• blad nr 12
  • 21-7-2014
  • auteur D. van 't Erve 
  • Redactioneel

 

Leerkracht met een label

Leerkrachten met dyslexie, autisme, adhd of een ander label: ze bestaan. Als kind werden ze gewoon als lastig, druk of dromerig bestempeld. Vaak volgde pas op latere leeftijd een diagnose en vielen de puzzelstukjes op hun plaats.
Ze zijn er trots op dat ze hun lerarenopleiding haalden en in het onderwijs werken. Toch blijft hun beperking of stoornis een taboe: ze vertellen het niet tijdens een sollicitatiegesprek of houden hun mond tegen collega’s, uit angst voor onbegrip of afwijzing. En dat is jammer, vinden ze, want juist zij zijn heel gedreven en kundig om leerlingen verder te helpen. En ze zijn een voorbeeld voor kinderen die zelf iets hebben.
Drie leerkrachten die wel open durven te vertellen over hun schooltijd, het werk en hun visie op passend onderwijs, dat na de zomer start.

Gilles de la Tourette
Het syndroom van Gilles de la Tourette is een neuropsychiatrische aandoening die bij ongeveer 160.000 Nederlanders voorkomt. Zij hebben last van meerdere tics, zoals knipperen met de ogen of kuchen, die langer dan een jaar aanhouden. Schelden komt slechts bij 6 procent voor.
Bron: www.tourette.nl

PDD-NOS
Ongeveer 25.000 kinderen in Nederland hebben een stoornis uit het autismespectrum, waarvan het overgrote deel pdd-nos. Dit is de afkorting van Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified. De diagnose wordt gesteld als iemand niet alle kenmerken van autisme heeft, maar wel een aantal. Zij kunnen bijvoorbeeld minder goed sociaal contact maken of hebben een star patroon van zich herhalende, typische bezigheden. Op latere leeftijd kunnen verschijnselen en de ernst ervan verminderen.
Bron: www.ggzcentraal.nl

ADHD
Adhd staat voor Attention Deficit/Hyperactivity Disorder. Mensen met adhd zijn rusteloos, impulsief en kunnen zich moeilijk concentreren. In Nederland heeft 3 tot 5 procent van de kinderen tot zestien jaar adhd, en ongeveer 40.000 worden daarvoor behandeld. Bij een groot deel blijven ook op latere leeftijd de verschijnselen bestaan.
Bron: www.ggzcentraal.nl

Altijd tics

Laura Beljaars (25) is net klaar met de pabo. Op haar elfde werd bij haar het syndroom van Gilles de la Tourette vastgesteld.

“De hele tijd snuffen, dat was mijn eerste tic, die begon op mijn derde. Hoe ouder ik werd, hoe meer tics erbij kwamen. Van draaien met de ogen tot en met schudden met het hoofd of aanspannen van spieren. Op de middelbare school had ik wel driehonderd tics per kwartier en allerlei dwanggedachten. Dat was niet te doen. Na een loodzware therapie heb ik twee jaar geen tics gehad. Nu heb ik er nog een paar, ik zit op zestig tics per kwartier. Dat is vermoeiend en zorgt voor concentratieproblemen, maar ik vind het goed zo. Tourette hoort bij mij, helemaal zonder tics zou ik mezelf niet zijn.
Ik ben nooit gepest. Ik was er altijd heel open over, dat helpt. Op school was ook alle begrip. Doordat mijn arm bijvoorbeeld verkrampt, heb ik een slecht handschrift. Proefwerken mocht ik op de laptop maken en afgezonderd, zodat ik me beter kon concentreren.
Ook voor de klas heb ik het nooit als probleem ervaren. Toch zal ik tijdens een sollicitatiegesprek niet vertellen dat ik Tourette heb. Mensen associëren dit direct met iemand die onbeheerst staat te vloeken voor de klas. Dat klopt niet, maar ik denk dat ik toch minder kans maak als ik er open over ben. Terwijl het juist zo goed is om een leerkracht met een beperking aan te nemen. Die laat zien dat het heel normaal is om iets te hebben en dat je daarmee ook succesvol kunt zijn. Ook door passend onderwijs kunnen kinderen van jongs af aan ervaren dat iedereen anders is. Maar ik maak me wel zorgen: de klassen zijn groot en de werkdruk is al zo hoog. Er zijn grenzen aan wat leerkrachten aankunnen.”

Puzzelstukjes

Sacha (46) kreeg onlangs de diagnose pdd-nos. Ze werkt als invalkracht op basisscholen en volgt de master Special Educational Needs.

“Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik anders was. Weliswaar was ik graag op mezelf, maar ik werd niet gepest en had goede vriendinnen. Pas toen mijn zoon onlangs de diagnose pdd-nos kreeg, vielen voor mij ook puzzelstukjes op hun plek. Doordat ik heel talig ben, heb ik me goed weten te redden. Het is tevens een valkuil, weet ik nu. Door de vele details en alle ideeën die ik inbreng, haken mensen af. Het is gewoon te veel. De meeste moeite heb ikzelf met plotselinge veranderingen of om direct te reageren op een vraag van een collega of ouder. Pas als ik al mijn werk af heb, ga ik naar huis. Als ik dus ’s ochtends te horen krijg dat ik in een andere klas moet invallen, dan flip ik. Ik weet me te redden door de kinderen aan het werk te zetten en even de klas uit te gaan om tot mezelf te komen. Het is fijn dat ik nu hulp krijg om hier beter mee om te leren gaan.
Het is goed dat meer leerkrachten open over hun beperking durven te zijn, ze hebben een voorbeeldfunctie. Bovendien kan ik, juist door wat ik heb, snel signaleren dat er iets met een kind aan de hand is en hem of haar goed verder helpen. Toch stuit ik bij collega’s wel op weerstand en onbegrip. Na ruim tien jaar is een vaste baan mijn grootste wens en vandaar dat ik mijn achternaam niet noem. Kinderen accepteren anderen gewoon zoals ze zijn. Het lijkt erop dat dat voor de maatschappij nog een stap te ver is. Ook voor passend onderwijs zijn we nog niet klaar. De klassen zijn te groot en we krijgen te weinig middelen om elk kind zorg op maat te kunnen bieden.”

Trucjes

Leonie Hokke (28), docent Spaans op het Oostvaarderscollege in Almere. Vier jaar geleden kreeg ze officieel de diagnose adhd.

“Ik zat op een van de eerste daltonbasisscholen. Dat ik niet goed kon plannen of zelfstandig werken werd toegeschreven aan nieuwigheid: iedereen moest nog wennen aan het nieuwe systeem. Die schooltijd ging goed omdat ik erg aan het handje werd gehouden. De havo was een ander verhaal. Mijn cijfers werden slechter, leerkrachten vonden me vervelend in de klas. Dat ik moest stilzitten, vond ik het ergst: ik wilde het wel, maar mijn lichaam niet. Uit de test bleek dat ik adhd had, maar niemand wist nog precies wat dat was. Ik was het er gewoon niet mee eens, dus ik legde die diagnose naast me neer. Ik had mijn trucjes om me staande te houden, verzon van alles om even op te mogen staan. Uiteindelijk haalde ik zonder vertraging mijn diploma. Pas na de lerarenopleiding besloot ik me nogmaals te laten testen. Ik had een vaste baan en had een huis gekocht, maar de onrust bleef. Dat je weet waar de ongeorganiseerdheid, impulsiviteit en drukheid vandaan komt, geeft voor een deel al rust. Vanuit school krijg ik alle begrip en coaching om ermee te leren omgaan, dat is heel prettig. Twee jaar heb ik Ritalin geslikt, waardoor alle impulsen gedoseerd binnenkomen en de drang verdwijnt om alles tegelijk te willen doen of te uiten. Een maand geleden ben ik gestopt omdat alles wel heel saai werd. Tot nu toe gaat het goed, maar ik zal het morgen mijn collega’s eens vragen, haha.
Passend onderwijs is op zich een goed plan. Ik vrees alleen dat voor leerlingen die zich nu in het speciaal onderwijs goed kunnen redden, de omslag naar een reguliere grote school te groot zal zijn.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.