm te geven. De jaren daarna werd ik om de vier jaar herkozen. Dus blijkbaar waren de leden blij met me. En ik bleef ook blij. Want in mijn bestuurdersrol kon ik steeds iets anders gaan doen. Ik heb me met alle sectoren van het onderwijs en alle facetten van de bond bezig mogen houden.”

Dienstverlening
De dienstverlening aan leden, die de vakbonden eigen is, zit bij de 'Knopen' in het bloed. Zijn opa was bestuurder in de sigarenindustrie. Hij heeft een neef in het bondswezen. En zijn eigen dochter diende tijdens Onderwijsminister Ritzen een jaar bij het Landelijk Studenten Overleg. “Dat was toen wel handig voor haar, want af en toe ging een deur net iets gemakkelijker open dankzij mijn netwerk. 'Helpen', dat is mijn aard. Als ik iemand wat doelloos zie dwalen op een perron, sta ik er als eerste naast met de vraag 'kan ik u ergens mee van dienst zijn?'. Dat is precies wat de AOb ook doet. Leden helpen, zodat ze beter in staat worden gesteld hun werk op de scholen te doen. Dat onderwijspersoneel weer de baas wordt over het eigen vak. Centrale examens, daar zijn wij natuurlijk helemaal voor, maar de weg er naartoe mag, nee moet, verschillend zijn. Leerkrachten moeten veel meer vrijheid krijgen bij die invulling.”
Het duo Dresscher & Knoop staat dus van oudsher voor Inhoud & Centen. Na de fusie kwam 'inhoud' een beetje teveel in het verdomhoekje bij de AOb. Maar begin deze eeuw ging de nadruk weer meer naar die onderwijsinhoud. Onder meer via de versterking van de afdeling scholing, de AOb-academie voor de opleiding van kaderleden, maar ook met de aanstelling van circa honderd parttime AOb-consulenten, de ogen en oren van de bond op de scholen in het hele land. “Dat werkt geweldig. Maar het kan altijd beter. Het contact van sectorbestuurders, met districtbestuurders, consulenten en uiteindelijk de leerkrachten op school. Maar ook de communicatie tussen de sectoren in de breedte. Het vasthouden en versterken van die verbinding is ontzettend belangrijk want anders spelen de werkgevers de verschillende sectoren tegen elkaar uit. Internet maakt het verbeteren van al die communicatie gelukkig steeds gemakkelijker.”
Uiteindelijk laat Knoop, die het laatste jaar ook penningmeester was, de AOb met een tevreden gevoel achter. Jaarlijks komen er 2000 nieuwe leden bij, de teller staat nu op ruim 87.000. “Wij zijn de enige vakbond die nog steeds groeit. Het mooist vind ik echter dat het venijn dat er vlak na de fusie nog wel eens was, helemaal verdwenen is. Op de eerste vergaderingen destijds waren er tientallen gedetailleerde vragen, voortkomend uit venijn en wantrouwen. Op de algemene vergaderingen overheerst nu een sfeer van vertrouwen. Als Walter aan het eind van een discussie zegt ‘zullen we het zo maar doen dan’, staat er niemand op die eerst de teksten volledig uitgeschreven op papier wil zien. We voeren best stevige discussies, maar we verzanden niet in energievretende conflicten. Dat kregen we dan toch maar voor elkaar. Ik ben trots dat ik daaraan mocht bijdragen.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.