- blad nr 10
- 24-5-2014
- auteur A. Kersten
- Redactioneel
CDA-Kamerlid Michel Rog:
‘Bestuurderssalaris mag niet uit de pas lopen’
Michel Rog maakt graag tijd voor een interview. Op een winderige vrijdagochtend even voor tienen zit hij al klaar aan een tafeltje in Grand Café Brinkmann, op de Grote Markt in zijn woonplaats Haarlem. De geboren Bosschenaar en voormalig voorman van CNV Onderwijs weet in zijn eerste twee jaar als Kamerlid voor oppositiepartij CDA de schijnwerpers regelmatig op zich gericht.
Zo voert hij het woord over de kwaliteit van schoolgebouwen. Een thema dat in de vorige kabinetsperiode is aangezwengeld door een inmiddels beroemde motie van collega-CDA’er Sybrand van Haersma Buma. Met verstrekkende gevolgen.
Stoeptegels
Het huidige kabinet verschuift 256 miljoen voor nieuwbouw en renovatie in primair en voortgezet onderwijs van gemeenten naar de lumpsum van schoolbesturen omdat gemeenten er andere dingen mee deden. En daarnaast krijgen basisscholen de verantwoordelijkheid voor het buitenonderhoud...
Rog: “…en het eerste wat je noemt, dát is de motie-Buma.”
De motie-Buma roept het kabinet op om basisscholen verantwoordelijk te maken voor het buitenonderhoud.
“Dat zou ik even moeten zien. Er zullen trouwens ook schoolbesturen in de problemen komen die het buitenonderhoud niet aankunnen. Nu krijgen alle basisscholen rücksichtslos die taak erbij. Daar is het CDA op tegen.”
Dat onderscheid staat er nou net niet in.
“We hebben er in elk geval altijd op deze manier over gesproken: dat we het alleen willen voor de scholen die het kunnen. En daarnaast is er dus sprake van een bezuiniging bij gemeenten. Nou, die staat niet in de motie.”
Rog zoekt naar de motie op zijn telefoon.
In de Kamer tijdens debatten lopen die twee dingen steeds door elkaar.
“Dat is ook zo.”
Terwijl ze los staan van elkaar.
“Dat ben ik helemaal met je eens, dat het losse dingen zijn.”
Die motie is een eigen leven gaan leiden.
“Dat ben ik ook met je eens.”
En als moties een eigen leven gaan leiden, is dat niet altijd…
“...gunstig.”
Hij leest informatie op die hij gevonden heeft.
“Kijk, een overheveling van 158 miljoen, dat is het buitenonderhoud. En daarnaast komt het kabinet met een korting van 256 miljoen op het gemeentebudget. Wat wij hebben beoogd, is een overheveling van het buitenonderhoud, niet die korting. Maar die wordt wel geweten aan de motie-Buma. Ik zeg dus: De motie-Buma wordt misbruikt.”
De motie constateert dat er 300 miljoen bij gemeenten op de plank blijft liggen en roept dan op het buitenonderhoud over te hevelen. Daar begint de verwarring al.
“Ja, dat is voor mij een voorbeeld dat je ook eigenlijk maar één ding moet proberen te regelen in een motie.”
Een kabinet kan er zomaar mee aan de haal gaan.
“En zeggen dat het extra geld voor onderwijs is, terwijl dat niet zo is.”
Vervelend is wel dat schoolbesturen samen die 256 miljoen krijgen voor nieuwbouw en renovatie, terwijl ze het daar niet aan mogen uitgeven. Dus gaat er per saldo straks toch juist minder geld naar scholenbouw?
“Ja. Ik ben heel ongelukkig hoe dit is gelopen. En ondertussen worden gemeenten die het goed deden de dupe, want die worden ook gekort.”
Toch ironisch, dat uitgerekend staatssecretaris Sander Dekker dit voor zijn rekening neemt, voorheen wethouder in Den Haag, een gemeente die zelf zegt dat ze het keurig deed?
“Ja, dat klopt. Overigens was Den Haag volgens mij een van de gemeenten die niet het volledige budget uitgaf aan schoolgebouwen. Ook dat is ironisch, eerlijk gezegd.”
Dubbel ironisch.
“Dit is politiek. De oorsprong van de motie was dat we constateerden dat er geld niet aan onderwijshuisvesting werd uitgegeven, het bleef op de plank liggen of ging naar stoeptegels en lantaarnpalen. En de conclusie nu is dat het geld nog steeds niet uitgegeven gaat worden aan datgeen waarvoor het bedoeld was.”
Zo werkt het in de politiek?
“Helaas wel soms.”
Kwalificatieplicht
Rog wil het vertrouwen herstellen in de overheid. Door Haagse wetgeving wordt het onderwijs te vaak nodeloos verstikt. Hij zegt: “Bij elk voorstel dat we bespreken, vraag ik me af: Wat betekent dit voor leraren en leerlingen? Vaak leiden plannen tot extra administratieve lasten, nog meer inspectietoezicht.” Trots noemt hij de landelijke kleutertoets. “Die is in het inspectietoezicht gerommeld zonder dat het parlement zich daarover had uitgesproken. Kleuterjuffen voelden het als een inmenging in hun professionaliteit. Daarom heb ik daartegen een motie ingediend die een meerderheid heeft gekregen.”
Uw partij heeft samen met regeringspartij PvdA een initiatiefwetsvoorstel gemaakt dat ervoor kan zorgen dat de leerplicht wordt opgetrokken van 18 naar 21 jaar als leerlingen nog geen startkwalificatie hebben. Is dat gebaseerd op gesprekken met mensen in het onderwijs?
“Jazeker. Het aantal voortijdig schoolverlaters is enorm teruggelopen, dankzij heel hard werken van scholen, leerplichtambtenaren, gemeenten en zorgwerknemers. Maar bij de groep boven de 18 lukt dat bijna niet. Wat we willen is die verlengde kwalificatieplicht mogelijk maken in gemeenten waar al die partijen dat aankunnen. Gemeenten moeten daarvoor wel een plan maken en een verzoek indienen bij de minister.”
Juist uit het onderwijs klinkt kritiek. Scholen vrezen opgezadeld te worden met een hoop ongemotiveerde leerlingen en daar wordt niemand wijzer van.
“Ja, dat begrijp ik. Het gaat inderdaad niet om de meest gemotiveerde groep jongeren, anders waren ze geen voortijdig schoolverlater geweest. Toch wegen de kansen die we deze jongeren willen bieden voor mij zwaarder dan de kritiek.”
Vanaf 18 is iemand volwassen. Is uw plan juridisch wel mogelijk?
“Dat is natuurlijk een van de punten waarop dit initiatiefwetsvoorstel kritisch bekeken zal worden. Dat moet ook. We hebben er goede hoop op, omdat we dit niet generiek willen doorvoeren.”
Wie moet die leerling van 18+ straks achter de broek zitten?
“Nou, dat werkt hetzelfde als bij leerlingen tot 18 jaar.”
De school en daarna de leerplichtambtenaar?
“Ja, dat kan. Dat is onderdeel van het plan dat de gemeente dan maakt.”
Extra taken brengen ook extra kosten met zich mee.
“Dat zal voldoende gefaciliteerd moeten worden. Er is nu ook extra geld voor het aanpakken van schooluitval. Dat geld is niet iets waar we nu over nagedacht hebben. Wetgeving gaat erover dat er iets moet, niet hoe het betaald wordt. De financiering hoort bij de uitvoering, dat is een taak van de regering.”
Salarissen
Over de beloning van bestuurders is de laatste tijd weer veel te doen. Met name vanwege de aparte cao voor bestuurders in het voortgezet onderwijs, die algemeen verbindend is verklaard. De Tweede Kamer heeft onlangs een motie aangenomen om onderwijsbestuurders onder de ‘gewone’ cao van het personeel te brengen, met steun van het CDA. En dat is best opmerkelijk.
Rog gaat er even goed voor zitten. Hij vertelt dat bestuurders in het voortgezet onderwijs door een uitruil van arbeidsvoorwaarden - het inleveren van vakantiedagen bijvoorbeeld - wel tot 30 duizend euro in salaris erop vooruit kunnen gaan. Toezichthouders van CDA-huize hebben hem gevraagd of daar niets aan valt te doen. Het stoort hem helemaal omdat voor het personeel jarenlang de nullijn geldt. Het salaris van bestuurders moet in verhouding staan tot het salaris van personeel. Daarom heeft het Kamerlid het onderwerp aangekaart, zegt hij. Hij heeft de staatssecretaris ook nog gevraagd om een overzicht van de salarisontwikkeling van bestuurders in die eigen cao. Die krijgt hij niet. “Nota bene omdat zoiets te veel administratieve lasten met zich mee zou brengen. Dat heeft mij gestoken. Uiteindelijk hebben we ons als CDA-fractie de vraag gesteld: Laten we het nu lopen of vinden we dat bestuurders dan maar in de gewone cao moeten? Toen hebben we voor het laatste gekozen.”
Die salarisstijgingen waar u zich boos over maakt, zijn mogelijk gemaakt door een bestuurders-cao die steun kreeg van een CDA-minister, Marja van Bijsterveldt.
“Jazeker. En het is wel goed om te zeggen waarom ze die cao prees. Ook in het voortgezet onderwijs waren er bestuurders die veel verdienden en die boven de Balkenende-norm zaten. Of er tegenaan. En de minister heeft de bestuurders toen onder de norm gebracht, dat is wat er is gebeurd.”
In de cao die de zegen kreeg van de minister, kan een schoolbestuurder tot 155 duizend euro verdienen aan bruto salaris. Dat is anderhalf keer uw salaris.
“Ja. Dat is heel veel geld. We komen uit een tijd waarin de excessen nog veel groter waren. Dit waren de zegeningen die het kabinet toen heeft geteld.”
De CDA-fractie stemde eerder tegen een motie om bestuurders onder de gewone cao te brengen.
“Ja. En nu hebben we daar wel voor gestemd. Je moet altijd kijken hoe beleid uitpakt.”
De politiek was destijds al gewaarschuwd door de AOb en anderen. Misschien ook wel door u, als vakbondsman.
“Ja, het is ook heel goed dat we bonden hebben die ons daarop wijzen.”
Uw partij stemde zelfs tegen een motie die de minister opriep om over de bestuursbeloningen te gaan praten met de vakbonden.
“Ik ben nu Kamerlid, ik weet niet wat de afweging is geweest.”
Vindt u nu dat bestuurders in alle sectoren, dus ook het hbo bijvoorbeeld, onder de gewone cao moeten vallen?
“Het salaris van bestuurders mag niet uit de pas lopen bij leraren en conciërges. De beste manier om dat voor elkaar te krijgen, is dat iedereen in één cao zit, ja. Maar ik zeg er wel bij: mensen hebben in dit land het recht om zich te verenigen en een cao af te sluiten. Dat kun je niet zomaar verbieden.”
Eerst mochten in het hbo bestuurders jarenlang hun eigen regeling hebben, toen kwam er eindelijk de Wet normering topinkomens, die straks weer verlaagd wordt, en nu wil de politiek bestuurders allemaal onder de cao gebracht zien. Voor toezichthouders om gek van te worden.
“Ik geef onmiddellijk toe dat het geen consistent beleid is geweest. Het is helaas hapsnap, maar wel beleid met een goede bedoeling. We zijn zoekende naar hoe we die salarisverhoudingen beter kunnen krijgen. Als actieve volksvertegenwoordiger voel ik me geroepen om daar kritisch naar te kijken.”