- blad nr 10
- 24-5-2014
- auteur . Overige
- Redactioneel
Op Franse scholen is discipline belangrijker dan initiatief
De angstfabriek
Tekst en Beeld Eveline Bijlsma
Streng? Geen probleem. Maar soms kwamen de zoons van Sigrid Peters thuis met verhalen die haar de wenkbrauwen deden fronsen. Zoals de beoordeling van een tekening van haar toen twaalfjarige zoon Felix. De creatie werd ten overstaan van de klas verscheurd met het commentaar ‘een kind van drie doet dit beter’.
Haar oplossing: hem bezweren dat het zo slecht nog niet was. En voortaan zijn huiswerk voor tekenen maken. “Want die cijfers telden wel mee voor zijn rapport.”
“Zei de juf aan het einde van het jaar: Volgens mij kan jouw moeder erg goed tekenen! Maar ik hoorde van meer ouders dat zij het huiswerk van hun kinderen wel eens deden, bijvoorbeeld als ze een groot werkstuk moesten maken. Daar stond dan ook wel eens ‘goed gedaan, mam’ onder.”
Strenge docenten, bergen huiswerk en een prestatiegericht systeem. Het imago van het Franse onderwijs is ook buiten de landsgrenzen bekend, maar een wat strakker regime is voor veel Nederlanders die naar Frankrijk komen juist een pre. Voor de families Peters-Renout en Keijsers, die beiden tien jaar geleden emigreerden, in ieder geval wel.
“Tucht en orde in het klaslokaal leek ons goed”, zegt Natascha Keijsers, die met haar man Jelle en dochters in de Centraal-Franse regio Auvergne woont. “We wilden juist iets anders dan dat ge-je en ge-jij in Nederland.”
Haar dochters Pascalle (16) en Estelle (14) gedijden goed op de lagere school in het dorpje Bellenaves. “De meiden kregen al snel veel huiswerk, en moesten bijvoorbeeld gedichten uit hun hoofd leren. Ik zat ze elke avond te overhoren”, zegt Keijsers. “De directrice was streng, maar wel rechtvaardig.”
Op het collège, vergelijkbaar met de Nederlandse onderbouw van het voortgezet onderwijs, kregen de hollandaises het echter moeilijker. Het minste weerwoord leidde tot strafwerk, nablijven of zelfs schorsingen. Pascalle: “Een lerares ving op dat ik tegen een vriendinnetje zei dat ik de scheikundeleraar maar lelijk vond. Dat briefde ze door aan de directrice, die me bij zich riep. Ik moest het tegenover de docent in kwestie herhalen, en werd vervolgens een week van school gestuurd.”
Docenten moeten niet alleen niets hebben van tegenspraak, ze zijn ook weinig royaal met aanmoedigingen en complimenten, weet haar zusje Estelle. “Er wordt regelmatig tegen ons gezegd dat we dom zijn, en dat we het niet kunnen. De wiskundeleraar zei laatst tegen een klasgenoot: Wat moet er in vredesnaam van jou worden?”
Volgens moeder Natascha is discipline belangrijker dan de inhoud van de vakken. “Je moet in de pas lopen, jaknikken en de autoriteiten vooral niet tegenspreken. Op het rapport van Pascalle staan alleen maar goede cijfers, maar in de commentaren staat dat ze onbeschoft en provocerend is en geen respect toont.”
Individualisme
Peters, die met haar gezin in het departement Yvelines ten westen van Parijs woont, herkent de observatie van haar landgenoot. “Discipline en duidelijkheid zijn belangrijk. Kinderen leren op school eerst gedag te zeggen, staan op als de docent binnenkomt en laten elkaar uitpraten. Een van de redenen waarom Franse kinderen volgens mij rustiger, beleefder en minder schreeuwerig zijn. Als een klas hier op schoolreis gaat, blijft iedereen bij elkaar. Als je een bus Nederlandse kinderen opentrekt, rennen ze alle kanten op.”
Peters prefereert strengheid boven het ‘doorgeslagen individualisme’ in Nederland. “Als er een debat wordt gehouden in een Hollandse klas, gaat het er vooral om dat leerlingen meedoen, dat ze ‘iets’ zeggen. Hier ligt de nadruk op feitenkennis. Je leert eerst hoe je een betoog opbouwt, hoe je je een mening vormt. Dan pas wordt er gediscussieerd. Dat vind ik logisch. Je moet toch eerst weten waar je het over hebt?”
Haar zoon Max (18) beaamt dat de nadruk ligt op uit het hoofd leren. “Je moet gewoon stampen, er wordt niet van je gevraagd dat je zelf nadenkt. Driekwart van mijn klasgenoten vindt dat normaal. Zelf nadenken heb ik thuis van mijn ouders geleerd.”
Een les bestaat doorgaans uit een monoloog van de docent voor de klas, de leerlingen schrijven op wat hij zegt. Alleen bij Engels of Spaans moeten de scholieren wel eens een opdracht in groepjes maken. Er wordt bijna nooit gediscussieerd. Max: “Ik denk dat veel kinderen hier daarom minder initiatiefrijk zijn. Ze wachten af tot ze horen wat ze moeten doen. Ik speel gitaar en doe een vooropleiding aan het conservatorium. Toen de leraar laatst even koffie ging halen, zei ik tegen de anderen: Zullen we even improviseren? Dat vonden ze maar een raar idee. Ze wilden liever wachten tot de leraar weer terug was.”
Dat herkennen de meisjes Keijsers. Pascalle: “Toen we bij Engels een opdracht in groepjes moesten maken, kwam er weinig uit de handen van mijn klasgenoten. Toen heb ik alles maar gedaan.” Ook al vinden haar docenten dat Pascalle te veel praat in de les, als er eens een discussie wordt gevoerd, zijn ze maar wat blij met de Nederlandse. “Ik steek als een van de weinigen mijn hand op.”
Pessimisme
De observaties van de Nederlandse gezinnen worden door meerdere Franse deskundigen gedeeld. Professor Claudia Senik boog zich over het pessimisme van de Fransen, die in onderzoeken als nog somberder dan inwoners van Irak of Afghanistan uit de bus komen. In The French unhappiness puzzle wijt ze die negativiteit deels aan het Franse onderwijs. En de economen Yann Algan, Pierre Cahuc en André Zylberberg stellen in hun boek La fabrique de la défiance (De angstfabriek) uit 2012 dat het Franse systeem kinderen weinig zelfvertrouwen bijbrengt.
De bevindingen van het economentrio worden bevestigd in het internationale Pisa-onderzoek naar onderwijs. Daaruit blijkt dat Franse kinderen angstiger zijn op school. Minstens de helft voelt zich er niet thuis. Zodra ze met een open vraag worden geconfronteerd, of zich aan een nieuwe situatie moeten aanpassen, blijven ze ver achter bij leerlingen uit bijvoorbeeld Duitsland of Scandinavië.
Algan, docent aan het opleidingsinstituut Sciences Po in Parijs, wijt het onbehagen en het feit dat Franse leerlingen minder zelfvertrouwen hebben, onder andere aan het beoordelingssysteem. ‘Kinderen krijgen al heel jong cijfers. Dat gaat tot op de decimalen nauwkeurig, om zo een rangorde aan te geven’, zei hij onlangs in dagblad Le Monde.
Het harde selectieproces zet zich voort als de studietijd begint. Frankrijk kent grandes écoles, zogenaamde elitescholen die een goede baan in het bedrijfsleven of bij de overheid garanderen. Daarop is slechts plaats voor 5 procent van de scholieren, in de woorden van Senik een ‘superelitair en eendimensionaal model’.
‘Weinig mensen kunnen bij de top horen’, concludeert zij. ‘Leerlingen die excelleren in sport of creatieve vakken worden niet gezien, want de nadruk ligt op wiskunde, Frans en geschiedenis.’
Uit onderzoek dat voornamelijk in Angelsaksische landen is gedaan, blijkt dat niet-cognitieve wetenschappen, zoals samenwerken en empathie, het hoofdbestanddeel van het gedrag op de werkvloer bepalen. Met die competenties maken jongeren dus meer kans op de arbeidsmarkt, maar het Franse onderwijs bereidt leerlingen daar totaal niet op voor. Algan: ‘Het onderwijs is verticaal ingericht, het overbrengen van kennis is het belangrijkst. Twee derde van de scholieren zegt echter nog nooit in groepjes aan een gezamenlijke opdracht te hebben gewerkt.’
De econoom draagt voor de hand liggende oplossingen aan: minder belang aan discipline hechten, leerlingen op een andere wijze evalueren en kinderen meer samen laten werken. Voor de korte termijn stelt hij een andere selectieprocedure van onderwijzers voor. Frankrijk is namelijk het enige Europese land waar een leerkracht voor het basisonderwijs een universitaire opleiding moet hebben.
Thuisonderwijs
De Nederlandse families gaan verschillend om met de tekorten van het Franse onderwijs. Sigrid Peters compenseert thuis wat ze op school mist. “Ik ging zelf met de jongens tekenen, of een vogelhuisje bouwen. Mijn man en ik vallen docenten niet af, maar relativeren negatieve uitspraken wel. Ik kan me voorstellen dat dit systeem tot passieve kinderen leidt, maar dat zie ik niet aan mijn zoons.”
Natascha Keijsers heeft echter geen goed woord over voor het Franse voortgezet onderwijs. “We hebben Estelle van school gehaald na een conflict met de wiskundeleraar, die haar van leugens beschuldigt en ook een keer haar arm naar achter draaide. Zij krijgt nu thuisonderwijs. Onze dochter Pascalle verwacht over twee jaar haar diploma te halen. Ze houdt het vol, omdat ze zich aanpast. Maar als we dit van tevoren hadden geweten, waren we in Nederland gebleven.”