• blad nr 12
  • 21-7-2014
  • auteur L. Douma 
  • Redactioneel

Wat trek je aan voor de klas? 

Je bent wat je draagt

Is dat rokje te kort? Staat dat jasje te stijf? Die jurk te frivool? Die schoenen te stoffig? Voor veel leraren zijn het hoofdbrekens. Je wilt er vlot uitzien, zonder dat je hetzelfde draagt als je leerlingen. Je wilt dat het zichtbaar is dat jij de baas bent, zonder dat je onbenaderbaar lijkt. Het Onderwijsblad weet raad.

Je bent wat je draagt. Maar in je leven vervul je verschillende rollen, bijvoorbeeld die van juf, vriendin, moeder, kind, geliefde en buurvrouw. Als geliefde vind je het misschien leuk een spannend jurkje te dragen met killer heels, als juf geeft dat de verkeerde boodschap.
’s Ochtends voor je klerenkast moet je er dus goed over nadenken wie je die dag wilt zijn, vertelt personal shopper Suzi Vasques Dias. “Je moet je afvragen wat je uit wilt stralen.”
Vasques Dias geeft regelmatig workshops over representativiteit en is bekend van onder andere het tv-programma Aperitivo. “Als ik een leraar als klant heb, zal ik hem vragen wat hij wil uitstralen. Hij zal dan bijvoorbeeld zeggen: toegankelijkheid, kundigheid, professionaliteit en autoriteit. Vervolgens zal ik hem vragen in zijn omgeving te inventariseren wat hij uitstraalt. Mensen zullen hem dan bijvoorbeeld zeggen dat hij nonchalant en gezellig oogt. Dan moet hij zich afvragen in hoeverre dat overeenkomt met zijn wensen. Een nonchalante uitstraling kan ervoor zorgen dat je toegankelijk overkomt. Dat wil de leraar. Maar kundigheid en professionaliteit straalt hij niet uit. Dat kan hij met zijn uiterlijke appearance oplossen. Voor deze leraar is de spijkerbroek met het palmboom T-shirt niet zo handig om aan te trekken. Hij kan beter voor wat zakelijker kledij kiezen zoals een jasje met een goed gestreken overhemd.”
Met de juiste look wordt je werk makkelijker, ontdekten studenten aan een eerstegraads lerarenopleiding een paar jaar geleden. Ze legden 193 leerlingen uit vier onderbouw- en vier bovenbouwklassen foto’s voor van neutraal kijkende leraren (van top tot knie). De ene helft kleedden zij formeel, dus in (mantel)pak, overhemd, stropdas, pantalon, rok, blouse en colbert. De rest informeel: spijkerbroek, trui, T-shirt met opdruk. De leerlingen moesten bij iedere docentfoto invullen of deze a) gezag heeft in de klas, b) iemand is waarop je kunt vertrouwen, c) het begrijpt als je iets niet snapt en d) wil dat het stil is in de les.
Wat bleek? Leerlingen uit de onderbouw menen dat een formeel geklede docent meer gezag heeft dan een docent die zich informeel kleedt. En zowel de onderbouw- als de bovenbouwleerlingen denken dat een docent met formele kleding meer waarde hecht aan stilte in de klas.

Korte broek
Tot dat inzicht zijn ze in Groot-Brittannië ook gekomen. De onderwijsinspectie gaat daar voortaan niet alleen letten op eindexamencijfers en lesgeven, maar ook of docenten zich representatief kleden. Volgens de baas van de Britse inspectie, Sir Michael Wilshaw, komt het nog te vaak voor dat docenten er uitzien alsof ze vakantie vieren of met een paar maten de kroeg in gaan.
De Nederlandse Onderwijsinspectie waagt zich niet aan de representativiteit van de docent. Wel zijn er schoolbesturen die voor hun personeel regels in een protocol hebben vastgelegd. De Katholieke Scholenstichting Utrecht en de Vereniging voor protestants-christelijk onderwijs de Oorsprong, hebben bijvoorbeeld in een code een aantal algemene punten geformuleerd. Zo behoren leraren ‘bij de schoolomgeving passende’ kleding te dragen, hun voorbeeldfunctie moet ‘herkenbaar zijn in hun kleding, make-up en andere lichaamsversieringen’ en medewerkers moeten zich realiseren dat kleding ‘ook hun autoriteit dient te ondersteunen’. Maar vervolgens is het aan de scholen van het bestuur zelf om die punten in te vullen.
Onbegonnen werk, betoogt personal shopper Vasquez Dias. “Het probleem met dat soort regels is dat ze niet maken dat mensen die er weinig van begrijpen, er ineens wel goed uit gaan zien. Als je een jasje voor de heren verplicht stelt, kan een docent er nog steeds onverzorgd uitzien omdat het jasje versleten is of veel te groot.”
Do’s and don’ts formuleren dan maar? Er zijn scholen die dat doen. De korte broek bijvoorbeeld is op een aantal scholen in de ban. Dat zo’n voorschrift tot hoogoplopende conflicten kan leiden blijkt uit het feit dat de Commissie Gelijke Behandeling er verschillende keren een uitspraak over heeft gedaan. De commissie oordeelde dat twee scholen een mannelijke docent niet hadden mogen verbieden een korte broek te dragen, terwijl vrouwelijke collega’s dit wel mochten. Het onderscheid is niet noodzakelijk of functioneel, stelde de commissie,
en dus werden er ten onrechte hogere eisen gesteld aan mannelijke collega’s.
Ook Vasquez Dias voelt er niets voor bepaalde kledingstukken te verbieden. “Ik vind het moeilijk om te zeggen dat een korte broek nooit mag. Ik zie meteen een plaatje voor me van een nette korte broek met een overhemd en een jasje er bij, mocassins aan de voeten. Als je weet hoe je het moet dragen, kan er veel. Het probleem is dat veel mensen niet weten hoe ze een korte broek moeten dragen. Als je een korte broek associeert met de camping, kun je hem beter niet aandoen.”
Vasquez Dias komt in reglementen vaak tegen dat vrouwen geen decolleté mogen tonen en geen tenen mogen laten zien; blote oksels zijn voor zowel mannen als vrouwen uit den boze. “In reglementen staan dingen die mensen met hun boerenverstand ook aan kunnen voelen. Bovendien kan die ene juf die altijd tot in de puntjes verzorgd is, er heel representatief uitzien met peeptoe-schoentjes en keurig gelakte nagels. Het probleem is dat andere docenten die die juf zien denken: Ah, open schoenen mogen dus toch. En voor je het weet komen zij met lange nagels en eelt op de voeten op gezondheidssandalen naar school. Tja, dat is niet de bedoeling.”

{kader}
Tips

Het Onderwijsblad verlootte twee make-overs. Lezers meldden zich en masse aan. Hun motivaties geven een mooi beeld van waarmee leraren worstellen als ze voor de kast staan. Personal shopper Suzi Vasquez Dias geeft advies.

Ik ben niet veel ouder dan mijn leerlingen. Hoe maak ik zichtbaar dat ik de docent ben?
“Elegantie is belangrijk als je autoriteit wilt uitstralen. Elegantie wordt namelijk verbonden aan status. Hoe speelser en olijker je je kleedt, hoe jonger de look. Kies voor eenvoudige modellen en koele tinten als blauw en wit, die scheppen afstand, terwijl warme tinten juist verbinden.”

De mode van nu is niet mijn smaak. Moet ik er toch aan geloven?
“Het is belangrijk dat je er als docent up-to-date uitziet. Dat betekent niet dat je trendy, modieus of hip gekleed hoeft te gaan. Maar je kledingkeuze moet wel uitstralen dat je weet wat er nu verkocht wordt. Dat toont dat je met beide benen op de grond staat en weet wat er speelt. De leerling moet niet het idee hebben dat de leraar van een andere planeet komt.”

Ik moet op tijd op mijn werk zijn, mijn jongste moet voor die tijd naar de crèche, mijn oudste naar school. Ik heb geen tijd er leuk uit te zien.
“Dat is mijn leven! Als je je uiterlijk belangrijk genoeg vindt, sta je gewoon tien minuten eerder op. Zoveel tijd kost het niet er verzorgd uit te zien. Hetzelfde geldt voor mensen die willen afvallen en zeggen dat dat niet lukt omdat ze geen tijd hebben om naar de sportschool te gaan. Integreer bewegen gewoon in je dagelijks leven, neem vaker de trap en ga eens op de fiets naar de supermarkt. En eet wat minder. Iedereen kan er leuker uitzien, als hij maar wil.”

Ik werk met kleuters en moet veel door de knieën. Een jasje zit me dan vaak in de weg. Moet ik het toch aan?
“Wanneer je aan kleine kinderen lesgeeft mag je er toegankelijker uitzien dan wanneer je aan jongvolwassenen lesgeeft. Op de basisschool is een strak pak met een overhemd voor een leraar misplaatst. Mijn oudste van zes heeft een juf die altijd van die vrolijke King Louie-jurkjes draagt en roodgestifte lippen heeft. Dat werkt heel goed voor haar, een kleuterjuf moet een warme uitstraling hebben.”

Oeps. Ik had laatst dezelfde broek aan als mijn leerling.
“Dat mag. Ik vind dat jonge meiden van tegenwoordig zich stukken vrouwelijker kleden dan vroeger. Dus dan is het niet vreemd als je eenzelfde kledingstuk draagt. Het gaat er om dat je niet copy-pastet. Neem bijvoorbeeld de skinny jeans. Die broek kan ik voor alle leeftijdscategorieën draagbaar maken. Een jonge meid draagt hem met een nette blouse. Een vrouw van 44 met een vest, een satijnen top en mooie hakken. En een lerares van zestig draagt hem met een colbertje en een hoog aansluitende top.”

Ik heb een eendagsbaard. Staat dat onverzorgd?
“Nee, dat is hip, dat mag. Maar niet iedereen kan het hebben. Johan die van zichzelf kundigheid en autoriteit uitstraalt, kan de nonchalance van de eendagsbaard wel hebben. Maar André die ook een versleten ribbroek draagt, komt met de eendagsbaard niet weg. Bij hem zullen mensen zich afvragen of hij ’s ochtends wel doucht.”

{citaatjes}
@C1:‘Als je een korte broek associeert met de camping, kun je hem beter niet aandoen’

@C1:‘Voor je het weet komen leraren met lange nagels en eelt op de voeten op gezondheidssandalen naar school’

@C1:‘Oeps. Ik had laatst dezelfde broek aan als mijn leerling’

{bij spread Nick op linkerpagina}

Afstand bewaren

Nick van den Hoek (21) is leraar omgangskunde-in-opleiding. Hij loopt stage op het Mbo College Hilversum: “Ik geef les aan jongeren tussen de 16 en 22 jaar. Sommigen zijn dus ouder dan ik. Daardoor vind ik het lastig de juiste kleding uit te zoeken. Ik wil graag met mijn kledingkeuze een bepaalde afstand bewaren.”

{bij spread Nick op rechterpagina}
Koude tinten

Nick: “Volgens personal shopper Suzi heb ik een toegankelijk uiterlijk en kan ik het best koude tinten dragen, die mij meer autoriteit doen uitstralen. Ik droeg altijd al wel bloesjes en zo, maar vaak in wat warmere tinten. Ik zal er nu zeker op letten dat ik voor andere tinten kies.
Ik heb zelf één jasje, maar dat heb ik destijds gekocht voor een begrafenis en verder amper gedragen. Dat jasje is inmiddels ook wel wat krap. Het jasje dat ik nu heb gekregen zit fijn, ik heb er voldoende bewegingsvrijheid in en het maakt dat ik er toch wat netter uitzie dan mijn leerlingen.
Suzi heeft sneakers voor me uitgezocht. Dat kan volgens haar prima, mits je de tong niet ziet.
Mijn haar was eerder wat langer. Ik heb een beetje inhammen en verborg die met mijn haar. Niet nodig, zei Suzi. Volgens haar straalt het juist zelfverzekerdheid uit als je je niet achter je haar verschuilt.
De make-over heeft ervoor gezorgd dat ik nu meer stilsta bij wat ik uitstraal. Collega’s en leerlingen reageerden positief. Als ik zelf weer ga winkelen, houd ik Suzi’s adviezen zeker in mijn achterhoofd.”

{bij spread Carmen linkerpagina}
Spijkerbroek, spijkerbroek, spijkerbroek

Carmen van Dam (40) geeft les aan groep 5/6 van basisschool Johanna Huiskamp in Eerbeek. ‘Ik vind het regelmatig een worsteling om te kiezen wat ik het best kan dragen op school’, schreef ze aan het Onderwijsblad. Die keuzestress was moeilijk verklaarbaar, vertelde ze later: “Elke dag kies ik uit spijkerbroek, spijkerbroek en spijkerbroek.”

{bij spread Carmen op rechterpagina}
Ceintuurtje

Carmen: “Toen Suzi met deze jurk kwam, dacht ik: Dat wordt niets. Het lijkt wel een pyjama, met zo’n druk motief. Maar ik trok de jurk aan. Aanvankelijk vond ik hem niet mooi staan. Totdat Suzi er een riem bij deed en de jurk wat bloesde. Toen was ik verkocht! Ik vind hem schitterend. Het grappige is dat er bij de jurk een ceintuurtje zat. Daarvan zei Suzi meteen: ‘Die halen we eraf, dat ceintuurtje zit voor jou op de verkeerde hoogte, we doen er een andere riem bij’. Dat zou ik zelf nooit verzonnen hebben. Sowieso heb ik van Suzi geleerd meer mijn silhouet te accentueren. Ik vind zelf dat ik wat brede heupen heb en wil die niet benadrukken. Daarom droeg ik bijvoorbeeld altijd een spijkerbroek met wijd uitlopende pijpen. Suzi heeft me doen inzien dat je een spijkerboek heel anders kunt dragen. Ze heeft me een skinny jeans aangedaan. Dat zou ik zelf nooit doen. Maar inderdaad: ik zie er slanker uit. Dat komt ook doordat ze me bij die skinny een truitje adviseerde dat beter aansluit op mijn lichaam. Volgens Suzi is het de truc je lichaam er als één geheel te laten uitzien. Daar let ik nu echt op.
Ook heb ik geleerd niet te donkere oogmake-up op te doen, daardoor vallen mijn ogen weg.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.