- blad nr 12
- 21-7-2014
- auteur Y. van de Meent
- Redactioneel
Een op de drie hbo-docenten is flexwerker
Doorgeslagen flexibilisering
‘Het ligt niet aan jouw kwaliteiten, maar we kunnen je niet meer inhuren’, kreeg freelance-docent Daan Westerink te horen bij de opleiding social work van de Hogeschool Utrecht. Zzp’ers moeten er in dienst komen als ze les willen blijven geven. Maar dat wil Westerink niet. “Ik ben ondernemer en dat wil ik ook blijven.” Vreemd genoeg kan ze voorlopig wel blijven freelancen bij de opleiding journalistiek van dezelfde hogeschool. “Ze hebben me gevraagd komend studiejaar een lessenserie bloggen en online publiceren te verzorgen. Dat betekent dat ik de eerste twee blokken van het studiejaar acht uur per week lesgeef.”
Het tekent de verwarring die in het hbo is ontstaan, nu het kabinet de groei van het flexwerk een halt wil toeroepen. De Belastingdienst is veel actiever bij het handhaven van de regels voor de inzet van zelfstandigen dan hogescholen gewend waren. De ene belastinginspecteur interpreteert de regels daarbij strikter dan de andere.
Saxion Hogeschool besloot begin dit jaar te stoppen met het inhuren van zzp’ers, omdat de inspectie in Enschede had laten weten dat zelfstandigen niet ingezet mogen worden in het onderwijs. De 120 freelance-docenten krijgen een tijdelijk dienstverband aangeboden. De zzp’ers die niet in loondienst willen komen, moeten stoppen met lesgeven.
De bijna vijfhonderd zzp’ers die bij de Hogeschool Utrecht rondlopen, hoeven hun werkzaamheden nog niet te staken. De hogeschool kreeg vorig jaar een naheffing van bijna een half miljoen euro omdat er onjuist is omgegaan met de inzet van freelance-docenten. Maar zolang de Vereniging Hogescholen en de Belastingdienst nog overleggen over wat er vanaf 1 januari wel en niet mag, mogen opleidingen zelfstandigen voor de klas zetten. Zolang het maar met mate gebeurt. Dat Daan Westerink niet meer ingehuurd wordt bij social work, is dus geen gevolg van hogeschoolbeleid. “Bij social work zijn ze gewoon voorzichtig”, weet ze. “Ze nemen het zekere voor het onzekere en huren helemaal geen zzp’ers meer in.”
Draaideurdocenten
De onzekerheid over de toekomst van de freelance-docent zorgt voor extra beroering in de toch al onrustige opleidingteams, waar het vaak een komen en gaan is van flexdocenten. Rond de eeuwwisseling kregen nieuwe hbo-docenten meestal een jaarcontract, dat bij goed functioneren automatisch werd omgezet in een vast dienstverband. Maar de laatste tien jaar maken hogescholen vaak maximaal gebruik van de flexibiliteit die de wet hun biedt. Docenten krijgen drie keer een jaarcontract voor ze in aanmerking komen voor een vaste baan.
Maar die vaste baan is lang niet voor iedere tijdelijke kracht weggelegd. In de enquęte hoger onderwijs, waaraan dit voorjaar ruim vierhonderd AOb-leden meededen, gaf een kwart van de respondenten aan dat hun flexcollega’s zelden of nooit een vaste baan krijgen. Na drie jaarcontracten gaan ze drie maanden de ww in, om daarna weer in tijdelijke dienst te komen. Een van de deelnemers aan het AOb-onderzoek is zelf zo’n draaideurdocent geweest. ‘Ik ben een aantal keren na drie jaar ontslagen en drie maanden later weer aangenomen. Dat heeft in totaal acht jaar geduurd.’
Door dit personeelsbeleid is de flexibele schil in het hbo flink uitgedijd. Een op de drie hbo-docenten is nu flexwerker, bleek vorig jaar uit onderzoek in opdracht van Zestor, het arbeidsmarktfonds voor het hbo. Toen was nog niet bekend hoeveel zzp’ers er ingehuurd worden, maar uit een recente inventarisatie van de Vereniging Hogescholen blijkt dat een op de vijf hbo-docenten zelfstandige is. Zij doen over het algemeen kleine klussen, want samen verzorgen ze maar 5 procent van het totaalaantal lesuren in het hbo.
Docenten in tijdelijke dienst hebben een veel groter aandeel in het aantal gewerkte uren. Volgens het Zestor-onderzoek waren zij in 2011 goed voor 19 procent van alle werkuren. In totaal werd ongeveer 28 procent van al het werk uitgevoerd door flexwerkers, in 2003 was dat nog maar 23 procent. Daarmee zit het hbo boven het landelijk arbeidsmarktgemiddelde. En ook in vergelijking met andere onderwijssectoren heeft het hbo een grote flexibele schil. In het mbo wordt 18 procent van het werk uitgevoerd door flexwerkers, in het voortgezet onderwijs is dat 17 procent en in het primair onderwijs 12.
Zekerheid
De overgrote meerderheid van de flexwerkers wil het liefst een vaste baan, constateren de Zestor-onderzoekers. Michiel Ouwehand is zo’n flexdocent tegen wil en dank. Of eigenlijk was, want in augustus gaat hij vier dagen in de week aan de slag bij de mbo-afdeling van het Scheepvaart en Transport College (STC) in Rotterdam. Tot zijn eigen verbazing krijgt hij meteen een vaste aanstelling. “Ik viel zowat van mijn stoel.”
Ouwehand was bijna drie jaar in tijdelijke dienst bij de Hogeschool van Amsterdam, maar liep zijn vaste aanstelling mis omdat de opleiding waar hij werkte werd ‘uitgefaseerd’. Hij had goede hoop dat hij na drie maanden ww bij een andere HvA-opleiding aan de slag zou kunnen, maar ontdekte dat hij in het hbo geen kans meer maakt op werk omdat hij geen mastertitel heeft. Zelfs een tijdelijk contract zit er zonder die titel niet in. Daarom doet hij een deeltijd MBA-opleiding en sprokkelt hij als freelance-docent een deeltijdbaan bij elkaar. De afgelopen twee jaar heeft hij lesgegeven bij een particuliere hogeschool, twee particuliere mbo-opleidingen en bij een agrarische hogeschool.
Aanvankelijk werd Ouwehand ingehuurd als zzp’er, maar sinds de Belastingdienst de regels heeft aangescherpt, werkt hij op een nul-urencontract en via payroll-constructies. Hoewel hij straks vijf uur per dag moet reizen en nog niet weet hoeveel hij gaat verdienen, is hij dik tevreden met zijn baan als mbo-docent. “Ik heb nu in ieder geval voor vier dagen per week zekerheid en hoef niet meer voor een paar lesuurtjes het halve land af te reizen.”
De groei van het flexwerk is niet alleen frustrerend voor de tijdelijke docenten zelf. Steeds nieuwe docenten inwerken die niet de kans krijgen om zich aan de opleiding en hun studenten te binden, leidt tot een vrijblijvend onderwijsklimaat, blijkt uit de enquęte onder AOb-leden. Door de onzekerheid over hun aanstelling durven flexdocenten bovendien niet kritisch te zijn.
David van Moppes, docent in tijdelijke dienst bij de Hogeschool Rotterdam, beaamt dat. “Hogescholen kunnen zomaar van je af, ook als je fantastisch functioneert”, heeft hij in zijn vorige baan ervaren. “Daar word je als docent onzeker van. Ik snap best dat werkgevers flexibiliteit willen en zie ook wel dat het heel moeilijk is om van een ingeslapen docent in vaste dienst af te komen. Maar het is nu dankzij al die flexibele contracten een werkgeversparadijs.”
Stabiliteit
Het einde van dat werkgeversparadijs is in zicht. Niet alleen omdat het kabinet de doorgeschoten flexibiliteit aanpakt via de Wet werk en zekerheid. Daarin wordt geregeld dat werknemers niet pas na drie jaar, maar na twee jaar tijdelijke dienst aanspraak kunnen maken op een vast contract. Ron Bormans, collegevoorzitter van de Hogeschool Rotterdam, omarmt die maatregel ‘con amore’ en gaat zelfs een stapje verder. “Eigenlijk moet je binnen een jaar al kunnen beoordelen of iemand een vast contract verdient.”
De vaste aanstelling moet weer de norm worden, want rust en stabiliteit in een docententeam zijn de basis voor goed onderwijs, vindt Bormans, die ook de delegatie leidt die namens de Vereniging Hogescholen onderhandelt over de nieuwe hbo-cao. Dat heeft in het recente verleden te weinig aandacht gehad door de onstuimige groei die het hbo doormaakte. “Er waren opleidingen die 8, 10 of 12 procent per jaar groeiden. Dan moet je zo snel mogelijk mensen binnenhalen. Daardoor zijn leidinggevenden sterker gaan leunen op tijdelijke docenten en zzp’ers.”
Bij de Hogeschool Rotterdam heeft dat ertoe geleid dat 30 procent van het werk wordt gedaan door flexdocenten. Dat kan makkelijk terug naar 20 procent, vindt Bormans. “We hebben in het hbo niet te maken met instortende studentenaantallen. Het hoger onderwijs wordt vergeleken met andere maatschappelijke sectoren bovendien gespaard bij de bezuinigingen.” Het risico dat een hogeschool plotseling docenten moet ontslaan en tegen hoge kosten oploopt omdat ze in vaste dienst zijn, is dus niet zo heel erg groot.
Over de inzet van zzp’ers in het onderwijs is Bormans ook duidelijk. Docenten die 80 procent van hun tijd bij één hogeschool voor de klas staan en dat op factuurbasis doen, zijn schijnzelfstandigen. “Een hogeschool moet zo’n docent gewoon in dienst nemen.” Hetzelfde geldt wat hem betreft voor zzp’ers die werk doen dat ook door een gewone docent gedaan kan worden. “De zelfstandige die een module marketing geeft bij de opleiding commerciële economie of het vak inleiding in de mechanica bij werktuigbouw, moet ook gewoon in dienst komen.”
Maar de hogescholen zijn in gesprek met de top van de Belastingdienst over de uitzonderingen daarop. “Wij vinden het noodzakelijk dat er ruimte blijft voor de inhuur van mensen met specialistische kennis of unieke vaardigheden die werken in sectoren die voor ons van belang zijn en die niet van plan zijn om bij ons in dienst te komen. Zoals bijvoorbeeld de internist die elk jaar een paar modules verzorgt bij de opleiding verloskunde. Of de architecten waarop de Academie voor Bouwkunst drijft. We hebben ruimte nodig om de buitenwereld naar binnen te halen, willen we het beroepsonderwijs fris houden.” Of er afspraken gemaakt kunnen worden met de Belastingdienst en hoe die er dan uitzien, is nog niet duidelijk. “Het is een zoektocht waar we middenin zitten. Misschien komen we uit op een maximaal aantal door zzp’ers uitgevoerde lesuren per opleiding.”
Betaalde vakantie
Intussen zijn er al hogescholen gestopt met het inhuren van zzp’ers. Daardoor hebben zelfstandigen opdrachten verloren of zijn ze gedwongen te kiezen tussen ondernemerschap en lesgeven. Nynke de Geus is freelance-docent bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. In februari kreeg ze te horen: ‘Als je hier wilt blijven werken - wat wij erg graag willen - moet je in dienst komen.’
Na een tijdje aarzelen heeft ze een jaarcontract getekend. “Vanaf 1 augustus ben ik twee dagen per week in loondienst. Dat heeft wel consequenties voor mijn ondernemerschap. Ik maak als zzp’er waarschijnlijk niet meer genoeg uren om in aanmerking te komen voor zelfstandigenaftrek. Dan ga ik er financieel op achteruit.” Maar daar staat tegenover dat ze straks met een aanstelling van zestien uur maximaal twaalf uur per week lesgeeft. Terwijl ze nu zeventien uur per week kan declareren, maar wel twee volle dagen voor de klas staat. En ze krijgt een dertiende maand en vakantiegeld. “Dat zijn de mooie dingen. Als ik in augustus in dienst treed ben ik nog op vakantie en dat wordt betaald. Maar het belangrijkste: ik heb twee dagen in de week leuk werk. Daar gaat het om.”
{noot}
Volg het nieuws over flexwerken in het hbo op www.hogeronderwijs.nu/dossierflexwerk
{kader}
Karige uurtarieven
Wat is een fatsoenlijk uurtarief voor een freelance-docent in het hbo? De AOb zou daar graag in adviseren, maar de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) ziet dat als een vorm van kartelvorming die concurrentieverstorend werkt. Het mag dus niet.
Maar op de achterkant van een sigarendoos is vrij eenvoudig te berekenen wat een zzp’er per uur zou moeten verdienen om uit te komen op het salaris van een ervaren docent in schaal 11. Rekening houdend met de dertiende maand, vakantiegeld, de werkgeverslasten die een zelfstandige zelf moet betalen en de 1659 uur die hbo-docenten werken, komt het sommetje uit op 45 euro per uur. Als een zzp’er net als een docent in loondienst 40 procent van zijn werktijd aan lesgeven besteedt, 40 procent aan voorbereiding en nakijkwerk, 10 procent aan professionalisering en 10 procent aan coördinatie, dan komt de prijs per uitgevoerd lesuur op €112,50.
Daar komen de tarieven die hogescholen volgens de geďnterviewden bieden, niet bij in de buurt. In het particulier onderwijs wordt 45 tot 60 euro per uur betaald, waarbij lesuren van vijftig minuten soms omgerekend worden naar klokuren. De Hogeschool van Arnhem en Nijmegen betaalt 70 euro per lesuur. Het starttarief bij de Hogeschool Utrecht is 37 euro per uur, maar daar kan een freelancer wel onderhandelen over het aantal voorbereidingsuren dat op de rekening gezet mag worden.
Daan Westerink (45) is onderzoeksjournalist, trainer en rouwdeskundige. Ze werkte vijftien jaar als redacteur voor radio- en tv-programma’s. Sinds 2008 heeft ze een eigen adviesbureau en verzorgt communicatietrainingen in de gezondheidszorg, onderwijs en uitvaart. Ze heeft zich gespecialiseerd in rouwverwerking en schreef daar twee boeken over. Sinds 2009 wordt ze door de Hogeschool Utrecht regelmatig ingehuurd als freelance-docent.
David van Moppes (39) werkt bij de Engelstalige opleiding International Business and Management Studies van de Hogeschool Rotterdam. In augustus krijgt hij zijn derde tijdelijke contract, maar dat wordt per 1 januari omgezet in een vaste aanstelling. Voor hij in Rotterdam aan de slag ging, werkte Van Moppes anderhalf jaar op een tijdelijk contract bij de Hogeschool van Amsterdam. Hij moest een nieuwe werkkring zoeken omdat de leerroute waar hij werkte, werd opgeheven.
Nynke de Geus (44) heeft een coaching- en trainingsbureau en werkt twee dagen in de week als freelance-docent bij de bachelor opleidingskunde van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Daar worden studenten opgeleid voor het vak dat De Geus zelf uitoefent. Ze begon twee jaar geleden als invaller voor een docent met zwangerschapsverlof en wordt sindsdien elke periode ingehuurd. Omdat de HAN stopt met het inhuren van zzp’ers komt ze per 1 augustus in loondienst.
Michiel Ouwehand (43) volgde een hbo-opleiding agrarische bedrijfskunde en specialiseerde zich in internationale handel en logistiek. Na een loopbaan in de agro-industrie stapte hij vijf jaar geleden over naar het hbo. Na drie jaarcontracten en twee jaar noodgedwongen freelancen in het particulier mbo en hbo, begint hij in augustus aan een vaste baan in het mbo.