• blad nr 10
  • 24-5-2014
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Een algemene staking

Even eerlijk, de werkgevers hebben ons met die laatste cao stevig in het pak genaaid. De loonsverhoging haalt net de inflatie. Daardoor zakt de koopkracht niet verder. Maar deze stop op verarming betalen we wel zelf. Met inlevering van entree- en trekkingsrecht. Langer doorwerken met een versoberde seniorenregeling is ook niet handig. Collega’s halen nu hun pensioen al niet schadevrij. Hoe moet dat straks? En dan de beloofde werkdrukverlaging. Die verzuipt gegarandeerd in het bekende Sovjet-drijfzand, een mix van jaartaakformulierenjargon, medezeggenschapsraadtreurigheid en het bestuurlijk devies ‘reserves eerst’. Tot hier, kan gebeuren. Bij onderhandelingen verlies je soms. Volgende keer beter.
Nee, het echte falen zit in de periode daarna. De voorzitter van de VO-raad gaat dan nog even op bezoek bij de minister. Om wat geld op te halen. In het totaal 369 miljoen euro. Voor ongeveer 85 duizend fte’s. Dat is dus 4341 euro per baan. Per jaar. Niks daarvan gaat naar praktijkwensen als kleinere klassen, minder lesuren en herstel van koopkracht.
Zet het op een rijtje. Eerst een wurgcontract. Dan die 369 miljoen euro. Maar die zijn niet voor ons. Dit is toch oplichting? Waar is de woede? Die is naar binnen geslagen. We zijn dit namelijk gewend. Het onderwijs wordt al decennialang even middeleeuws bestuurd als Afghanistan. Minister en staatssecretaris hebben dezelfde taakopvatting als president Karzai. Goed gekleed houden ze nikszeggende toespraken, laten zich fêteren en knippen linten door. Ze functioneren vooral ceremonieel. Daarnaast verdelen ze het protectiegeld onder de clanhoofden. Die wheelen en dealen. Met elkaar. En met de parasieten om hun heen. In dit bestuurlijk bolwerk kent iedereen iedereen. Allemaal denken ze in dezelfde grote lijnen. Het onderwijs moet beter, eigentijdser en uitdagender. Onze praktijkwensen staan op lang parkeren, want leraren zijn als remmen op de vooruitgang, stokers op de trein, lantaarnaanstekers in de straten. Dit dedain jegens de beroepsgroep en de corrupte omgang met geld drijven ons in de armen van de Taliban. Op de werkvloer is het antwoord op een vraag van leidinggevenden eerst rollende ogen en dan met overslaande stem: Rot op, werkdruk. En als het dan toch moet, volgt: Ja zeggen, nee doen. Twintig jaar Afghanistan maakt van de Nederlandse leraar een zeurende saboteur.
En precies dat is de kwestie, niemand is bang voor ons. De schrijver Herman Koch zei het al in het Belgische dagblad De Morgen: mensen met een beetje persoonlijkheid worden geen leraar. Dat beeld van die brave sukkel met die pubers in zo’n lokaal maakt ons structureel bedonderbaar. Laat Nederland daarom voelen wat dat is, onderwijs zonder leraren. Met een algemene staking. Voor een ander stelsel. Eerste eis, onderhandel over arbeidsvoorwaarden met de minister, niet met koepels. Tweede eis, op termijn beheert de overheid de reserves, regelt de beloning, klassengrootte, lestaak, curriculum en toetsen. Scholen werken binnen die afspraken aan een eigen pedagogisch didactisch klimaat.
Echt, die goocheltruc met 369 miljoen euro leert: het is genoeg geweest. Tijd voor actie. Voor een beter georganiseerd onderwijs.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.