• blad nr 7
  • 5-4-2014
  • auteur M. van Nieuwstadt 
  • Redactioneel

Stewards houden de school schoon 

Wie niet opruimt gaat op de bon

In blauw gestoken schoolstewards met portofoons vragen medescholieren om hun rommel op te ruimen. “Er gebeurt nu veel meer stiekem.”

Een leeg frisdrankpakje landt voor de voeten van Bregje (14) en Hannah (14). Vanochtend vervullen deze twee havo-leerlingen hun dienst tijdens de onderbouwpauze van Daltonschool Markenhage in Breda. Het woord ‘steward’ staat in witte hoofdletters op hun blauwe jas.
Bregje en Hannah kijken rond. Waar komt dat pakje vandaan? “Ik denk iemand daar!” De stewards lopen in de richting van zeven mavo-leerlingen. Rugzakken, pakjes frisdrank, smartphones en stukjes cellofaan liggen op een paar bijeengeschoven tafels.
De jongens kijken de stewards aan met twinkelende ogen. “Ruim het gewoon even op dan”, zegt Bregje. “Maar ik was het echt niet”, zegt een van de jongens. “Ik ook niet hoor”, zegt een ander.
Er wordt gelachen. Met een notitieblok in de hand doet de verslaggever van het Onderwijsblad een stap dichterbij om de woordenwisseling in het geroezemoes te kunnen volgen. Misschien geeft dat de doorslag. Een van de jongens staat op en gooit het pakje in de prullenbak.
Het idee dat de inzet van schoolstewards helpt om scholen schoon en netjes te houden is overgewaaid uit de Verenigde Staten. “We noemden ze eerst schoolwachten”, zegt Stefan Klaassen, eigenaar van adviesbureau Op IJgen Weize en bedenker van het concept. “Maar steward klinkt veel stoerder. Leerlingen associëren dat woord met voetbal en Formule-1.”
Dat leerlingen die meedoen met het programma elkaar uitdagen komt voor Klaassen niet als een verrassing. “Fase drie”, analyseert hij. “Leerling test systeem.”
Volgens Klaassen zijn er in Nederland sinds 2007 zestig middelbare en mbo-scholen begonnen met surveillerende stewards. Ook onder basisscholen bestaat belangstelling. Klaassen schat de kosten van het programma op grofweg vijf à zes euro per leerling. Die zouden snel zijn terugverdiend met besparingen op opruim- en schoonmaakcontracten: “Na vier weken is 90 tot 95 procent van de rotzooi verdwenen.”
Dat klinkt mooi. Maar het is niet de praktijk op het Markenhage, een school die dit schooljaar met het stewardprogramma begonnen is. Leerlingen volgden een trainingsprogramma, waarin hen is uitgelegd hoe ze samen de school schoon kunnen houden. Het concept is simpel. Stewards lopen in tweetallen rond en vragen medeleerlingen of ze rommel die bij hen in de buurt ligt willen opruimen, of die nu van henzelf is of niet. Wordt er naar steward nummer 1 niet geluisterd, dan volgt een vaste procedure. Nummer 2 herhaalt de opdracht. Er is een korte bedenktijd. En als het dan nog niet lukt, krijgt de leerling de keuze: rommel opruimen, of hij wordt geregistreerd. In dat geval volgt een sanctie, zoals bijvoorbeeld een schoonmaakcorvee aan het einde van de dag.
Natuurlijk, zegt Erik-Jan de Sterke van Op IJgen Weize, kunnen leerlingen rommel die ze laten vallen laten liggen of stiekem wegschoppen. “Maar dat maakt je bij klasgenootjes niet populair. En als die rommel bij een leerling uit de vijfde klas terechtkomt, wat doe je dan?” Het systeem lijkt een mooie oplossing voor Markenhage, een school waar 65-plussers tot vorig schooljaar de rotzooi van de leerlingen aan het einde van de dag kwamen opruimen. Niet bepaald een goed voorbeeld voor de kinderen, vertelt conrector Roland Joosen.

Cellofaantje
De invoering van stewardprogramma’s verloopt niet altijd soepel en leidt soms tot verzet van ouders. “Op onze school was er vorig jaar weerstand van twintig ouders”, zegt Henk Klaasen, plaatsvervangend rector van scholengemeenschap Wiringherlant in Wieringerwerf. “Ouders vonden het een verkeerd signaal dat leerlingen andere leerlingen moesten registreren. Maar na een enquête eind vorig schooljaar hebben we toch besloten door te zetten. Wij hebben de indruk dat het schoolplein schoner is geworden, al is het lastig om daar een getal op te plakken.”
Stewards Bregje en Hannah lopen zij aan zij rond met portofoons in hun hand. Ze handelen wat aarzelend en voorzichtig, maar dat lijkt goed te werken. Ze spreken medeleerlingen aan op kalme toon en vragen of rommel kan worden opgeruimd. In één pauze wordt het verzoek zeker tien keer opgevolgd.
Vincent heeft zojuist een leeg plastic flesje in een vuilcontainer gegooid. Wat hij daarvan vond? De havo-leerling gebruikt een woord waar hij de klas voor zou zijn uitgestuurd: “Ik had dat ding niet op de grond gegooid.” Ook brugklasser Jynt (12) heeft zojuist troep van een ander moeten opruimen, een cellofaantje. “Vies om dat op te pakken”, zegt hij, “Maar ik vond het goed. Het is goed dat de stewards er zijn.”
Twee mannelijke stewards uit mavo-3 nemen hun taak minder serieus dan de meiden. Ze hangen tegen het raam, terwijl klasgenoten aan een tafeltje voor hen zitten te lunchen. “Steward zijn slaat helemaal nergens op”, zegt één van de twee - hij wil niet bij naam genoemd worden. “Er is nog evenveel rommel als voorheen, maar nu moeten wij het na de pauze opruimen.”
Nadat een klasgenoot herhaaldelijk tegen zijn been heeft gestompt haalt een van de stewards een registratieformulier tevoorschijn. “Raak me nog één keer aan, nog één keer”, zegt hij. “Wat is je naam.” Maar hij piekert er niet over om het formulier straks echt bij de conciërge te gaan inleveren. “Zoiets hebben wij nog nooit gedaan.”

Congiërge
Als de bel gaat, staan de kinderen in ‘de Kuil’ van Markenhage als één man op. De pauze is ten einde. Er blijven broodkruimels, pakjes en blikjes achter, maar de rommel valt mee. Behalve dan onder de tafel van de jongens die een frisdrankpakje naar Hannah en Bregje hebben gegooid. Zij hebben alle rommel onder hun tafels op de grond verspreid. Even later gaan twee leerlingen uit de bovenbouw aan hetzelfde tafeltje zitten. Zij hebben de troep niet gemaakt. Toch gaat havo-leerling Jeanine (17) op verzoek van Bregje een veger halen en een veegblik met een lange steel eraan. “Ik vind het zielig voor die kleintjes dat ze alle rotzooi moeten opruimen”, legt Jeanine even later uit. “Hoe het nu gaat is natuurlijk niet eerlijk, maar ik ga er niet moeilijk over doen.”
Toch is de havo-leerling geen fan van het stewardprogramma: “Er zijn heel veel ruzies tussen de stewards en de mensen die het eigenlijk zouden moeten opruimen. Er worden dan namen doorgegeven en die mensen worden dan uit de klas gehaald. Het is al vaker gebeurd dat kinderen stewards buiten staan op te wachten. Zo van: Jij hebt mij verraden.”
Ook de conciërges van Markenhage zijn nog niet erg enthousiast over het stewardprogramma. Conciërge Tinus Roeven laat de kluisjesruimte zien. “Vanmorgen was het hier brandschoon”, zegt hij. “We hebben geverfd, gepoetst en geboend, want afgelopen weekend was er hier een open dag. En kijk nu eens.”
Op de grond liggen plastic flesjes, zakjes en boterhamkorsten. Er is kauwgom aan de muren geplakt. En dat is alleen nog maar de zichtbare rommel. Conciërge Louis van den Boogaart draait een tafel om en laat zien wat de leerlingen in één ochtend allemaal onder de rand hebben gepropt. “Doordat er nu stewards rondlopen, gebeurt er veel meer stiekem”, zegt hij. “Ga maar eens kijken achter de radiatoren.”
De korsten en plastic zakjes daar zijn geen verrassing meer. Volgens conrector Ronald Joosen blijft de aula nu al schoner achter, maar het lijkt nog bepaald onzeker of Markenhage de 90 tot 95 procent rotzooireductie gaat halen die Op IJgen Weize de school heeft voorgespiegeld. Toch is Joosen vast van plan om door te zetten. “Op mijn vorige school, een mavo in Dordrecht, heb ik gezien hoe goed het programma werkt als alle opstartproblemen achter de rug zijn.”
Zolang het niet werkt, is het volgens Klaassen aan conciërges om stewards te coachen en te motiveren om hun taak beter uit te voeren. Dat is niet altijd makkelijk, zegt conciërge Martin Timmermans. “Hoe moet ik leerlingen motiveren, die helemaal niet gemotiveerd zijn. Ik sta heus positief tegenover dit soort veranderingen, maar je kunt van mij niet verwachten dat ik hier ga rondlopen als een of andere Emile Ratelband. Dat zit niet in mij.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.