- blad nr 12
- 21-7-2014
- auteur L. Douma
- Redactioneel
Lesgeven aan de student anno 2014
Een beetje sneller graag
De één leest de Spits, de ander bladert in een Metro. Een student probeert de blik te vangen van een studente verderop. Zijn buurman kauwt op een boterham.
Veel studenten hebben hun laptop opengeklapt, of swipen over een tablet. Als de docent een blik op hun scherm werpt, ziet hij dat ze echt niet alleen met zijn college bezig zijn. Angry Birds en Wordfeud zijn populair. “Dat pratende hoofd met die powerpoint zien ze amper”, vat Mathieu Weggeman, hoogleraar organisatiekunde aan de Technische Universiteit Eindhoven, samen.
Die desinteresse is een doorn in het oog van menig docent. Jarenlang heeft hij kennis vergaard die hij graag over zou brengen, maar de onderuitgezakte generatie screenagers lijkt maar niet bij machte de aandacht erbij te houden.
In plaats van daarover te mopperen, moet de docent zijn lessen aan die nieuwe generatie aanpassen, vinden drie docenten uit het hoger onderwijs. “Studenten gaan uit van verandering, terwijl er veel leraren zijn die stilstaan”, vindt Gerda Schapers, onderwijssocioloog en werkzaam als docent/trainer bij commerciële hbo-opleiders. “Veel docenten geven les op de manier waarop ze vroeger zelf les kregen. Zij gaan volledig voorbij aan de kwaliteiten van deze generatie.”
“Docenten hebben de macht. En machtige mensen passen zich minder snel aan aan minder machtige mensen, aan studenten dus”, signaleert hoogleraar Weggeman. Aan multitaskende studenten, moet je je als docent ook niet willen aanpassen, riposteren andere docenten. Want multitasken leidt tot kwaliteitsverlies.
Tevreden studenten
“Docenten veronderstellen dat kwaliteitsverlies altijd slecht is. Maar dat is niet zo”, stelt Weggemans. Volgens de hoogleraar weten studenten van nu hun ‘multitask-knop’ aan te zetten wanneer dat noodzakelijk is. Docenten die die knop zelf niet hebben, negeren die kwaliteit. “Dat maakt dat studenten het huidige onderwijs saai vinden. Onderwijs neemt ook een minder dominante plek in dan destijds in mijn jeugd. Vervelen ze zich? Dan beginnen ze een bedrijfje ernaast of ontwikkelen een app’je. Die ondernemingslust vertaalt zich niet naar cijfers.”
Beu van de onderuitgezakte student deed Weggeman een experiment. “Ik heb drie colleges in één gegeven. Ik gaf een traditioneel college, liet tegelijkertijd een film zien over een verwant onderwerp en gaf mijn studenten ook nog eens een casus.” Op een traditioneel college ‘scoort’ Weggeman een 7,2 in kennisoverdracht. De kennisoverdracht van zijn experimentele college was goed voor een 6,9. “Dat is dus 0,3 kwaliteitsverlies. Maar de studenten kregen drie keer zoveel kennis aangeboden. Bovendien ‘scoorde’ dit college een 9,6 op studenttevredenheid: ultimate high voor de hele universiteit.”
De decaan van de TU Eindhoven wilde van Weggeman weten hoe hij aan zo’n mooie tevredenheidsscore kwam. “Toen ik het hem uitlegde zei hij: Je moet altijd zo lesgeven. Ja, zei ik, maar het kostte wel drie keer zoveel voorbereidingstijd, want ik moest de drie colleges op elkaar afstemmen. Laat dan maar, zei de decaan. Daar hebben we geen geld voor.”
Saai
Omdat studenten een korte spanningsboog hebben, sneller denken, maar ook eerder verveeld zijn, is parallel processing - de vaardigheid waar Weggeman in zijn experiment een beroep op deed – uitermate geschikt voor screenagers, vindt ook onderwijssocioloog Schapers. Bovendien moet de docent aan deze doelgroep constant uitleggen wat de student aan bepaalde kennis heeft. “Mijn generatie docenten – ik ben 65 – gaat nog uit van lang houdbare kennis. Maar kennis is vergankelijk. En studenten zijn kritisch: zij willen alleen dat leren waar ze wat aan hebben. Vroeger werd ons bijvoorbeeld opgedragen de topografie van Oost-Groningen te leren. Nu wil een leerling weten waar dat goed voor is. Dan moet je als docent met een beter antwoord komen dan dat dat nu eenmaal in de kerndoelen staat.”
Schapers vindt dat de Universiteit van Nederland, opgezet door screenager Alexander Klöpping, goed begrepen heeft hoe het moet. Zij knippen een onderwerp in vijf stukken van ruim een kwartier en zoeken steeds een andere expert die zijn verhaal op een vlotte manier overbrengt.
Inez Groen, hbo-docent en coauteur van Generatie Einstein uit 2010, stelt ook dat het nog steeds mogelijk is de aandacht van jongeren te vangen. “Maar de vanzelfsprekendheid is weg. Het naambordje ‘docent’ maakt niet meer dat jongeren je als een autoriteit accepteren. Ze spreken je op een gelijkwaardig niveau aan. Als ik naar een conferentie ga en er is een saaie spreker, veins ik interesse. Dat hoef je van deze generatie niet te verwachten, die doet niet uit beleefdheid alsof ze aandachtig is. Bij ons op de opleiding is daarom echt ingebakken dat we gedurende een college uitleggen wat de relevantie is van een bepaald onderwerp. Doen we dat niet, dan zakken studenten weg. Ik heb daar begrip voor. Er zijn zo verschrikkelijk veel partijen die vechten om hun aandacht. En dus hebben jongeren zich aangeleerd zelf een selectie te maken uit dat enorme aanbod.”
Het onderwijs aan screenagers mag dus wel een tandje of twee sneller. Letterlijk soms. Weggeman: “Ik weet van een andere universiteit waar de colleges minder werden bezocht. Wat bleek? Studenten – net als bij ons ingenieurs in wording – bekeken de colleges op internet. Ze verdubbelden de afspeelsnelheid en stelden de stem zo in dat hij niet meer Donald Duck-achtig was. Zo konden ze twee keer zo snel college volgen.”
De vaart erin houden, het nut benadrukken en parallel processing, het zijn strategieën die vooral werken voor slimme studenten. Weggeman: “Op het mbo kunnen ze ook wel aan parallel processing doen, maar daar vinden ze het niet zo leuk en is het kwaliteitsverlies groter.”