• blad nr 10
  • 24-5-2014
  • auteur A. Moerman 
  • Redactioneel

 

Integrale kindcentra schurken tegen de regels

Het is moeilijk bouwen op een fundament van schotsen. Tijd dus voor de brede school 2.0, beter bekend onder de noemer integraal kindcentrum. Alles onder één dak voor kinderen van nul tot en met twaalf. Met één leidinggevende. De praktijk is weerbarstig bij het realiseren van deze droom.

“Het veld wil het. En als iedereen hetzelfde wil, dan zijn die centra onontkoombaar. Bij het realiseren rekken we nu nog de belemmerende wetgeving op. Tegelijk werken we aan wetswijzigingen. We willen de Wet op het primair onderwijs per 2020 vervangen door de Wet op de primaire ontwikkeling. We proberen deze wens eind 2015 in alle verkiezingsprogramma’s van de landelijke politieke partijen te krijgen”, vertelt de Almeerse onderwijswethouder René Peeters. “Hard nodig, want nu is het een grote chaos rond kinderen.”
Peeters fungeert als spreekbuis van een clubje van een kleine dertig wethouders die hard trekken aan het realiseren van integrale kindcentra in hun gemeenten. Inmiddels bestaat ook een ‘kopgroep’ met daarin naast de wethouders ook mensen uit de kinderopvang en het primair onderwijs, die met elkaar dezelfde kant op willen. “Dit wordt net zo’n enorme transitie als nu met de jeugdzorg. We moeten wel, want wat betreft de ontwikkeling van kinderen van nul tot en met twaalf jaar blijft Nederland behoorlijk achter”, stelt Peeters.
Integrale kindcentra zijn de volgende fase na de brede school. In brede scholen werken nog allerlei partijen rondom kinderen samen. In het ideale kindcentrum zijn alle disciplines rondom een kind aanwezig. Van orthopedagoog tot pedagogisch medewerker. En van consultatiebureauverpleegkundige tot leerkracht, muziekonderwijs en sport. En al die mensen vallen allemaal onder één directeur en onder dezelfde arbeidsvoorwaarden. Het ideale kindcentrum is 52 weken per jaar open, van ‘s morgens vroeg tot eind van de dag. “We hebben geen blauwdruk. Elk centrum zal anders zijn. Want het moet een weerspiegeling van de wijk zijn waar het gebouw staat. De schoolpopulatie bepaalt wat binnen nodig is”, stelt Peeters.
Maar zoals vaker met mooie idealen, zorgt de bestaande werkelijkheid voor beren op de weg. Vorig jaar adviseerde de PO-raad al om ‘deze schotten’ weg te halen. Peeters heeft het nu over muren. “Innovatie kan alleen als je bestaande beperkende muren opzij duwt. De komende jaren eten we al die hindernissen een voor een op”, verzekert de Almeerse wethouder.
Een van de grote hindernissen is de financiering van het onderwijs met publieke en de financiering van kinderopvang met private gelden. Gemeenten vragen voor hun gebouwen bijvoorbeeld meer huur aan commerciële ondernemers dan aan maatschappelijke partijen. Of de verschillende cao’s. Orthopedagogen hebben drie weken vakantie, leerkrachten twaalf. Een andere kwestie is dat in de kinderopvang-cao vrijwel geen ruimte zit om bij te scholen. “Terwijl juist in de kinderopvang een hoger scholingsniveau broodnodig is. Minimaal de helft van het personeel zou uit hbo’ers moeten bestaan. Te duur? Er is inmiddels ruim onderzoek voorhanden dat laat zien dat elke euro die je in de eerste vijf jaar van een kind investeert, later in tienvoud terugkomt.”

Vuiltjes
Almere is één van de gemeenten die wat kindcentra betreft flink aan de weg timmert, de stad telt er reeds drie. Ingrid de Vries is directeur van het in september 2012 geopende kindcentrum de Regenboog. Ze zwaait de scepter over personeel uit het onderwijs, de kinderopvang en de welzijnshoek. “De kinderopvanginstelling werkt graag mee. Want ze zien ook wel in dat ze meerwaarde naar ouders en kinderen bieden als ze onderdeel zijn van een kindcentrum. Net zoals het voor ons meerwaarde heeft om de kinderopvang in huis te hebben. Alle kinderen uit de opvang komen bij ons naar school”, meldt De Vries.
Belemmeringen lijken voor haar niet meer dan vuiltjes die weggewerkt moeten worden. “Volgens de inspectie Kinderopvang mogen kinderen zich niet stoten aan de radiatoren. Maar in groep 1 is dat ineens geen probleem meer. Dat is toch raar. Al die regelingen moeten gewoon in elkaar worden geschoven met één inspectie daarboven. Bij ons draaien driejarigen soms al mee in het onderwijs en de vierjarigen gaan af en toe nog een dagdeel naar de opvang. Als we met elkaar maar dezelfde kindvisie delen, dan is het wegnemen van praktische belemmeringen vooral een uitdaging. Mits je ondernemingslustig bent en het niet erg vindt om tegen de wet- en regelgeving aan te schurken.”

Spelen
Vanaf 2015 worden gemeenten verantwoordelijk voor het welzijn van kinderen. Wethouder Peeters denkt dat daarmee de ontwikkeling van kindcentra in een stroomversnelling komt. Hij wil nu al de doorgaande leerlijn van kinderen in kaart brengen. “Zodat we er vroeg bij kunnen zijn als er wat is. De kinderopvang-cao mag wat mij betreft richting de onderwijs-cao groeien.”
Liesbeth Verheggen, AOb-bestuurder met de portefeuille primair onderwijs, is een warm voorstander van de ontwikkeling van kindcentra. Er zou volgens haar één ministerie voor Jeugd en Educatie moeten komen dat alles regelt tot en met de achttienjarige leeftijd. Eerst werken aan draagvlak en het wegnemen van hindernissen en dan is wetgeving een vanzelfsprekend sluitstuk, meent ze. “De AOb is bij goede initiatieven altijd bereid om dan van de cao afwijkende afspraken te maken over arbeidsvoorwaarden. Dat doen we nu ook voor sterrenscholen die het jaar rond open zijn. Waar we voor moeten waken is dat het onderwijs onderwijs blijft, dat het vak niet gaat vervagen. Maar ook dat de ‘verschoolsing’ bij heel jonge kinderen niet doorslaat. Die klacht hoor ik van kleuterleidsters. Dat onder druk van verantwoordingsplichten en alles meetbaar maken, kleuters steeds meer schoolse dingen moeten doen en de ruimte om te spelen kleiner wordt. Terwijl kleuterjuffen ook professionals zijn die hebben geleerd wat goed is voor het jonge kind.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.