• blad nr 12
  • 21-7-2014
  • auteur M. van Nieuwstadt 
  • Redactioneel

 

‘Niet op het biebboek kauwen’

Een boekje voorlezen aan een labrador gaat makkelijker dan lezen voor de hele klas. Vooral autistische kinderen komen los met een hond tegen zich aan.


Met zeven kwispelende honden in haar kielzog steekt hondentrainer Karen Mulders haar hoofd om de hoek van het klaslokaal. Gejuich klinkt door de halfopen deur van groep Rood (6-9 jaar) van de Sleutel, een school voor speciaal basisonderwijs in het Overijsselse Vroomshoop.
Zeven meisjes zijn als eersten aan de beurt om de labradors en schaapshonden voor te lezen. Ze lopen met Mulders mee naar de centrale hal en ploffen neer op kleurige zitkussen of leunstoelen. De honden gaan liggen aan hun voeten, of naast hen op de stoel, en luisteren met grote hondenogen. Lotte (9)* gebruikt Australian shepherd Spice als hoofdkussen terwijl ze voorleest uit ‘Kus van oom Har’, een leesboekje van niveau eind groep 3. Spice likt haar gezicht. Af en toe mag hij plaatjes kijken.
“Een hond geeft kinderen plezier in het lezen”, zegt juf Eva de Groot. “En ze nemen de angst weg. Als een kind in de klas een leesbeurt krijgt, dan kan dat best spannend zijn. Een hond kijkt je begrijpend aan, maar veroordeelt je niet als je een fout maakt.”

Mooie verhalen
Honden op school. Dat is toch lastig? Want hoe zit het met de hygiëne? En met allergische kinderen? Schooldirecteur Inge Swartjes van de Sleutel is er vier jaar geleden maar gewoon mee begonnen. “Wij hebben nooit problemen gehad”, zegt ze. “De honden komen bij ons alleen in de centrale hal van de school, niet in de klas.” Ouders raken vanzelf enthousiast als ze zien wat honden losmaken, zegt Karen Mulders. “En kinderen komen thuis met mooie verhalen.”
Onder de leerlingen van de Sleutel is er een aantal met autisme of een aanverwante stoornis. Volgens Mulders hebben juist deze kinderen veel baat bij contact met honden: “Ik heb kinderen gezien die niks durfden te zeggen. Vanaf het moment dat een hond in een hoekje naast hen kwam liggen praatten ze ineens honderduit.”
Autisten trekken naar dieren toe, maar het werkt ook andersom, zegt Mulders. “Ik denk dat het ermee te maken heeft dat autisten vaak geen oogcontact maken. Daar houden honden ook niet van. Je ziet ook dat autistische kinderen soms directer zijn, meer fysiek in hun communicatie met dieren.”

Luisteren
Christie (10) zit met de benen languit op een groene rugzak. Ze kriebelt schaapshond Ross onder zijn kin en geeft hem een kusje op zijn neus. Oogcontact maakt ze niet. Ze zegt: “Honden luisteren net iets beter dan mensen.”
Christie leest het boek ‘Woudprinses’: “Ik zit in groep Blauw, maar ik lees toch al boeken voor groep 7.” Rap, maar ietwat monotoon volgen de zinnen elkaar op. Ross vindt het best. Hij is er bij gaan liggen en laat Christie aan zijn oren kroelen terwijl ze met één vinger van haar andere hand het boek openhoudt.
Schoolhulphonden zijn in opkomst, al heeft Mulders geen exacte cijfers. Ze schat dat op haar hondenschool door de jaren heen zo’n vijftig leeshonden zijn opgeleid.
Woordvoerder Marloes Zwagerman van de stichting KNGF geleidehonden laat weten dat autismehonden voor jonge kinderen wat haar betreft niet mee de klas ingaan. “Wij vinden het belangrijk dat ouders die de zorg dragen voor de hond, altijd aanwezig zijn als kind en hond samen zijn.”

Fikse wandeling
Toch draaien enkele autismebegeleidingshonden in Nederland volle schooldagen mee. Zo loopt de Australian labradoodle Indy vier dagen in de week rond op het praktijkonderwijs van het Bonhoeffer College in Enschede.
Julisca Prins, teamleider onderbouw, nam Indy vier jaar geleden in huis om haar toen tienjarige zoon Bram te helpen omgaan met zijn angsten. Bram durfde in zijn eentje niet naar de winkel en speelde liever niet buiten, maar samen met Indy lukte dat wel. Omdat Bram naar school ging, kwam Indy werkloos thuis te zitten. Prins besloot de hond mee te nemen naar de school waar ze werkt.
Alle 220 leerlingen van praktijkschool Bonhoeffer kregen les in de omgang met Indy. Ze mogen de hond bijvoorbeeld niet roepen of aaien zonder Prins’ toestemming. Grote problemen zijn er niet geweest. “Indy is hypoallergeen”, zegt ze. “Dat betekent dat hij geen haren verliest. En ik zorg ervoor dat hij niet stinkt.”
Net als de honden van Karen Mulders laat Indy zich graag voorlezen door kinderen die op een zitzak tegen hem aan zitten. Als er iets aan de hand is, dan gaat Prins vaak niet met kinderen aan tafel zitten in haar werkkamertje. Liever gaat ze op stap met Indy om de problemen te bespreken tijdens een fikse wandeling met de hond.
Indy helpt kinderen ook in hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Leerlingen met een onzekere uitstraling, naar wie niemand in de klas luistert, mogen op het Bonhoeffer College oefenen met Indy. Ze gaan er met de hond op uit en leren spreken met krachtige stem. Dat leren gaat in eerste instantie makkelijker met een hond dan met een klasgenoot.
Prins: “Als je tegen Indy zachtjes zegt ‘zit’, dan gebeurt er niets. Je moet rechtop gaan staan en krachtig spreken. Nadat dit met Indy is gelukt, proberen we kinderen in de klas hetzelfde te leren.”
Toen Julisca Prins vorig jaar nog een eigen groep had, was Indy vaak hele dagen in haar klas aanwezig. De juf legde Indy’s kleedje naast het tafeltje van een jongen die moeite had om op zijn plaats te blijven zitten. ‘Zorg jij dat Indy niet de hele tijd door de klas loopt’, vroeg ze de jongen. Als jongen en hond plotseling toch aan het bureau van de juf stonden, dan corrigeerde Prins niet de jongen maar de hond. ‘Wat doe je nou Indy? Je mag niet door de klas lopen.’ Dat werkte prima.

Rare grillen
Om te kijken of ze geschikt zijn om met autistische kinderen te werken, krijgen puppy’s van zeven weken oud op Mulders’ hondenschool een batterij tests voor de kiezen. Ze worden in een hoek gedreven door meerdere mensen tegelijk. Ze worden aan het schrikken gemaakt met harde geluiden. En ze moeten toestaan dat iemand ze van dichtbij strak in de ogen kijkt, terwijl hij over hun kop aait. Geen hond vindt dat leuk. Maar een hond die autisten begeleidt, moet kunnen omgaan met rare grillen. Hij moet ertegen kunnen zonder uit schrik of angst toe te happen. “Van de honderd honden die we testen is er gemiddeld één geschikt”, zegt Mulders.
De inspiratie voor lezen met honden deed Mulders op tijdens een reis naar de Verenigde Staten. Het selecteren en opleiden van geschikte honden is niet alleen haar beroep, maar ook haar grootste zorg. Eén bijt-incident en er komt misschien geen hond meer de schooldeuren binnen.
In de tuin van hondenschool Happy Tails in Beerzerveld sjokt de dertien jaar oude schapenhond Spirit zijn rondjes. “Hij is een knuffelbeer”, vertelt Mulders, die na lang zeuren van haar ouders op haar vijftiende eindelijk een hond kreeg. “Toen Spirit nog werkte was hij ook een echte clown. Als kinderen bang waren ging hij op de grond liggen rollen om ze aan het lachen te maken.”
Op de Sleutel mag Christie tien minuutjes langer doorlezen met de vijf maanden oude puppy Ross tegen zich aan. “Ze kan er zo van genieten”, zegt juf Eva. Christie was in haar boek bij hoofdstuk 8, maar ze is opnieuw begonnen, anders kan Ross het niet volgen.
“Nee niet op het biebboek kauwen”, zegt Christie tegen het hondje. En dan tegen de juf: “Honden hebben altijd van die rare streken.”
Stilzitten houdt Ross nog niet lang vol. Hij verschuift de tafel waar zijn riem aan vast zit en bedelt Karen Mulders met zijn witblauwe ogen om een verzetje. Meester Roy komt Cristie ophalen. De voorleestijd zit erop. “Boek oppakken”, zegt hij op heldere toon, maar het lijkt alsof Christie hem niet heeft gehoord. Meester Roy bekijkt haar secondenlang, met een twinkeling in zijn ogen. Ten slotte staat Cristie op en loopt ze mee. Daar gaat ze, door de klapdeuren de aula uit, een halve pas achter de meester aan. Het lijkt alsof ze zich inbeeldt dat ze een hondje is, dat wordt uitgelaten door zijn baasje.

{noot}
*Een fictieve naam. Lotte is uit huis geplaatst. Haar moeder mag niet weten waar ze is.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.