• blad nr 7
  • 5-4-2014
  • auteur K. Hagen 
  • Redactioneel

Stakingen in mbo, een hoop gesteggel in vo  

Nieuwe cao’s lijken ver weg

Werkdruk, seniorenregelingen en salaris. De AOb-onderhandelaars steggelen met de werkgevers al een tijd over de arbeidsvoorwaarden. AOb-bestuurder Ben Hoogenboom heeft een hard hoofd in de uitkomst van de onderhandelingen over de cao-vo. In het mbo staan werkgevers en vakbonden nog verder uit elkaar. Daar wordt gestaakt.

‘Goed beroepsonderwijs schreeuwt om een goede cao.’ Met deze leus is de stand van zaken in het mbo kort samen te vatten. De AOb voert samen met de andere vakbonden actie door heel het land.
De werkgevers willen niet ingaan op de eisen van de bonden voor duurzame inzetbaarheid en werkdrukverlaging. Als het aan de bonden ligt, komen er afspraken over het aantal lessen, het ontwikkelen van nieuwe onderwijsprogramma’s, een structurele seniorenregeling, het bijhouden van het vak en regels voor flexcontracten. Begin maart gaven de bonden de Mbo-raad een ultimatum. De raad liet dat verstrijken. Tijdens de voorbereidingen zei AOb-rayonbestuurder Baps Snijdewind daarover: ‘Dat betekent dat wij alle recht hebben om nu in actie te komen.’
De eerste staking was op 25 maart in Groningen. Het personeel van het Noorderpoort College kreeg van de vakbonden een oproep om het werk een middag neer te leggen. Zo’n tweehonderd kwamen naar voetbalstadion Euroborg. “We moeten krijgen waar we recht op hebben: meer zeggenschap voor docenten en tijd voor het vak”, zei AOb-bestuurder José Muijres tijdens die stakingsbijeenkomst. “En als de werkgevers niet willen luisteren, dan gaan we gewoon door met staken.”
Tijdens de Groningse stakingsbijeenkomst komt vooral de werkdruk naar voren. “De werkdruk is hoog en de klassen worden groter”, vertelt mbo-docent Jantje Westinga van het Noorderpoort College. “Als je het werk goed wilt doen, dan kan dat niet in de tijd van je normjaartaak.”
Westinga hoopt dat er een betere cao komt. “Vooral die werkdruk moet omlaag. Voor mij is salarisverhoging niet eens het belangrijkste.” Ook Francien van der Meulen noemt de werkdruk. “Ik werk 85 procent, maar het is veel meer werk. Eigenlijk is het gewoon fulltime.”
Uit cijfers van het ministerie blijkt ook dat tussen 2009 en 2012 de werkdruk toeneemt en de klassen groter worden. Was de verhouding tussen docenten en leerlingen op de mbo-instellingen in 2009 nog 1 op 15,8. In 2012 was dat gestegen tot 17,2 leerlingen per docent.
“De werkdruk is topprioriteit voor ons, maar de werkgevers geven niet thuis. Ze willen geen concrete afspraken maken”, zei AOb-bestuurder Muijres op het podium tegen de leraren 25 maart. “Een stijgende werkdruk is slecht voor de onderwijskwaliteit. Straks zitten leraren massaal ziek thuis.”
In het ultimatum eisten de vakbonden ook professionele ruimte voor het onderwijspersoneel. Muijres: “Een docent is geen uitvoerder van dienstorders uit de bestuurskamer, maar een professional die zijn vak verstaat en de ruimte moet krijgen om zijn kennis over te dragen.”
“Als we nu niet staken, wanneer dan wel? Er moet wat gebeuren”, zegt Geerte Damman, mbo-docent op het Noorderpoort College. “Jongeren krijgen geen vast contract. Daar heb ik zelf minder last van gehad, maar ik merk wel dat de werkdruk veel hoger is dan toen ik vier jaar geleden begon. We krijgen bijvoorbeeld geen uren meer om te vergaderen”, zegt Damman. Haar collega Agaath Voorthuis staat naast haar en zegt: “Ik krijg steeds meer niet-lesgebonden taken. Mijn leerlingen wilden zelfs mee naar deze staking en wensten mij veel succes.”

Voortgezet onderwijs
In het voortgezet onderwijs gaan de onderhandelingen ook erg moeizaam. “Het lijkt alsof de VO-raad om de hete brij heen draait”, zegt AOb-bestuurder Ben Hoogenboom. Werkdrukverlaging, een seniorenregeling, loon. Allemaal ingewikkelde punten, waarover de VO-raad en de vakbonden het maar moeilijk eens kunnen worden.
Meer overeenstemming is er over de professionalisering van docenten. “We zijn het erover eens dat leerkrachten per jaar 83 uur en 750 euro moeten krijgen om te besteden aan deskundigheidsbevordering”, zegt Hoogenboom. “Belangrijk is dat docenten zelf mogen weten waaraan ze het besteden, bijvoorbeeld aan een nascholingscursus. Scholen waarbij leraren nu al meer tijd krijgen, moeten bovendien niet getroffen worden door deze afspraak. De werkgevers zien deze noodzaak ook.”
De overeenstemming lijkt bij dat punt te blijven steken. Stellig is Hoogenboom over het thema werkdruk. Die werkdruk moet omlaag. “De werkgevers willen dit niet bindend in de cao vastleggen”, zegt hij. De AOb wil een lestaak van 23 uur per week. “We zijn daar nog over aan het onderhandelen. Het is een gevoelig punt, maar voor de AOb weegt dit zwaar.”
Net als seniorenregeling de bapo. Die staat onder druk. Het liefst zouden werkgevers die dure regeling schrappen. De AOb wil de regeling behouden voor alle leraren vanaf 57 jaar. “Voor ons hangt dit punt samen met werkdruk. De AOb wil wel praten over een versobering van de seniorenregeling, zoals het verminderen van het aantal op te nemen bapo-uren, maar daar moet heel veel tegenover staan. De opbrengsten moeten voor werkdrukverlaging voor iedereen worden ingezet.” Bovendien wil de AOb een goede overgangsregeling voor leerkrachten die nu al gebruikmaken van de bapo. “Daar zijn we vooralsnog nog niet uit.”
En dan is er nog de jarenlange nullijn. Een doorn in het oog van de AOb. “Wij blijven bij onze looneis van 3 procent loonsverhoging”, zegt Hoogenboom. “Een nullijn brengt makkelijk geld in het laatje van de overheid, maar het is een gedrocht.” De werkgevers houden zich, volgens de AOb-bestuurder, vast aan de ruimte die het onderwijsakkoord gaf, namelijk 0,2 procent voor 2014. Wel is er een toezegging om de financiële ruimte in 2015 rechtstreeks door te vertalen in een brutoloonstijging. Mits de overheid het beloofde geld ter beschikking stelt.
Nog een lastig punt. Het entreerecht. Per 1 augustus 2014 moeten eerstegraads docenten naar een hogere salarisschaal worden bevorderd, als ze meer dan 50 procent in de bovenbouw lesgeven. Hoogenboom: “Dat recht willen wij behouden. De werkgevers willen er vanaf, maar zoiets schaf je niet aan de vooravond af. Sinds 2008 weten werkgevers dat docenten naar hogere salarisschalen moeten. Dan heb je voldoende tijd gehad om er rekening mee te houden.”
De standpunten liggen nogal ver uit elkaar. “Als ik de bapo moet afbouwen, kan ik niet aankomen met slechte afspraken over werkdruk én salaris. Natuurlijk hoop ik dat we tot een cao komen. Ik weet hoe belangrijk dat is, zeker dat de AOb deze als grootste vakbond ondertekent, maar ik zeg eerlijk: Ik heb er een hard hoofd in.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.