• blad nr 10
  • 24-5-2014
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

Hoe te handelen als je leerling doorslaat 

Panisch over fysiek contact

Elkaar aanraken is eigenlijk de normaalste zaak van de wereld, maar in het onderwijs is fysiek contact tussen de leraar en zijn leerlingen volledig verkrampt. Hoe kan dat? En bieden gedragsprotocollen een oplossing?

Tekst: Desiree Hoving

Het is woensdagmiddag 17.00 uur als een leraar in zijn lokaal op basisschool West in Capelle aan den IJssel zit te werken. Plotseling stormen er vier leerlingen tussen de acht en negen jaar binnen. Ze blijken belaagd door een dozijn oudere kinderen (tussen de tien en veertien jaar) en vragen om hulp. De leraar spoedt zich naar buiten, spreekt de pestkoppen toe en grijpt één van hen bij de arm om hem apart te nemen. In plaats van mee te werken, grijpt de jongen zich vast aan het hek. Plotseling laat hij los en valt samen met de leraar op de grond. Uiteindelijk praten de twee toch binnen. Al snel komt de moeder van de jongen langs. Ze is gebeld door een van de pestkoppen met de boodschap dat haar zoon door de leraar is geslagen en heeft op haar beurt de politie ingeschakeld. Die aarzelt niet, neemt de leraar mee naar het bureau en houdt hem daar tot half twaalf die avond vast. Anderhalve week later vraagt het Openbaar Ministerie de leraar om een excuusbrief aan de jongen te schrijven, waar hij na enige afweging gehoor aan geeft. Daarmee lijkt de zaak afgedaan.
Het incident riep in maart veel reacties op, mede doordat twee journalisten van het Algemeen Dagblad berichtten dat de leraar was geschorst. Terwijl hij in werkelijkheid niet in staat was om te werken. De leraar had calamiteitenverlof gekregen van de schoolleiding, die vierkant achter hem stond. Achteraf blijkt bovendien dat de politie zorgvuldiger had moeten handelen door om verklaringen te vragen van zowel de leraar als de vastgepakte jongen. “Dankzij nader onderzoek van de wijkagent is gebleken dat er geen grond was voor vervolging”, zegt Jan Noordam, directeur van basisschool West. Hij vraagt zich af waarom ook het Openbaar Ministerie zo onzorgvuldig heeft gehandeld door af te gaan op het dunne oordeel van de politie. “Als het OM nog eens met zo’n idiote maatregel komt als het schrijven van een excuusbrief, dan hoop ik eigenlijk dat iemand dat weigert en het voor wil laten komen. Zelf had ik die brief nooit geschreven”, zegt Noordam. Hoewel de directeur vindt dat een leraar een leerling bij de arm moet kunnen pakken om een leerling te corrigeren, schreef hij in een brief aan de ouders dat hij het in deze situatie onverstandig vond. Waarom? “Van die jongens droop de adrenaline af door de opwinding. Als je dan één van hen vastpakt, bereik je niks. Ik denk dat de leraar in dit geval beter zelf de politie had kunnen bellen. Hij probeerde het wel goed op te lossen, maar dat lukte gewoon niet.”

Pestkop
Waar is de tijd gebleven dat een leraar een pestkop gewoon kon corrigeren door hem bij de arm te pakken? Mag een leraar dan helemaal niks meer? Zo reageerde het gros van de mensen via de sociale media op dit incident. Het typeert de onduidelijke handelingsruimte die leraren tegenwoordig hebben. Frans Lathouwers, die als advocaat bij de AOb namens leraren optreedt, kan daarover meepraten. Het incident in Capelle is dan ook niet uniek. Ter illustratie noemt hij een ander voorbeeld. “Een adhd’er in het gewone onderwijs vormde eens een gevaar voor zichzelf en zijn medeleerlingen. Een leraar vermaande hem de klas uit te gaan en op de gang een time-out te nemen. Toen de leerling weigerde op te staan, pakte de leraar hem bij de schouders en zette hem fysiek uit de klas. De ouders van de leerling dienden vervolgens een klacht in.”
Lathouwers vraagt zich af wat de leraar anders had moeten doen. “Had hij de klas moeten verlaten om de directie om hulp te vragen? Dan had hij zijn klas alleen gelaten, wat ook niet goed geweest zou zijn.”
Dat dit soort onduidelijkheden geen kleinigheid zijn, blijkt uit de gevolgen. In het meest ernstige geval kunnen gebeurtenissen zoals in Capelle aan den IJssel leiden tot het ontslag van een leraar. Alsof dat al niet betreurenswaardig genoeg is, hebben leraren vervolgens geen recht op een werkeloosheidsuitkering en komen ze in de bijstand terecht. Maar het ergste is dat ontslagen leraren hun vak niet meer mogen uitoefenen, omdat ze geen verklaring omtrent goed gedrag meer krijgen.
Waar komt het toch vandaan dat wij zo panisch omgaan met het fenomeen fysiek contact? Daar weet Simone Mark, onderwijskundige en pedagoog, antwoord op. Na de zomer verschijnt een boek van haar hand: Fysiek contact in de pedagogische relatie. Hierin beschrijft ze dat aanraken een van de normaalste zaken van de wereld is, maar dat dat contact nu verstoord of verkrampt is in het onderwijs. Volgens Mark is aanraken in de Westerse samenleving een precair thema. Ze geeft daarvoor drie oorzaken. “In de eerste plaats denken we dat dit te maken heeft met de filosofische stroming van Descartes. Hij zei: Ik denk, dus ik ben. Daarom zitten wij heel erg op het cognitieve. Denken is voor ons de enige waarheid en voelen is ondergewaardeerd. Ten tweede hebben we een christelijke traditie, waarin we aanraken snel met seksualiteit associëren. Daarover spraken gezinnen niet makkelijk, wat ook zijn weerslag heeft gekregen op onderwijs. Ten slotte kun je vanuit de antropologie en sociologie zeggen dat aanraken intiem is. Aanraken is ‘op de huid’ en komt in de fysieke, persoonlijk ruimte. In tegenstelling tot verbale communicatie raakt het je letterlijk. Met andere woorden: een aanraking kan een inbreuk zijn, waardoor het achteraf lastiger is om te zeggen dat het niet zo bedoeld was.”

Riskant
De laatste jaren zijn we echter nog verder doorgeslagen. Aanraken lijkt zo mogelijk een nog precairder onderwerp geworden. Waarom? Mark: “Als je vanuit een pedagogisch of maatschappelijk oogpunt kijkt, zitten we in een tijd waarin aanraken heel verdacht is gemaakt. Zwemleraar Benno L en crècheleider Robbert M hebben kinderen oneigenlijk aangeraakt, waardoor ook onderwijssectoren in een kramp zijn geschoten.”
Dit gecombineerd met ouders die steeds mondiger zijn en de nieuwe meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling die per 1 juli 2013 van kracht is, maakt dat zowel leraren, scholen, ouders, politie als het Openbaar Ministerie steeds krampachtiger omgaan met het concept aanraken.
Het mooie is dat vrijwel iedereen zich daar bewust van lijkt te zijn en oplossingen probeert te verzinnen om meer duidelijkheid te creëren. Zo denken scholen een manier gevonden te hebben om leraren meer houvast te bieden: gedragscodes en protocollen.
Het Centrum School en Veiligheid krijgt heel vaak de vraag of het voorbeeldregels en voorbeeldprotocollen heeft, zodat scholen niet zelf het wiel hoeven uitvinden. Het centrum heeft onder meer een factsheet gemaakt over fysiek ingrijpen op school. En in de gedragscode basisonderwijs op hun website (www.ppsi.nl) staat bijvoorbeeld: ‘Als vechtende leerlingen uit elkaar moeten worden gehaald en het lukt niet met woorden, dan worden ze met minimale aanrakingen door een volwassene uit elkaar gehaald.’ Maar wat zijn minimale aanrakingen precies? Advocaat Lathouwers: “Gedragscodes hebben de charme dat ze de suggestie wekken dat het goed geregeld is, maar de praktijk van alledag heeft veel meer fantasie dan de beste protocollenschrijvers.” In de praktijk lijken leraren dus alleen maar onzekerder te worden van dit soort papieren houvast. Ze kiezen er vaak voor een kind maar helemaal niet meer aan te raken.
Zo ook Sander Claassen, docent op een hogeschool in Amsterdam. Op de vraag of hij een leerling vast zou pakken als een incident daarom vraagt, zegt hij: “Dat is niet zo zwart-wit. Maar als je toch een antwoord wil hebben: ik zou het niet doen. Het is riskant gedrag waarbij je het risico loopt erop afgerekend te worden.”
Maar is niet meer aanraken dan de oplossing? Nee, zegt Liesbeth Verheggen, bestuurslid van de AOb. Ze denkt aan passend onderwijs dat per augustus ingevoerd wordt. “Dat betekent dat we nog meer kinderen op scholen kunnen krijgen met gedragsproblemen. Als aanraken niet meer mag, dreigen meer conflicten uit de hand te lopen.”
Daarom vraagt deze tijd om een oplossing. Maar hoe? Volgens Verheggen kunnen scholen heel klein beginnen: “Na een incident wordt tegenwoordig meteen met een beschuldigende vinger naar de leerkracht gewezen. Daarover zouden we het debat moeten aangaan met elkaar. Wat vinden we acceptabel en noodzakelijk? Wat is de rol van de schoolleiding, politie, het Openbaar Ministerie en de politiek hierin? Ik hoop dat we zo’n debat niet laten eindigen in een volgend protocol.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.