- blad nr 10
- 24-5-2014
- auteur W. de Lange, de
- Column
Mandrillebil
Met een vet Amsterdams accent roept hij: “Zo juf, zal tante Sjaan eens even een lekker cappuccinootje voor u halen? Zal tante Sjaan u eens even lekker verwennen?” Dat is hij zelf, die tante Sjaan, dat snapt u.
Machiel begon driekwart jaar geleden bij ons als een verschrikkelijke drukteschopper. Hij was veel welbespraakter dan de rest en hij leek geen angst of verlegenheid te kennen. Dus maakte hij zwakkere broeders gek van woede met scheldwoorden, waar ze niets van begrepen: “Hé, rioolpoon, ga gauw ergens anders zitten! Zo, pruillipbaviaan, schuif jij je mandrillebil effe twee deuren verder, want hier zit ik!”
Hier zit ik, hier loop ik, hier scheld ik. Hij is nogal ik, Machiel. In het begin stoorde dat. Het leven in een eerste klas is in de eerste maanden voor alle leerlingen moeilijk. De zelfverzekerdheid waarmee Machiel zijn klasgenoten vanaf de eerste minuut overviel, was verpletterend. Het leverde orkanen van vechtpartijen op.
Het gaat nu stukken beter. Twee liefhebbende ouders kwamen op een winterse ouderavond naar school, een uitzonderlijk goedgeklede Machiel tussen hen in. De mentor praatte vriendelijk maar vasthoudend op het drietal in. De ouders begrepen het. Vader glimlachte naar Machiel, terwijl hij hem zogenaamd boos zachtjes aan zijn oren trok. Machiel probeerde het ook te begrijpen. Sindsdien moet Machiel met ouderlijke toestemming nablijven, als hij te ver gaat met het tergen van klasgenoten. En sindsdien krijgt de rol van tante Sjaan steeds meer vorm, want Machiel moet toch iets.
Iedereen gunt Machiel zijn vorm en zijn rol. Het is heerlijk dat hij rustiger is. Hij doet het op een beetje een Geer en Goor-achtige manier, maar hij brengt gezelligheid en sjeu. En de rest van de klas kan weer ademhalen. De neiging om ‘Lekker meid, voor mij geen suiker, hoor’ te antwoorden, is groot. Ik geef er aan toe, allang blij dat we nu naar elkaar glimlachen in plaats van botsen.
Vandaag is weer een goede dag. Er moet in groepjes gewerkt worden. Machiel mijdt iedereen waar hij ruzie mee kan krijgen en voegt zich, zoals alleen tante Sjaan dat durft, als jongen bij drie heel stille meisjes. Ik hoor hoe hij klasgenoot Amina uitlegt hoe een mens met een atlas om moet springen. Hij doet het een tikje autoritair, maar niet onvriendelijk, en het klopt ook nog.
Wie ben ik om hier geen genoegen mee te nemen? Verplicht zijn lef Machiel nu al om een subtielere rol te zoeken dan die van Geer of Goor? Het is al een vooruitgang, dat die rol klaar ligt en geen pesterijen oplevert. Van een dertienjarige kan je onmogelijk nog meer verwachten dan wat Machiel nu levert: gezelligheid, ijver en collegialiteit. Maar ik gun het hem te ontdekken dat hij meer in huis heeft dan er past in een voorgebakken cliché.