- blad nr 10
- 24-5-2014
- auteur R. Voorwinden
- Redactioneel
Op stap met het mobiel verzuimteam
‘Goedemorgen, we missen je op school’
Thijs van Steekelenburg en Yesim Toran van het mobiel verzuimteam maken ’s ochtends eerst een rondje langs de verzuimmedewerkers en verzuimcoördinatoren van de Delftse vestiging van het Roc Mondriaan. Welke leerlingen zijn de afgelopen tijd net te vaak afwezig geweest, of hebben zich te vaak afgemeld voor een les? Spijkerharde criteria voor een huisbezoek zijn er niet: de verzuimmedewerkers kennen hun studenten goed genoeg om te weten of ze zich zorgen moeten maken.
Bijvoorbeeld om student Sharana (niet haar echte naam), die veel afwezig is geweest. “Ze heeft een aantal hondjes, en als er maar iets met een van die dieren aan de hand is, blijft ze thuis”, weet Van Steekelenburg. Nu meldt de student ook nog dat haar knie in het gips zit. “Daar gaan we zo maar eens langs, om te horen of ze de komende periode wel naar school kan komen”.
Een andere student, Mical, heeft gebeld dat hij hartproblemen heeft. “Klinkt ernstig”, zegt Van Steekelenburg. “Maar toch even checken.” Want laten we eerlijk zijn: het zou niet de eerste keer zijn dat studenten een smoes vertellen. En Mical heeft al vaker verzuimd. Ook tijdens zijn stage. “Het stagebedrijf heeft het bijna gehad met deze jongen.”
Bij Mical wil Van Steekelenburg dus graag eens langs, maar er is een probleem: de jongen is meerderjarig, en hij heeft de school verboden om zijn ouders op de hoogte te houden van zijn studieprestaties. Dat recht heeft hij, maar hij woont zelf nog wel bij zijn ouders. Mogen Van Steekelenburg en Toran daar dan nog wel aan de deur komen? Na wat overleg wordt besloten de jongen toch met een bezoekje te vereren. “We komen voor hem, niet voor zijn ouders”, redeneert Van Steekelenburg.
Aan het einde van de ochtend heeft het verzuimteam zijn lijstje bijna compleet. Van Steekelenburg belt nog wat studenten op, soms met zijn mobiele telefoon (“Het telefoonnummer van de school herkennen ze inmiddels wel”). Hij treft hier en daar een student of een familielid (“Fatima? Die is nu op school” – nee dus) en spreekt wat voicemails in.
Als ze in de lift stappen, worden ze tegengehouden door een docent die zich zorgen maakt over een zwangere student die hij al een tijdje niet heeft gezien. Van Steekelenburg kijkt het na. “Die staat op onze lijst, we gaan er vandaag langs.”
Vervuild
Van Steekelenburg en Toran stappen in de auto en zetten het adres in de tomtom. Ze komen vaak in dezelfde wijken, zoals de Haagse Stationswijk en de Schilderswijk. “Maar soms staan we ook wel eens bij een kast van een huis in een villawijk.”
Het eerste adres is een jaren vijftig-flatje in Den Haag. De intercom blijft er stil, de deur dicht. Dus belt het verzuimteam nogmaals aan. Ook na de tweede keer bellen is er geen reactie. Na de derde keer bellen gooit Van Steekelenburg een briefje in de bus, met de vraag of de student contact wil opnemen met school. Dan terug naar de auto, waar hij het volgende adres in de tomtom invoert. Eén adres gehad, nog acht te gaan: een gemiddelde werkdag voor het mobiel verzuimteam.
Op het tweede adres - een grote flat – is het prijs. “Wij zijn van het mobiel verzuimteam van Roc Mondriaan, we hebben je vandaag gemist”, zegt Toran tegen de intercom. “Mogen we even boven komen?” Dat mag. Boven blijkt de schoonmoeder op bezoek te zijn, er kruipen kinderen rond en iedereen wil net aan de warme lunch – nasi – beginnen.
De student is duidelijk hoogzwanger, en zegt dat de opleiding haar zwangerschapsverlof al heeft goedgekeurd. “Even controleren straks”, vindt Van Steekelenburg. Maar het lijkt erop dat er ergens een administratief foutje is gemaakt. “De docenten maken zich wat te snel zorgen. Maar goed, dat is beter dan andersom: als je verzuim op zijn beloop laat, wordt het alleen maar erger.”
Dan volgt een flinke rit van Den Haag naar Rotterdam-Zuid, voor de student met de hondjes en de knie in het gips. Ze is thuis, maar het verzuimteam komt niet verder dan de mat van de buitendeur. De student reageert ontwijkend als ze gevraagd wordt waarom ze niet naar school kan komen, en wanneer ze wordt geopereerd aan haar knie.
Van Steekelenburg houdt er rekening mee dat deze student gaat afhaken. “Als dat echt haar intentie is, gaan we toewerken naar uitschrijving. Jammer alleen dat ze niet ziet wat er allemaal voor haar wordt gedaan. Het schoolmaatschappelijk werk is ook al ingeschakeld.”
Van Steekelenburg en Toran werken op het roc, maar zijn in dienst van de welzijnsorganisatie Mooi. “Wij hebben een agogische aanpak”, zegt Van Steekelenburg. “We zijn geen controleurs met een dreigende vinger. Daarom starten we het gesprek ook met: We hebben je vanmorgen gemist.”
Op het roc houdt het verzuimteam nauw contact met maatschappelijk werk, de leerplichtambtenaren en bijvoorbeeld de mentoren – die daar ‘studieloopbaanbegeleiders’ heten.
Alle betrokkenen komen wekelijks bijeen in het zorgadviesteam, waarin de studenten worden besproken. “Door de korte lijnen kunnen we snel ingrijpen”, zegt Toran. “Bijvoorbeeld als we tijdens ons bezoek schrijnende zaken tegenkomen. Zoals gezinnen die in armoede leven, of waar het huis zo vervuild is dat de muizen door de kamer lopen. Dan snap je wel dat de studenten zich niet helemaal op school kunnen richten.”
Van Steekelenburg en Toran leggen de bezoeken altijd samen af. “Als er tijdens een bezoek iets gebeurt, heb je er altijd een getuige bij. En als we binnen iets zien, zien we het altijd met z’n tweeën. Zo zijn we gedekt.”
Ellende
Na drie kwartier rijden is het mobiel verzuimteam weer terug in Den Haag. Op een adres bij het Zuiderpark barst een student, een Hindoestaans meisje, meteen in huilen uit. Er zit ‘te veel ellende’ in haar hoofd om naar school te gaan. “Ik krijg de indruk dat zij in het gezin de taken van de moeder heeft moeten overnemen”, zegt Toran als ze weer buiten staan. Maar waar die moeder dan is? En wat kan er aan deze situatie gebeuren? Dat is een mooie kluif voor het zorgadviesteam.
Van Steekelenburg en Toran rijden rond voor diverse mbo-opleidingen van Roc Mondriaan. Het verzuimgedrag verschilt sterk per mbo-niveau. “Studenten op niveau-4 gaan anders om met verzuim dan studenten op niveau-1”, zegt Van Steekelenburg. “Op niveau-4 zijn de studenten meer berekenend: ik heb zoveel keer verzuimd, dus ik vermoed dat ik nog zoveel keer afwezig kan zijn voordat ik er last mee krijg.”
Ook verschilt de hoogte van het verzuim nogal per opleiding. Van Steekelenburg: “Studenten in de gezondheidszorg zorgen ook voor elkaar, ze zijn betrokken en reageren als iemand er een tijdje niet is.” Bij bijvoorbeeld economie ligt het verzuim duidelijk hoger. In de eerste plaats omdat de economische opleidingen veel groter zijn, en de studenten dus meer anoniem zijn. “Verder zitten veel van die jongens al op een of andere manier in de handel. En dat vinden ze soms belangrijker dan school. Ze staan anders in het leven.”
Bij de jongen met de hartklachten wordt niet open gedaan, het laatste bezoek van die dag is aan een student in de stationsbuurt. Ze heeft eerder deze week een negatief studieadvies gekregen, en zich daarna meteen ziek gemeld. Als de student opgedirkt de deur opent merkt Van Steekelenburg op dat ze er goed uitziet. “Ja”, antwoordt de studente vrolijk, en ze is bijdehand genoeg om te beseffen dat ze daarna haar mond dicht moet houden.
De student heeft nog geen startkwalificatie gehaald tot de arbeidsmarkt (ze heeft dus geen diploma havo, mbo niveau-2 of hoger). Daarom is ze nog leerplichtig. “Nu ze voor deze opleiding een negatief advies heeft gekregen, moet ze naar een andere opleiding worden begeleid”, zegt Van Steekelenburg. “Dat koppel ik terug aan de studieadviseur.”
Shockeffect
Door de inzet en werkwijze van het mobiel verzuimteam zijn het schoolverzuim en het voortijdig schoolverlaten duidelijk gedaald, zegt Van Steekelenburg. “Harde cijfers zijn moeilijk te geven. Maar alleen al het feit dat de studenten weten dat we er zijn, dat ze ons zien rondlopen, werkt preventief.” Het verzuimteam gaat daarom binnenkort ook voor meer opleidingen van Roc Mondriaan rijden.
In dat laatste geval zal, gek genoeg, het voortijdig schoolverlaten eerst iets stijgen, verwacht Van Steekelenburg. Want er zijn altijd studenten die zich inschrijven aan een roc vanwege de studiefinanciering, maar die nooit komen opdagen in de les. “Die studenten proberen we zo snel mogelijk te laten uitschrijven. Die groep is op dat moment toch niet te motiveren.”
Aan het einde van de middag parkeert het verzuimteam de auto weer bij Roc Mondriaan. “Geen slechte dag”, vindt Van Steekelenburg. Voor een aantal studenten zal het zorgadviesteam flink aan de slag moeten om hen te blijven motiveren. “Voor een enkeling was het shockeffect van ons bezoek precies wat ze nodig hadden. En voor dat Hindoestaanse meisje is het echt goed dat we langs zijn geweest: nu kunnen we maatschappelijk werk inschakelen.”
Als hij de school binnengaat wordt Van Steekelenburg hartelijk begroet door een student. “Alles goed?” Jazeker. “Bij haar heb ik aardig wat keren voor de deur gestaan, en dat vond zij niet leuk”, grinnikt hij. “Maar nu volgt ze dus mooi weer een opleiding. Daar doen we het voor.”