- blad nr 4
- 22-2-2014
- auteur J. van Aken
- Redactioneel
Eerder stoppen met werken
Diederik Smit* (63) kreeg in september vorig jaar een telefoontje van zijn werkgever: of hij erin geïnteresseerd was om eerder te stoppen met werken. Smit, die dertien jaar als opleidingsadviseur voor een kenniscentrum werkte, raakte eerder dat jaar in conflict met zijn directie. “De directie en mijn leidinggevende maakten mijn werk steeds moeilijker en de wrijving tussen ons nam toe.”
Zijn werkgever bood bij vertrek drie maandsalarissen. Dat zou slechts 6,5 procent van zijn inkomensverlies compenseren ten opzichte van twee jaar doorwerken. “Dat staat in geen enkele verhouding tot de dertien jaar dat ik er gewerkt heb”, constateert Smit. Toch is hij op het voorstel ingegaan. “Netto ben ik er 500 euro per maand op achteruit gegaan. Ik heb eieren voor mijn geld gekozen. Nog twee jaar doorwerken in onmin met de directie, daar had ik geen zin in.”
Toename
De juridische dienst en sectorconsulenten van de AOb zagen het afgelopen jaar een toename van het aantal vragen over het aanbod om eerder te stoppen met werken. Globaal melden zich drie groepen zestigplussers: werknemers die een individueel aanbod - vaak bij een arbeidsconflict of stagnerende re-integratie - van hun werkgever krijgen; onderwijspersoneel met een vertrekregeling bij een sociaal plan; mensen die hun werkgever zelf vragen om een vertrekregeling.
De hamvraag bij zo’n aanbod: is het een redelijk bedrag dat ik meekrijg? “Daar is geen eenduidig antwoord op te geven”, zegt AOb-jurist Steven van Woerkens. “Het is een persoonlijke keuze die erg afhangt van de individuele situatie. Het scheelt nogal of iemand toch al eerder wilde stoppen of dat het een puur financiële afweging is van een leerkracht die het naar zijn zin heeft.”
Wel heeft hij tips om een goede afweging te maken: “Bekijk eerst in ‘MijnABP’ wat het pensioen zou worden als je doorwerkt tot de aow-gerechtigde leeftijd en wat het pensioen wordt als je eerder stopt. Bepaal vervolgens welk inkomen je minimaal acceptabel vindt om van te kunnen leven. Dan kun je berekenen wat het aanbod van de werkgever moet zijn om het gewenste inkomensniveau te bereiken.”
Het is niet realistisch te verwachten dat het aanbod het pensioenverschil volledig compenseert. “Dat is niet te financieren voor een werkgever. Je zult dus bijna altijd inleveren.” De ervaring van de jurist is dat het inkomensverlies aanzienlijk kan zijn. “Zo’n 85 tot 90 procent ten opzichte van doorwerken tot de pensioengerechtigde leeftijd.”
Financieel overzicht
Werkgevers verstrekken vaak een overzicht met de financiële gevolgen van het aanbod. Van Woerkens adviseert dat goed te controleren. “De scan houdt bijvoorbeeld niet altijd rekening met vakantiegeld en eindejaarsuitkering. Ook rekenen werkgevers vaak met nettobedragen waar brutobedragen een eerlijker beeld geven.”
Bij een individueel aanbod kan het volgens Van Woerkens zinvol zijn onderhandelingen te starten met de werkgever. “Als er geen sociaal plan is, wil een werkgever nog wel eens laag inzetten. Als je dan een tegenvoorstel doet, kan het aanbod snel omhooggaan.”
De reden dat mensen niet met prepensioen gaan, is meestal omdat ze het aanbod te mager vinden.
Zo ook Jantine Neskens* (61), die adjunct is op een basisschool waar vanwege krimp een sociaal plan met een vertrekregeling gold. Ze was al van plan om in de zomer van 2015 te stoppen. “Werken in het onderwijs is leuk, maar ook vermoeiend door de lange dagen en vele avondactiviteiten. Ik dacht: Als ik een jaar eerder stop is dat goed voor mij en voor iedereen.”
Als ze per augustus 2014 stopte, zou ze drie maandsalarissen meekrijgen. “Die wilde ik in mijn pensioenpot storten. Dat zou per maand ongeveer een kopje koffie met appeltaart opleveren, berekende Steven van Woerkens. Ik zou er financieel teveel op achteruit gaan, dus heb ik besloten om het niet te doen.”
*Namen van geïnterviewden zijn gefingeerd.