- blad nr 7
- 5-4-2014
- auteur M. van Nieuwstadt
- Redactioneel
Nederlands kletsen op de zaterdagschool
Het is een druilerige zaterdagmorgen. Moeders en jochies met hockeysticks stappen in een Volvo die geparkeerd staat voor de Regenboogschool in het Haagse Laakkwartier. Ze hebben gehockeyd in een zaaltje naast het schoolgebouw. School op zaterdag? “Ik zou het saai vinden”, zegt Olivier (10) van hockeyclub Rapid in Gorkum. “Stom”, zegt teamgenoot Morris (9).
Een paar minuten eerder zijn 63 kinderen van de zaterdagschool op de Regenboog naar buiten gekomen en uitgewaaierd. Hun extra schoolochtend zit erop. Jessica Hendriks, hoofd van de zaterdagschool heeft ze een voor een de hand geschud. “Sommigen komen helemaal vanuit Nootdorp”, zegt zij. “Negen haltes heen en negen haltes terug. Voor twee uurtjes school is hun moeder vier keer een half uur onderweg. Dat vind ik heel bijzonder.”
Doordeweeks bezoeken zeshonderd basisschoolleerlingen uit allerlei culturen de Regenboog. Een kwart van de leerlingen is korter dan vier jaar in Nederland, er zijn daarom veel kinderen met een taalachterstand. De zaterdagschool is een steuntje in de rug.
Woordenschat
Tien minuten voor schooltijd stond de Poolse Kornelia (11) voor de deur al te wachten. Ze woont sinds een paar maanden in Nederland bij haar vader en is door de regen naar school komen lopen. Geen probleem, want ze woont vlak om de hoek. “Ik wil beter Nederlands spreken”, verklaart Kornelia haar vroege aanwezigheid.
Vandaag blijft het donker en stil op de begane grond van de Regenboog, maar op de eerste verdieping is er leven genoeg. Toch zijn er van de negentig ingeschreven zaterdagscholieren 27 afwezig. Veel achtstegroepers bezoeken open dagen. “En ze hebben net hun schooladvies gekregen”, zegt meester Nick. “Daarna is er een terugval in de opkomst bij de zaterdagklassen, dat begrijp ik wel.”
Kornelia krijgt vandaag les samen met zestien andere kinderen die minder dan een jaar in Nederland zijn. De muren van het lokaal zijn volgeplakt met korte zinnetjes, lastige woorden en bijpassende plaatjes. “3-2-1 en het is … stil”, zegt juf Karla. “Goedemorgen allemaal!” De klas antwoordt in koor: “Goedemorgen juffrouw Karla.”
“Wij zijn heel bijzonder”, zegt de juf. “We zitten in de klas met kinderen uit de groepen 4 tot en met 8 bij elkaar. En wij komen uit allemaal verschillende landen. Polen, Bulgarije, China, Marokko, Portugal, Tanzania en Turkije. Marco en Daniel zijn er nog niet, misschien omdat het regent en zij van ver moeten komen met de fiets. Wie weet er nog waar zij vandaan komen. Marokko? Nee. Turkije? Nee. Ja, heel goed uit Egypte!”
Er bestaan in Den Haag twaalf zaterdagscholen, die samen 493 duizend euro subsidie krijgen. Andere basisscholen gebruiken de zaterdagschool om te musiceren, sporten of om met techniek bezig te zijn. Op de Regenboog staat sinds drie jaar op zaterdagochtend taal, woordenschat en rekenen centraal. Dat zijn de vakken waar de kinderen door het voortgezet onderwijs bij hun schoolkeuze op worden afgerekend, legt directeur Manuel Veira uit. “En het werkt”, zegt hij. “We zien dat kinderen die bij ons in de afgelopen drie jaar de zaterdagschool hebben gevolgd, gemiddeld genomen iets sneller vooruitgaan, dan kinderen die dat niet doen. Het is nog niet genoeg, maar we zien ook de motivatie en zelfstandigheid toenemen. Vooral kinderen die geen Nederlands spreken hebben veel profijt van de zaterdagschool. Dat gaat als een lopend vuurtje door de school. Daarom zijn de ouders van deze kinderen graag bereid om mee te doen.”
Afwachtend
In de klas met nieuwkomers in Nederland zit Kornelia opgevouwen op een klein stoeltje. De andere kinderen aan haar tafeltje zijn een kop kleiner dan zij. Kornelia tikt een stukje van de Cup Song op de tafel en zuigt de taal op. “Huis, buis, kluis. Kluis? Kornelia kijkt stagiair Esra vragend aan. “Kijk daar op de gang”, zegt Esra. “Je doet er je spullen in en dan kan hij op slot.”
Zonder dat er veel uitleg voor nodig is, helpen de kinderen elkaar. Het is ook niet zo zinvol, vertelt Hendriks, om een heel verhaal te houden over een coöperatieve werkvorm voor kinderen die nog maar zes weken in Nederland zijn.
Als oudere tussen de kleintjes ontpopt Kornelia zich tot juf. Kersverse kennis geeft ze razendsnel door. “Een kluis, weet je niet wat dat is”, vraagt ze aan Adam uit groep 4. “Kom eens.” Adam (7) – pretoogjes, stug zwart haar en een geel stipfiguur op zijn trui – loopt mee naar de gang en Kornelia wijst hem het kluizenblok. “Kijk: kluis. Ga opschrijven.”
Een doel van deze klas, vertelt Hendriks, is om kinderen aan het praten te krijgen. “Ze moeten uit die afwachtende stille positie komen, waar de meesten toch wel inzitten.” Dat lijkt te lukken.
Adam kletst overal doorheen. Maar werken kan hij ook. Zijn mond hangt half open, vlak boven zijn werkstuk. Zijn hoofd steunt op zijn ene hand. In de andere houdt hij een stompje potlood. Hij tekent groene cirkels rond de groenten en rode rond het fruit.
De juf schuift aan bij de verschillende tafeltjes. Komende zaterdag worden er voor de ouders theaterstukjes opgevoerd. Marco en zijn broertje Daniel, 20 minuten te laat binnengekomen, kunnen in het Nederlands nog niet volgen wat er aan de hand is. “Next week we are going to play like a restaurant”, zegt juf Karla. “What do you want to play? Chef? Cook? Ober? Ja? En wat kan de ober dan zeggen? Ja, wat wilt u eten. En dan zegt de gast ik wil pizza Hawaď.”
De kinderen loopt het water in de mond. “Ja”, zegt Altanay. “Ik wil pizza met salami, kaas en ui.” “Maar we doen net alsof”, zegt juf Carla. “Je krijgt hem niet. Ik ga het netjes voor jullie opschrijven en dan uittypen.”
Leergierig
De Regenboog is een van de vele scholen die profiteert van de miljoeneninvesteringen die de gemeente Den Haag de afgelopen jaren heeft gedaan in de verlenging van onderwijstijden. In totaal ontvangt de school een kleine 9 ton aan gemeentelijke subsidies voor onder andere de zaterdagschool, drie weken zomerschool, schakelklassen, maatschappelijk werk en de verlenging van de lestijden door de week.
De zaterdagschool is met een subsidie van 50 duizend euro een relatief bescheiden kostenpost. Het meeste geld gaat sinds het begin van dit schooljaar naar de salarissen van veertien nieuwe vakspecialisten op het gebied van theater, dans, muziek, techniek en cultureel en kunstzinnige vorming. Brede ontwikkelingsschool heet dat project.
Een van de leslokalen staat vol met techniekmaterialen en muziekinstrumenten. Er zijn djembees en er hangen gitaren en toetsenborden aan de muur. “Tot voor kort stelde het muziekonderwijs op deze school niet veel voor”, zegt Hendriks. “Maar intussen is dat wel veranderd.”
“Ik vind die talentontwikkeling belangrijk”, zegt Veira. “Maar uiteindelijk doen we dit allemaal, omdat wij de aanname hebben dat het kinderen helpt in hun cognitieve, schoolse ontwikkeling. Voor onze kinderen met een taalachterstand geldt dat des te meer. Het project Brede ontwikkelingsschool is bij ons nog te jong om de resultaten te kunnen meten.”
In het lokaal van groep 8 krijgen zes kinderen rekenles van meester Nick. Door de half gesloten luxaflex zijn de plassen op het sportveld buiten juist zichtbaar. Op tafel liggen kopietjes uit de speciale zaterdagrekenmethode.
Stap voor stap rekent meester Nick met de kinderen door hoeveel 5-literblikken verf er nodig zijn om een kamer van 70 vierkante meter te verven. Iedereen levert een bijdrage. “Op deze manier is er meer ruimte voor persoonlijke aandacht”, vertelt meester Nick na afloop. “Natuurlijk ga je voor deze kinderen niet alles veranderen met twee uurtjes in de week, maar het is wel leuk om aan zo’n kleine groep les te geven. Dit zijn allemaal leergierige kinderen.”
Nee, zegt Xiangyi (11), ik vind het niet leuk om op zaterdag naar school te gaan. “Maar het helpt wel. Met rekenen ben ik in negen maanden zaterdagschool omhooggegaan van 46 naar 54 gemiddeld.” Nu kan Xiangyi met een mavo/havo-advies naar het Lyceum Ypenburg. Mits de school een plekje voor hem heeft.
Want volgens schooldirecteur Veira zijn niet alle middelbare scholen in Den Haag bereid om kinderen met een taalachterstand een kans te geven op het niveau dat volgens de Regenboog past bij hun mogelijkheden. “Wij zien soms de doorgroeimogelijkheden van kinderen die op basis van de cijfers naar het vmbo-kader zouden moeten. Wij achten dan vmbo-theoretisch mogelijk of zelfs havo, maar het lukt niet altijd om voor die kinderen plekken te vinden. Gelukkig zijn er scholen die proberen ons tegemoet te komen. Zo is de Regenboog met het Stanislascollege een speciale tienerschool begonnen voor kinderen van tien tot veertien jaar.”
Veira heeft de Cito-toets afgeschaft – te talig – en probeert middelbare scholen te overtuigen met een scala aan andere meetgegevens dat hun talenten en mogelijkheden illustreert. Dat lukt niet altijd, al was het maar omdat kinderen in het Laakkwartier een postcode hebben waarmee ze lang niet altijd terechtkunnen op de school van hun keuze. “Het Laakkwartier ligt ongunstig”, zegt Veira. “Wij liggen dichter bij het Lyceum Ypenburg, maar de kinderen uit Delft gaan qua postcodegebied voor. Voor ouders en kinderen is het frustrerend als ze op het laatste moment te horen krijgen dat de school van hun eerste voorkeur geen plek heeft. Voor een goed alternatief is het dan vaak al te laat.”