• blad nr 15
  • 9-9-2000
  • auteur . Lachesis 
  • Column

 

Droef

Op mijn eerste school bestond het verschijnsel niet. De leerlingen hadden het pand om half vier nog niet verlaten of de eerste collega¹s haalden hun fiets uit het fietsenhok en togen huiswaarts. Ik niet. Ik was meestal de laatste die de poort uitging. De reden voor dit Œlate¹ vertrek had niet zozeer met nobele overwegingen van doen als wel met de vertrektijden van de bus. Vanaf het moment dat ik een auto kocht, kon ik de competitie met mijn collega¹s ruimschoots aan.
In de loop van de jaren veranderde dat langzaam maar zeker. Steeds vaker bleven we wat langer op school om de toen heersende wanen uitgebreid gestalte te geven in ons onderwijsaanbod. Het liep echter nooit erg uit de hand. Meestal waren we op een heel acceptabele tijd thuis. Na negen jaar op die school werkzaam te zijn geweest vertrok ik naar een andere. Van meet af aan bleek dat hier de mores anders waren. Als ik meende dat mijn dag er op zat en ik vrolijk zwaaiend door de hal liep, kwam mij een ijzig zwijgen tegemoet: ŒAh, was ik er zo één!¹ Van schrik bleef ik een aantal weken mijn vertrek naar huis uitstellen. Ik keek de schriften tergend langzaam na, haalde om de haverklap een kopje thee, schikte nog eens iets in kasten, knoopte praatjes aan en trommelde veel met mijn vingers op de tafels. Als ik echt niet meer kon verzinnen wat ik moest doen, waakte ik er zorgvuldig voor dat mijn sleutelbos niet rammelde en sloop ik het gebouw uit. Dat getalm en gesluip lieten zich niet lang combineren met mijn zelfbeeld. Van het ene op het andere moment besloot ik de heersende mores te weerstaan en mijn eigen maatstaf aan te houden. Klaar is klaar. Een mens kan niet leven bij werk alleen. Met opgeheven hoofd verliet ik sindsdien het pand.
Ik bleek al snel niet de enige te zijn.
Die tweedeling is nooit helemaal verdwenen. Die tweedeling is als ik goed ben ingelicht ook op veel andere scholen een feit. Mijn verbazing over de taakopvatting van Œde andere partij¹ is nooit helemaal verdwenen. Het lijkt soms wel of zij een zware last torsen. De last van het nooit klaar zijn. De last van het altijd nog wel wat te doen hebben. Al is hun lichaam doodmoe en hun geest volkomen uitgeput. Zij beulen zich af. De lol lijkt hen al lang vergaan. Je kunt het in arbeidsvolume nooit van ze winnen. Zelfs al blijf ik tot zes uur op school of werk ik een hele avond aan een schoolkrant, altijd zijn zij mij de baas. Toen ik gisteravond om kwart voor twaalf de deur van de school op slot deed , zeggen zij nadrukkelijk. Of: Toen ik zondagmiddag hier was Ik kan daar niet tegenop. Ik kan niet verzinnen wat ik op die tijden op school moet doen. Ik weet ook niet wat mijn leerlingen ermee opschieten. Ik heb gewoon geen talent voor een dergelijke opofferingsgezindheid. Ik slaap graag om kwart voor twaalf ¹s avonds, ik lees graag op zondag. Dat maakt mij in hun ogen ietwat suspect, ietwat losbollig.
Een paar weken terug zond Netwerk een item uit over de werkdruk in het onderwijs. Vier collega¹s uit het basisonderwijs passeerden de revue en verhaalden uitgebreid over de enorme hoeveelheid activiteiten die zij elke dag uit moesten voeren. Het was een heel droef item. Op de achtergrond blies een saxofoon een heel melancholiek deuntje. Om kwart voor acht op school¹, zuchtte collega nummer één. En dan pas om vijf uur weer weg.¹ En dat was niet het enige, vervolgde zij. Nee, dan had je ¹s avonds nog ouderbezoeken en vergaderingen. ŒWe hebben echt geprobeerd het aantal activiteiten terug te dringen¹, vertelde een ander, Œmaar het lukte niet, het was allemaal te belangrijk. Alleen de EHBO leek ons van wat minder belang, maar dat bleek een verplichtend karakter te hebben. Dus zijn we weer terug bij af.¹ En intussen toeterde dat saxofoontje maar voort.
Moe waren ze alle vier. Moe en overvraagd. Ik wil geen afbreuk doen aan hun verhaal. Ik weet dat het de realiteit is. Dat er veel te veel van leerkrachten wordt verwacht, dat het nooit genoeg is en dat er maar weinig waardering tegenover staat. Waar ik wel een pleidooi voor wil houden is voor wat gezonde luiheid. Als het werk dan toch niet afkomt, dan kun je dat beter om half vijf constateren dan om kwart voor twaalf ¹s avonds. Als de waardering dan toch te wensen overlaat, wat zullen wij ons dan toch afbeulen in het aanschijn onzer broodheren. Er bestaat zoiets als een keuze, als een vrije wil. Het is niet waar dat alles belangrijk is. Het is wel degelijk mogelijk om prioriteiten te stellen. Een van die prioriteiten zou kunnen zijn dat je uitgerust en fit aan de dag begint. Dat je er lol in hebt. Dat je elkaar vooruit helpt in plaats van achterdochtig in de gaten houdt. Ook leerkrachten mogen iets aan hun leven hebben. Het volgen van een roeping is iets anders dan het uitvoeren van slavenarbeid. Als we echt willen dat men ons weer met meer respect behandelt, dan moeten we beginnen met dat respect af te dwingen door bewuste keuzes te maken. Tot hier en niet verder.
Het ministerie van Onderwijs probeert leerkrachten te werven met de leus Leerkracht, elke dag anders¹. Eén zo¹n item bij Netwerk maakt dat ongedaan en verandert het in Leerkracht, elke dag sloopt je¹. Dat is jammer. Er zou een vrolijk trompetje kunnen klinken als we ons iets zelfbewuster, iets uitgeruster en wellicht wel iets losbolliger zouden opstellen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.