• blad nr 12
  • 21-7-2014
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

 

‘Sla een stotteraar niet over’

Leerlingen die stotteren (tegenwoordig vaak afgekort als PDS, omdat velen het woord ‘stotteraars’ niet plezierig vinden), moeten op school stevig in hun schoenen staan. Een stotteraar is een makkelijk mikpunt van pestkoppen en groeps- en prestatiedruk zorgen voor schaamte.

Tekst Aranka Klomp Beeld Typetank

Ilanda de Dood is logopedist/stottertherapeut aan het Stotterinterventiecentrum in Alkmaar. Zij begrijpt goed dat docenten onzeker kunnen worden van een leerling die stottert in de klas. “Het roept nu eenmaal spanning op in de communicatie en niet alleen bij de PDS, maar ook bij zijn gesprekspartner en in de hele klas. Moet je bijvoorbeeld wel of niet onderbreken of aanvullen?” Volgens De Dood is dit een vraag die een docent in een eerste gesprek met de leerling moet stellen. “Het is een misverstand dat onderbreken per definitie níet mag. Sommige mensen die stotteren, vinden het juist heerlijk als hun zin wordt afgemaakt. ‘Anders sta ik maar te klungelen’. En in gewone gesprekken vullen we elkaar toch ook aan?” Tijdens stottertherapie leert een PDS vaak ook zelf aan te geven wat hij prettig vindt.
“Openheid en overleg zijn het allerbelangrijkste”, beaamt Roy van Lierop (21), in therapie bij De Dood en student elektrotechniek uit Alkmaar. Vooral op de basisschool werd hij gepest. Hier had de docent een belangrijke rol kunnen spelen. “Had de leraar de klas nu maar voor het begin van de lessen verteld over mij, want het pesten kwam voort uit onbegrip. Ik druk iedere docent op het hart: Laat de groep er niet pas achter komen zodra de PDS voor het eerst zijn mond open doet. Die vuurdoop is traumatisch voor het kind zelf, maar overvalt de klas ook.”
De leerling die stottert kan in de ‘voorlichting’ worden betrokken, adviseert Roy. “Als je een spreekbeurt of presentatie mag geven over wat stotteren is en wat het voor jou betekent, kijkt niemand ervan op dat je daar stotterend over vertelt. Dat neemt wat van de spanning weg.” En hij heeft nog een tip: Spreek af dat als een docent beurten geeft in de klas, hij begint bij de leerling die stottert. “Het afwachten of en wanneer je moet spreken, zorgt voor enorme paniek. Ik miste daardoor vaak wat anderen in de klas zeiden.”
Daarbij is het van belang dat docenten weten in welke fase van (eventuele) therapie een PDS zit. Ilanda de Dood: “Moet een leerling misschien tijdelijk worden ontzien in de les, of juist extra uitgedaagd worden om hardop te spreken? Welke spreektechniek oefent de leerling op dat moment en wat betekent dat in de les?” Slechts 1 procent van de Nederlandse bevolking stottert, dus docenten kunnen er onmogelijk alle ins en outs van weten, meent De Dood. “In gesprek dus, met leerling, ouders en therapeut.”
{Kadertjes en tips}
Wat is stotteren?
De definitie luidt: ‘Spraak die gekenmerkt wordt door veel voorkomende herhalingen of verlengingen van klanken, lettergrepen of woorden, of door veel voorkomende aarzelingen of pauzes.’ Vaak gaat stotteren gepaard met onderliggende problematiek: faalangst, spreekangst en minderwaardigheidsgevoelens. Soms is het lastig stotteren te herkennen, omdat kinderen vermijdingsgedrag kunnen vertonen, bijvoorbeeld andere woorden kiezen of hun mond houden. Stotteren begint meestal tussen twee en vijf jaar en is voor een belangrijk deel erfelijk bepaald. Nederland telt circa 170.000 mensen die stotteren.

Tips voor docenten
Accepteer dat stotteren voor beide gesprekspartners ongemakkelijk kan zijn. Probeer desondanks zelf rustig en ontspannen te blijven praten.
• Sla het kind niet over bij beurten om het te ontzien. Die uitzonderingspositie ervaart de leerling vaak als vervelender dan het stotteren zelf.
• Laat op de basisschool het kind tijdens een leestest fluisterend lezen, in plaats van hardop. Dikwijls gaat dit vloeiend. Hardop lezen gaat vaak ook beter als dat in groepjes gebeurt.
• Leerlingen die stotteren, kunnen zich uit schaamte ongeïnteresseerd gedragen in de les. Probeer hier doorheen te prikken.
• Praat met de klas over stotteren. Leg uit wat het is, laat de PDS vertellen hoe hij het ervaart en geef aan dat pesterijen niet worden getolereerd.
• Houd in gesprekken of tijdens beurten oogcontact. Laat zien dat het om de inhoud van het verhaal gaat en niet om de manier waarop de PDS het vertelt.
• In het hoger onderwijs kan stotteren tot studievertraging leiden. Wijs de student op tegemoetkomingen bij functiebeperkingen, zoals een verlenging van de prestatiebeurs.
• Bespreek met een student die stottert wat de (gevreesde) invloed is op practica of stages. Stimuleer de student het stotteren bespreekbaar te maken bij docenten, medestudenten en op de stageplek.

Meer informatie
Op de site van de Nederlandse Federatie Stotteren (NFS) staat veel informatie voor docenten in basis-, voortgezet en hoger onderwijs. In de webwinkel is een lesprogramma en een dvd verkrijgbaar. Zie www.stotteren.nl
‘Stotteren doe je niet alleen, een hulpboek voor jongeren’ (2013) van Carla van Wensen en Ilanda de Dood, kan een hulpmiddel zijn in de klas. Uitgeverij SWP Amsterdam, ISBN 97.8908.8504.327
Logopedist/stottertherapeut Annelies Mobach maakte voor basisschooldocenten de folder ‘Stotteren en lezen’. Ze wijst onder andere op stilleestests (Cito leestechniektoets voor groep 3 en de Cito leestempotoets voor groep 4 tot en met 8), als geldig alternatief voor de avi-toetsen en de Drieminutentoets. De folder is binnenkort verkrijgbaar via www.nedverstottertherapie.nl en www.stotteren.nl
‘Bende in Bababalonië’ is een musical voor groep 8, waarin de pesters van Tim, die stottert, terechtkomen op een mysterieuze plek waar stotteren heel gewoon is. De musical is te verkrijgen op www.repenroer.nl. Daar zijn ook de liedjes te beluisteren.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.