- blad nr 15
- 9-9-2000
- auteur I. Westbroek
- Redactioneel
School wordt leuker als leerlingen iets te vertellen hebben
Er kan nooit genoeg misgaan
Met wisselend succes. In ieder geval blijkt uit de evaluatie dat de tegenwoordige jeugd¹ heus wel vooruit te branden is.
Zes vmbo-scholen namen deel aan het project jongerenparticipatie, dat in 1997 startte onder verantwoordelijkheid van stichting de Meeuw en de gemeentelijke dienst stedelijk onderwijs. De meeste scholen werkten samen met jongerenwerkers. Door deel te nemen aan een verbetergroep, de medezeggenschapsraad, een hobbyclub of de redactie van een schooljaarboek, leren brugklassers initiatief te nemen en verantwoordelijkheid te dragen.
Sommige docenten betwijfelden of hun leerlingen het aan zouden kunnen. Wiskundedocent Ramon Bendt, een van de begeleiders van de verbetergroep aan het Lodewijk Rogiercollege, geeft dat ruiterlijk toe. Toch kregen zijn leerlingen het voor elkaar een speluitleen te organiseren. Volgens hem voor een belangrijk deel de verdienste van de jongerenwerker: ³Jongerenwerkers hebben een ander contact met leerlingen. Ik heb zoiets van: ŒMond dicht, ik leg uit wat er gaat gebeuren¹. Bij die jongerenwerker lukt het, waarschijnlijk omdat de kinderen bij haar hun gang kunnen gaan. Zij laat hen er zelf achterkomen dat er rust nodig is om iets te bereiken.²
Angelique Kreemers, die de groep vanuit de stichting Samenlevingsopbouw Noordrand begeleidt, gelooft dat leerlingen zich bij een jongerenwerker meer op hun gemak voelen.
Groepsbewustzijn
De verbetergroep, bestaande uit tien leerlingen, wil voorzieningen tot stand brengen die de school leuker maken, bijvoorbeeld een speluitleen. Onder schooltijd, tijdens een lesuur waarvan zij zijn vrijgesteld, hebben de deelnemers in verschillende taakgroepjes beraadslaagd. Over de keus van spelletjes is gestemd. Vervolgens toog de ene groep naar speelgoedwinkels en de andere naar doe-het-zelfzaken voor materialen voor de uitleen. Aan de hand van lidmaatschapskaarten en een cijferbord houdt de verbetergroep bij wie aan de beurt is voor een spelletje.
In het begin verliepen de voorbereidingen chaotisch. De verbeteraars schreeuwden door elkaar en waren totaal niet in elkaars mening geïnteresseerd. Dit werden zij op een gegeven moment zelf zat. Hou je kop!¹, riepen zij, als iemand weer eens niet luisterde. Angelique Kreemers ziet hierin een teken van groeiend sociaal besef, een belangrijk doel van jongerenparticipatie: ³Het duurt nog wel even voordat je ze los kunt laten, maar het feit dat ze elkaar tot de orde roepen, wijst op een groeiend groepsbewustzijn. We zijn er nog lang niet, maar er zijn kiempjes die tot bloei kunnen komen.²
De leerlingen zijn zich niet altijd bewust van wat zij tot stand hebben gebracht. ³Zonder Angelique konden wij niet zo ver komen², veronderstelt Basri uit 2A. Kreemers is het niet met hem eens: ³Jullie weten veel beter dan ik wat voor spelletjes er te koop zijn. Ik zeg alleen maar dat je moet nadenken wat je wilt kopen.²
De verandering van lesgever naar coach gaat docenten niet gemakkelijk af. Bijna alle bij het project betrokken docenten zagen dat jongerenwerkers, die vanuit hun werksoort hebben meegekregen dat plezier en vrijheid bij activiteiten vooropstaan, hier anders mee omgaan. Aardrijkskundedocent Wim van Klinken, die aan christelijk college de Riederwaard de jongerenparticipatie coördineert, schetst hoe moeilijk het voor leraren is om iets uit handen te geven dat volgens hun normen veel beter kan worden uitgevoerd: ³Je moet er tegen kunnen dat er wel eens iets mislukt. Er komen altijd wel momenten om het recht te breien.²
Tot tien tellen
Dit was het geval bij Kelly en Laura, die de meidenclub op school draaiende houden. In het begin waren er problemen rond declaraties omdat lang niet iedereen bonnetjes kon overhandigen. ³Het geld ging hup, op², vertellen de meisjes. ³Zo kom je op een gegeven moment in de problemen. Nu krijgen wij de bonnetjes en die brengen wij naar de administratie. En dat gaat goed.²
Van Klinken: ³Nu ik zie dat leerlingen op eigen kracht tot een goed product kunnen komen en daardoor positiever over zichzelf gaan denken, laat ik steeds meer aan hen over en kan ik ook tegenover collega¹s verdedigen dat dit een goede weg is.²
Leren van fouten hoort bij jongerenparticipatie. Voor jongerenwerker Dirk Visser, betrokken bij de jongerenparticipatie op het Zuiderparkcollege, kan er nooit genoeg misgaan. ³Na een fout die zij samen oplossen, loopt een activiteit soepeler.² Daar zit wel wat in, geloven de actieve leden van verbetergroep Southpark. De organisatie van het Antilliaanse feest was een Œeitje¹ vergeleken bij het Valentijnsfeest. Cindy, een van de meest bevlogen meisjes, sloeg toen bij de voorbereidingen bijna op de vlucht. Hoewel het feest nog best leuk werd, beschouwt zij de start als een absolute ramp: ³De versieringen bleven niet hangen en niemand wilde ruimte maken voor een dansvloertje. Maar², relativeert zij, ³je kunt ook dingen oplossen door te praten. Tot tien tellen en tot rust komen. De fouten van Valentijn maken wij niet meer. Als we het langer van tevoren hadden geregeld, hadden we deze problemen niet gehad.²
Leraar als vriend
Op de Riederwaard opereren leerlingen zelfstandig binnen de redactie van het schooljaarboek, de meidenclub en de foto- en videoclub, die belangrijke gebeurtenissen vastlegt. Jongerenparticipatie is voor deze school dan ook niet nieuw meer. Al meer dan vijf jaar spelen leerlingen een actieve rol bij bredeschoolactiviteiten.
Op de meeste scholen verloopt het proces moeizamer. Achterstand en sociaal-emotionele problemen van leerlingen zijn hieraan vaak debet. ³Het type leerlingen dat wij op school hebben, kan nooit helemaal worden losgelaten², weet adjunct-directeur Marcel Prins van de Max J. Schreuderschool (vso-zmok). Hij is desondanks tevreden over de toenemende betrokkenheid van leerlingen: ²Vooral voor leerlingen voor wie onze school vaak als eindstation fungeert, is het belangrijk om te beseffen dat een school geen instituut hoeft te zijn om tegenaan te schoppen.²
Binnen de scholen leeft het besef dat de jongerenparticipatie zich tot nog toe teveel heeft beperkt tot Œleuke dingetjes¹. Op suggesties uit leerlingenquêtes voor structurele veranderingen, zoals meer praktijkgerichte lessen en een nieuw type leraar die ook een vriend is, wordt de komende tijd gestudeerd.
Jongerenparticipatie heeft de grootste kans van slagen op scholen waar het voltallige personeel achter de activiteiten staat. Op dit moment spelen de activiteiten zich nog te geïsoleerd af. Door het lerarentekort doen veel docenten jongerenparticipatie af als aardige bijzaak. Een van de scholen haakte om die reden af. Een andere school, college Henegouwen, zag zich genoodzaakt de jongerensoos Westsideroom in de schoolkelder voorlopig te sluiten. Er moet vervanging worden gevonden voor de begeleidende docent en de jongerenwerker die beiden een nieuwe baan hebben gekregen. De soos, vorig jaar flitsend gestart, had het zenuwcentrum moeten worden van de jongerenparticipatie op Henegouwen. Een bestuur van leerlingen zou de ruimte beheren, met ondersteuning van een jongerenwerker, die zich geleidelijk zou terugtrekken. Daarnaast moest het bestuur activiteiten organiseren zoals feesten, tafeltenniscompetities en een krant waarin alle leerlingen hun ideeën kwijt kunnen. Om dit in goede banen te leiden, is intensieve begeleiding nodig, gelooft jongerenwerker Mike Hartog, die de Westsideroom met de leerlingen heeft opgezet: ³Je hebt mensen nodig die de straatcultuur van de leerlingen kennen. Pas als leerlingen hun spanning kwijt zijn, komen zij tot activiteiten. Leraren die weten wat leerlingen in een weekend meemaken en de verleidingen van de straat kennen, bereiken dit sneller. Als de overheid niet voor meer goed opgeleide mensen zorgt, heeft jongerenparticipatie op een school als deze geen zin.