• blad nr 12
  • 21-7-2014
  • auteur W. de Lange, de 
  • Column

 

Macht

Er was een zweempje machtswellust, op kamp. Zo gaat dat. Maar ik zweer, ik heb niets verkeerds gedaan. Niemand heeft iets verkeerd gedaan. Er is zelfs niets verkeerd gegaan, op wat fietsenpech na. Het was een goed kamp. Wel eng. Het ging zo.
Zaklampen zijn verboden. Het is al middernacht geweest. Onze jonge stagiair, Wim, loopt voorop, de donkere Gooise nacht in. Achteraan loopt de master of horror, meester Iqbal. Zo nu en dan vertelt de meester een eng verhaal. Daartussenin lopen twee juffen, negen jongens en acht meiden. Eén meisje is doodstil. Eén kan er maar niet over uit, hoe weinig bang ze is. Twee meisjes klemmen zich rillend en ratelend aan een juf vast. Twee andere meisjes gillen exact zoals meisjes van veertien of vijftien moeten gillen, als ze uit zoenen zijn geweest. Alles is, zoals het hoort.
Meester Iqbal en Wim denderen voort, woeste helling op, woeste helling af. Alsmaar dezelfde helling. Dat hindert niet in het donker. “Ik vind het niet leuk. Ik vind het niet meer leuk. Juf, ik vind het echt niet meer leuk”, zegt Danielle met een klein, hoog stemmetje. Even stil. We horen de kikkers en de padden tekeergaan. “Ik vind het niet leuk. Ik vind het niet meer leuk. Juf, ik vind het echt niet meer leuk.” Ze houdt het bij dezelfde tekst en dezelfde melodie. Juf Mirjam en ik mompelen soms iets terug, maar we kunnen de angst niet wegtoveren. “Ik vind het niet leuk. Ik vind het niet meer leuk. Juf, ik vind het echt niet meer leuk.”
Toch doet Danielle mee, als iedereen zich moet verstoppen. Gegil, gelach, gezoek. Als we zelfs juf Mirjam weer gevonden hebben, lopen we naar ‘de heksenkring’. Dat is een zanderig rondje, dat de pony’s hebben uitgesleten in de hei. Het stukje land om ons heen is in het donker tot een onafzienbare wildernis uitgegroeid. Eng verhaal vertellen, beetje toveren door drie rondjes in de heksenkring te lopen, toverspreuken, en dan… komt er echt een gestalte aan, over de hei.
Ik zie niets, nachtblind als de hel die we bij elkaar gelogen hebben. Maar Wim en meester Iqbal verzekeren me later dat er echt iemand aankwam. “Nou jongens, we gaan terug”, zegt de meester. We lopen zo rechtstreeks mogelijk naar het kamp. Danielle is helemaal verstijfd, maar blijft eentonig zingen: “Ik vind het niet leuk. Ik vind het niet meer leuk. Juf, ik vind het echt niet meer leuk.”
Als de kinderen een half uur later in bed liggen, krijgt Danielle haar klapperende tanden en haar rillende ledematen niet meer stil. Ze blijft rillen en heel snel praten. Destiny ligt al te snurken, de andere meisjes in het huisje willen ook slapen. Maar Danielle is buiten zichzelf.
Ik moet iets doen. Tot mijn eigen verbazing word ik goeroe. Ik duw met twee handen zachtjes op Danielle’s schouders, verbied haar te praten, doe haar een ademhalingsoefening voor en ga zelf in dat ritme ademen. Binnen vijf minuten is ze diep in slaap. Ik kan het niet geloven. Ze was natuurlijk gewoon bekaf.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.