• blad nr 10
  • 24-5-2014
  • auteur J. van Aken 
  • Redactioneel

Kritiek op inspectietoezicht  

Van goed naar excellent

Het inspectietoezicht verandert vanaf 2016. De Onderwijsinspectie gaat het oordeel ‘goed’ verstrekken en een jury blijft het predicaat ‘excellent’ toekennen. Schooldirecteuren zijn kritisch: “Als je niet oppast krijg je wat je vraagt: mensen die eendimensionaal voor resultaten gaan.”

‘Niet basiskwaliteit, maar goed onderwijs moet het streven zijn van elke school’, schrijven de onderwijsbewindslieden in een Kamerbrief. Hierdoor voorziet Herman Godlieb “een ratrace op het gebied van excellentie”. Hij is directeur van drie bassischolen in Groningen en lid van de actiegroep ‘Red het basisonderwijs’. Hij vreest dat kinderen door het inspectietoezicht constant onder druk gezet worden om hoger en beter te scoren. “Niet iedereen is excellent en dat kan ook niet. Sommige kinderen zullen het gevoel krijgen dat ze falen en dat is niet goed voor hun welbevinden.”
Hij is überhaupt tegen het geven van inspectiebeoordelingen. De inspectie moet vooral het gesprek aangaan over onderwijskwaliteit. “Bezoek scholen, kijk rond, praat, wees kritisch en stimuleer ze om verbeteringen door te voeren. Maar scholen de maat nemen, moet je niet doen.” Scholen worden volgens Godlieb niet beter door ze te beoordelen en predicaten te geven. “Om het onderwijs te verbeteren moet je zorgen voor goede leerkrachten, ruime scholingsmogelijkheden en scholen vertrouwen geven.”
Ook Jean Paul Later, directeur van de Vuurvogel in Malden, waarschuwt. “Je moet ervoor waken dat scholen uit angst voor inspectiecontroles alleen nog bekende onderwijsvormen en modellen gebruiken omdat die goed zijn te controleren. Als scholen niets nieuws durven uitproberen, hoe kom je er dan nog achter of het onderwijs beter kan? Voor excellentie is meer vertrouwen nodig, zodat je ruimte hebt om je te ontwikkelen.”
Daarom moet de inspectie een omslag maken: van controle naar meer vertrouwen en hulp. “Inspecteurs moeten niet als een ambtenaar een lijstje afstrepen met wat er niet goed gaat, maar tips geven hoe je het beter zou kunnen doen.”
Later merkte de meerwaarde daarvan bij het directe instructiemodel, waarbij een leerkracht op drie niveaus uitleg geeft. “Hoe pas je dat toe binnen een jenaplanschool met drie jaargroepen in één klas? De inspecteur tipte een vergelijkbare school. Dan is een inspecteur goud waard omdat je een verkenner hebt die goede voorbeelden zoekt.”
Van het oordeel ‘goed’ ziet hij de voordelen wel. “De inspectie zou bij het toekennen uit moeten gaan van leerwinst. Je doet een kind veel meer recht door te kijken of het spellingsniveau gegroeid is, in plaats van sec te kijken of het voldoende of onvoldoende scoort. Daardoor kun je frustratie en uitval van leerlingen vermijden.”

Leerwinst
Een belangrijke rol in het inspectietoezicht is weggelegd voor leerwinst, dat de toegevoegde waarde van een school weergeeft door het in- en uitstroomniveau van leerlingen te vergelijken. Het Rijswijks Lyceum neemt deel aan een pilot ‘leerwinst’. “We hebben ons aangemeld nadat de vwo-afdeling voor mijn komst als zwak beoordeeld was”, vertelt rector Jeroen Bos, die ook rector is van het Van Vredenburch College. Zijn leerlingen uit achterstandswijken in Den Haag komen veelal met taalachterstand op school. Bos: “Door het meten van leerwinst kunnen we na een jaar ontwikkelingen laten zien die we eerder niet in beeld hadden. Onze leerlingen blijken in de eerste drie jaar evenveel leerwinst te boeken als leerlingen van andere scholen uit de pilot. Maar in het eerste jaar boeken ze weinig vooruitgang en in jaar twee en drie maken ze een enorme spurt. De vraag is: moeten we meer investeren in het eerste jaar, is het onderwijs te makkelijk?”
Bos vraagt zich bij de oordelen ‘goed’ en ‘excellent’ af waarom de ene school als beter dan de andere betiteld moet worden. “Als je als excellente school gemiddeld een 7 of 8 als eindcijfer moet hebben, dan is het de vraag of we dat gaan halen met onze leerlingen. Toch durf ik de stelling aan dat we goede scholen hebben.”
Bos’ scholen nemen leerlingen mee naar het theater, lezen kranten met ze en organiseren debatwedstrijden. “Zaken die van huis uit niet vanzelfsprekend voor ze zijn. Ik ben trots op wat we met de leerlingen bereiken.”

Trots
Positiever over het inspectietoezicht is Ron de Bruijn, directeur van excellente basisschool de Venen in Reeuwijk. “Geen school is foutloos en perfect onderwijs bestaat niet. Daarom is het goed om mensen van buitenaf aanbevelingen te laten doen”, vindt hij. Excellentie is vooral een houding, volgens De Bruijn. “Het predicaat zorgt ervoor dat hier trotse mensen rondlopen die keihard werken om het juryoordeel waar te maken.”
De Venen is excellent omdat de school hoge opbrengsten heeft en veel buiten het curriculum om doet. “We werken met tablets, geven technieklessen, hebben een plusgroep en leerlingen debatteren regelmatig.” Daarnaast werkt de school met trendanalyses. “We bekijken bijvoorbeeld hoe de groepen 4 scoren voor taal en rekenen vergeleken met de afgelopen vijf jaar. Bij afwijkingen doen we indien nodig een interventie in het onderwijs.”
Ook het Van Maerlantlyceum in Eindhoven is voor de tweede keer excellent. “Het beeld is dat het alleen om resultaten gaat. Maar wij zijn excellent doordat we elke leerling een eigen leertraject kunnen bieden”, vertelt rector Liz Chermin. De school organiseert veel extra activiteiten, zoals muziekuitvoeringen, bijles geven aan medeleerlingen en meedoen aan onderzoek, waarbij leerlingen kunnen excelleren. “Het uitgangspunt is dat iedereen meedoet, ook kinderen met adhd of autisme.”
Het bezoek van de jury vindt ze waardevol. “Ze hadden zich goed ingelezen en stelden kritische vragen, dat dwingt reflectie af. Een suggestie was om naar de scheikunderesultaten te kijken die extreem goed zijn. We zijn met elkaar in gesprek over hoe we daar lering uit kunnen trekken voor andere vakken.”
Toch is Chermin kritisch over de uitbreiding met het inspectie-oordeel ‘goed’. “Mijn grote zorg is dat alles verwordt tot een lijst prestatie-indicatoren waarvan je afvraagt of die meten wat ze zouden moeten weten. De doorstroom is bijvoorbeeld een heel strakke indicator, maar soms is het voor een kind belangrijker om wat langzamer of via een andere weg te gaan.”
Voor wiskunde is afgesproken dat scholen allemaal enkele tienden hoger moeten scoren, vertelt ze. “Ik vraag me af of een leerling beter voorbereid is op vervolgonderwijs met een 7,4 dan een 7,2. Als je niet oppast krijg je wat je vraagt: mensen die eendimensionaal voor resultaten gaan.”

{kader 1}
Scholen uitdagen en waarderen

De predicaten ‘excellent’ en ‘goed’ moeten het onderwijs een boost geven. Arnold Jonk, hoofdinspecteur primair onderwijs, legt uit.

Het doel van het gedifferentieerde inspectietoezicht is de onderwijskwaliteit te verbeteren. Is die nu niet goed genoeg?
“Het onderwijs in Nederland is goed. Het idee van basiskwaliteit is dat je je vliegbrevet hebt gehaald. Dan moet je niet stoppen met vliegen, maar je daarin verder ontwikkelen. We willen scholen met het toezicht uitdagen en waarderen. Graag zouden we zien dat scholen het toezichtkader gebruiken als zelfassessment en daaruit afleiden waaraan ze kunnen of moeten werken. Maar je verwacht teveel van toezicht als je hoopt dat inspectieoordelen het onderwijs gaan verbeteren.”
De kritiek is dat de inspectie aan de autonomie van scholen komt.
“Daar zit een paradox in: enerzijds klinkt het verwijt dat de inspectie teveel aandacht heeft voor taal en rekenen. Als we breder kijken, zijn andere scholen bang dat we aan de autonomie komen. Maar de autonomie van scholen is heel belangrijk en we willen geen onderwijsvisies uitsluiten.”
Er komt een kwaliteitsprofiel met vijf onderdelen: onderwijsresultaten, onderwijsproces, schoolklimaat en veiligheid, kwaliteitsborging en ambities, en financiën. Hoe gaan jullie dat beoordelen?
“De vijf taartpunten moeten in evenwicht zijn. Hoe we dat precies gaan normeren is onderwerp van pilots en van gesprek. De beoordeling kan per school verschillen. Als je veel zorgleerlingen hebt, weegt de kwaliteit van de zorg zwaarder. Bij een school met veel achterstandsleerlingen luistert het nauwer hoe het aanbod om de achterstand te repareren georganiseerd is.”
Waarin verschilt een voldoende van een goede school?
“Die ideeën ontwikkelen we nu in samenspraak met het onderwijsveld en via pilots. Bij de resultaten gaat het wat mij betreft niet over gewoon de normen ophogen. Een school met het oordeel voldoende heeft de gemiddelde opbrengsten op orde. Goede scholen bekijken of ze per deelpopulatie ook voldoende leerwinst boeken én halen gemiddeld een goed niveau. Zo’n school heeft dus goed inzicht in haar toegevoegde waarde. Daarbij denk ik niet dat je een goede school kunt zijn, als je erom bekend staat lastige leerlingen af te wijzen.”
Hoeveel scholen zijn er in potentie goed en excellent?
“Ik verwacht dat er op termijn misschien tussen de 20 en 30 procent goede scholen zullen zijn. Excellent zullen er minder zijn.”

{kader 2}
Perverse prikkels

De AOb is geschrokken van de plannen voor het nieuwe inspectietoezicht, zegt AOb-beleidsmedewerker Esther Sloots.

“Een hoge mate van autonomie van scholen in combinatie met publieke verantwoording zijn het beste recept voor goede resultaten, staat in de Kamerbrief over het inspectietoezicht. Dit toezicht lijkt alleen niet te zorgen voor een hogere autonomie van leraren en scholen, maar voor besturen doordat de inspectie samen met hen gaat bepalen hoe de onderwijskwaliteit verbeterd moet worden. De zeggenschap van leerkrachten is niet gegarandeerd. Besturen zullen meer systemen inrichten om de kwaliteit te meten. Dat is niet de manier om het onderwijs beter te krijgen.”
De AOb is evenmin positief over de introductie van het oordeel goed en predicaat excellent. “Van predicaten op basis van toetsresultaten en eindopbrengsten gaat de onderwijskwaliteit niet omhoog. Het kan leiden tot perverse prikkels: als je zorgt dat leerlingen toetsen heel goed maken, kun je het predicaat excellent verkrijgen. Deze gegevens zijn geschikt voor leraren om hun onderwijs te analyseren en verbeteren, maar zijn absoluut ongeschikt voor publicatie.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.