• blad nr 7
  • 5-4-2014
  • auteur L. Douma 
  • Redactioneel

 

Bijles gymnasiasten voor taalzwakke leerlingen

Op een Rotterdamse basisschool krijgen taalzwakke kinderen bijles van gymnasiasten. De basisschoolleerlingen floreren onder de een-op-een aandacht. Hun mentoren maken kennis met een wereld waarin niet iedereen slim is. “Ze bouwen echt een band met elkaar op.”

“Schrijf de volgende zin op: ‘Hij morst de melk’.” Het meisje uit groep 3 legt de armbanden waarmee ze speelt neer en begint geconcentreerd te schrijven.
“Wacht even”, zegt haar ‘remedial teacher’, een vierdeklasser van het Rotterdams Erasmiaans Gymnasium. “Nu denk ik dat er ‘hijm’ staat. Elke keer als een nieuw woord begint, moet je een ruimte openlaten.” Het meisje giechelt. Haar lachje doet een beetje nerveus aan. Maar ze pakt haar pen weer op en begint opnieuw: hij-opening-morst.
Ondertussen loopt Peter-Paul le Conge Kleyn van stichting SamenLerenLezen om de grote tafel heen waaraan vijf koppels van gymnasiasten en derdegroepers zitten. Zo af en toe geeft hij een kleine aanwijzing. Aan het eind van de les schuift hij nog even aan bij het giechelende meisje en haar mentor.
Twee keer per week is Le Conge Kleyn op de zwarte basisschool de Globetrotter, locatie Toermalijn, op de Kop van Zuid te vinden. Sinds dit schooljaar begeleidt hij er gymnasiasten van het Erasmiaans die bijles geven aan taalzwakke leerlingen. Voor de kerstvakantie hadden ze de middenbouw van de Globetrotter onder hun hoede, na de kerst leerlingen uit groep 3. “De leerkracht kijkt in het leerlingvolgsysteem welke kinderen het meest achterlopen en die leerlingen geven wij bijles”, vertelt Le Conge Kleyn. De bijlessen – vijftien in totaal – verlopen volgens een strak schema, elke week wordt een les afgewerkt. Na de les schrijft de gymnasiast op met welke woorden de leerling moeite heeft, zodat die de volgende sessie herhaald kunnen worden. De eerste keer wordt een soort nulmeting gedaan. Aan het einde van de rit worden de leerlingen weer getest. “Voor de kerstvakantie bleek dat de kinderen uit de middenbouw met sprongen vooruit waren gegaan. Ze hadden niet hun hele achterstand weggewerkt - dat is ook teveel gevraagd - maar wel een flink deel ervan.”
Le Conge Kleyn kocht een grote taart en nodigde de ouders van de leerlingen uit op school. “Ik heb een rapportje over elk kind geschreven. Ik wil ook hun ouders de vooruitgang laten zien. Vaak horen ouders alleen wat er allemaal fout gaat. Aan het eind van het traject worden er nog steeds fouten gemaakt. Maar er is veel geleerd. Ik wil dat ouders en kinderen zien dat het nut heeft gehad, dat ze trots mogen zijn.”

Ander vocabulaire
De scholieren die bijles geven, zijn geselecteerd door het Erasmiaans. Stuk voor stuk halen ze erg goede cijfers. Ze kunnen dus zo af en toe wel een uurtje missen om bijles te geven. Op het gymnasium zijn ze al bezig met het opbouwen van hun cv, waarop het geven van remedial teaching goed staat. Na vijftien weken bijles geven, krijgen ze een certificaat. Le Conge Kleyn: “Een leuke bijkomstigheid is dat de gymnasiasten op deze manier ook eens in een wijk komen waar kinderen wonen die minder kansen hebben dan zij. Het is voor hen goed om te zien dat niet iedereen zo makkelijk leert. En het geeft veel voldoening een kind te helpen, ze bouwen in die vijftien weken echt een band met elkaar op.”
Die andere wereld is meteen ook een van de belangrijkste aandachtspunten tijdens de training die de gymnasiasten voor aanvang van de bijlessen krijgen. “Het moeilijkste is het spreken van hun taal. De gymnasiumleerlingen zijn een heel ander vocabulaire gewend dan de kinderen van de basisschool. Dat moeten ze steeds goed in hun achterhoofd houden.”
In drie bijeenkomsten geeft Le Conge Kleyn een training over motivatie, didactiek en methode. De methode, die hij zelf heeft ontwikkeld, leert kinderen patronen in taal ontdekken. Daarbij wordt gebruikgemaakt van lego. Klanken worden opgedeeld in groepen, met allemaal een eigen kleur. Voordat een kind een woord opschrijft, legt het de kleuren uit met lego. Het is de bedoeling dat het kind een woord leert visualiseren, waarbij de kleuren gebruikt worden als geheugensteuntje. Ook maken de leerlingen dictees en krijgen ze op een tablet woorden voorgeschoteld die ze hardop moeten voorlezen.

Toekomst
Als onderwijskundige merkte Le Conge Kleyn dat hij het contact met de werkvloer kwijtraakte. Dat beviel hem niet. Tegelijkertijd zag hij dure remedial teachers wegbezuinigd worden op scholen, terwijl leerlingen veel baat hebben bij hun werk. Die remedial teaching kan ik efficiënter organiseren, dacht hij. Hij richtte de stichting SamenLerenLezen op en zet sinds tweeënhalf jaar gymnasiasten in als remedial teachhers. Le Conge Kleyn is begonnen met het Rotterdamse Marnix Gymnasium waar leerlingen bij wijze van maatschappelijke stage bijles konden geven. Sinds dit schooljaar doet ook het Erasmiaans mee. Vier Rotterdamse basisscholen zijn de afnemers. Per kind betaalt de school 80 euro voor vijftien bijlessen. “De scholen betalen ongeveer een derde van de totale kosten. De rest wordt betaald door fondsen.”
Le Conge Kleyn is veel tijd kwijt met fondsenwerving. Bovendien zijn de subsidies veelal kortlopend. “Je ziet dat ik tijdens de bijles vrij weinig doe. De methode is heel duidelijk en overzichtelijk, zowel de gymnasiasten als de leerlingen weten wat ze moeten doen. Mijn bedoeling is mezelf overbodig te maken. Ik kan me voorstellen dat ik in de toekomst meer op scholen zelf trainingen geef. Aan leerkrachten, hulpouders, of vrijwilligers. Als het programma eenmaal staat, staat het, en hebben ze mij niet meer nodig.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.