• blad nr 4
  • 22-2-2014
  • auteur N. van Dam 
  • Redactioneel

 

Gemixt examen onzichtbaar op te laag diploma

Vmbo-scholen benutten de wettelijke mogelijkheid het meest om leerlingen in een of meer vakken te examineren op een hoger niveau. Op mavo en havo blijft het bij uitzonderingen voor de toevallige kandidaat die in Amerika heeft gewoond en voor Engels makkelijk een hoger niveau aankan.

Twee keer achter elkaar voor een vak een 7,5 in de toetsperiode? Dan kun je op vmbo-school Maarten van Rossem in Arnhem naar een hoger niveau. Tweedeklasser Hewan Zebari deed het voor maar liefst drie vakken. Hij stapte over bij Nederlands, wiskunde en Engels van de kaderberoepsgerichte naar de theoretische leerweg en zal als alles goed gaat over twee jaar op dat niveau examen doen in deze drie vakken.
Avina Nurja haalde twee keer achter elkaar een 5 voor wiskunde en volgt nu dit vak op het niveau van de basisberoepsgerichte leerweg, terwijl ze haar andere vakken op niveau kader blijft doen. “Heel vervelend die slechte cijfers eerst, nu haal ik gelukkig weer betere. Als het stapje voor stapje beter gaat, hoop ik weer twee keer achter elkaar een 7,5 te halen, zodat ik weer terug kan.”
In de eerste en tweede klassen van de Maarten van Rossem, genoemd naar een historische legeraanvoerder, volgen de leerlingen niet langer voor alle vakken hetzelfde niveau. Zij kunnen switchen: als zij twee perioden achter elkaar een 7,5 hebben, kunnen ze opstromen. Als ze twee keer achter elkaar een 5 hebben, kunnen ze afstromen voor dat vak.
De leerlingen blijven na een overstap gewoon in hun oude klas, die daarmee drie niveaus (basis, kader en theoretisch) kan hebben. De methode is nu in gebruik bij alle algemeen vormende vakken in de eerste twee leerjaren. De bedoeling is dit vol te houden tot en met het examen, zodat de hele school (met nu 540 leerlingen) uiteindelijk een gemixt examen kan doen. De theoretische leerweg is voorlopig het einde, maar eventueel kan, mocht dat volgend jaar nodig blijken, samenwerking met de naastgelegen Lorentz Scholengemeenschap ontstaan voor havo- of vwo-niveau.
Voor de diploma-uitreiking van de eerste gemixt geslaagden in 2016 wil de school nog wel dat de politiek een onrechtvaardigheid wegwerkt. Directeur Freddy Sikkes: “Wettelijk mogen ze met een gedifferentieerd examen afsluiten, maar ze krijgen een diploma op het laagste niveau. Dan is het denkbaar dat ze een kaderdiploma krijgen, terwijl ze voor vier vakken op het niveau theoretische leerweg zijn geslaagd. Daarmee doen we hen geen recht. We willen het hoog op de politieke agenda zien te krijgen dat er een diploma komt waaraan je per vak kunt zien hoe het is afgesloten.”
Ook vreest hij dat de examenresultaten negatief zullen uitpakken voor de school in de diverse ranglijstjes. Een basisdiploma met vier kadervakken zal gezien worden als afstroomgeval, terwijl het in feite opstroom is. Verder zullen de examencijfers per leerweg gaan dalen, doordat iedere goede leerling op een hoger niveau examen doet, alleen de zwakkeren blijven over. Dat heeft weer gevolgen voor het oordeel van de inspectie, waarbij het predicaat ‘zwak’ op de loer ligt. “En dat heeft zulke negatieve gevolgen dat we bijna gedwongen zullen zijn deze differentiatie stil te zetten, als dit niet wordt aangepast.”

Kleurige staatjes
Noodgedwongen stoppen zou kwalijk zijn, vindt Godelieve Paasschens, afdelingsleider van de onderbouw, want “twee derde van de leerlingen komt na de basisschool in de brugklas voor Engels, wiskunde en Nederlands op een niveau terecht dat niet passend is: ze zitten te hoog of te laag”.
Zij onderzocht in 2010 het niveau van de leerlingen van haar eigen school en van twee andere openbare scholen. “We gaan in Nederland af op de Cito-score en het advies van de basisschool en pinnen een leerling op zijn twaalfde voor alle vakken vast op het gemiddelde niveau.” Om hier iets tegen te doen bedacht zij dit overstapmodel; het Kameleonproject noemt de school het.
Zij houdt kleurige staatjes bij van de resultaten tot dusver. De rode afstromers zijn geringer in aantal dan de groene opstromers. Het meest staan die bij Engels. Vooraf had zij ingeschat dat de discussies met ouders én leraren vooral zouden gaan over de afstromers. Het tegendeel bleek waar. Juist over het opstromen werden de zwaarste gesprekken gevoerd. Zou deze leerling het wel aankunnen? Moest hij of zij niet teveel op de tenen gaan lopen? “Maar het leuke is dat de leerlingen gemotiveerder raken. Zij praten niet meer over de grens van 5,5, zoals in de zesjescultuur, zij praten over het verschil tussen 7,4 en 7,5. Ze zijn ongelofelijk trots als ze het halen, eindelijk zijn ze ergens goed in.”
Die gemotiveerdheid ziet Freddy Sikkes als een groot winstpunt. Daarbij komt wat hij ziet als een cultuuromslag in het werken van de docenten: “Ze volgen niet meer slaafs de methode maar zoeken zelf hun manier om te differentiëren en spreken daar ook onderling veel over, in en tussen de vakgroepen. Het is fantastisch dat we het weer over het onderwijs hebben, dat we weer kijken naar kinderen.”

Verschil in cursusduur
Sinds 2007 kunnen havo-leerlingen examenvakken op vwo-niveau afsluiten. Een jaar later kregen de vmbo-leerlingen de mogelijkheid om in een of meer vakken examen op een hoger niveau af te leggen. Onderzoeksbureau Regioplan rapporteerde in 2012 wat het voortgezet onderwijs de eerste jaren deed met deze vrijheid.
In 2010 bleek een half procent van de examenkandidaten bij een of meer vakken een hoger niveau te halen. In het vmbo, zeker bij de agrarische scholen, komt dat veel vaker voor dan in het havo. Een rol daarbij speelt de langere cursusduur van het vwo. In het havo gaat het meestal om voormalige vwo’ers die al een vak afgesloten hadden voordat zij afstroomden naar het havo.
Het meest bijzonder blijft een mavo-kandidaat die havo-examen doet: jaarlijks één leerling. De verklaring daarvoor is waarschijnlijk ook het verschil in cursusduur. Verder speelt mogelijk dat vmbo-kandidaten met hoger afgesloten vakken op een hoger niveau kunnen instromen in het mbo, terwijl havo-kandidaten geen betere toegang kunnen verdienen tot het hoger onderwijs.
In het vmbo zijn Engels, wiskunde en Nederlands populair, evenals maatschappijleer onder de basisberoepsgerichte leerlingen. In het havo gaat het naast Engels om algemene natuurwetenschappen, maatschappijleer en lichamelijke oefening.
Havo’s wachten veelal af tot ouders of leerlingen vragen om een hoger niveau. Hoe ver de zoektocht van ouders soms gaat, merkte Jacob van der Wel die bij Regioplan in Amsterdam gebeld werd door een moeder. Haar dochter was zwaar dyslectisch en had vooral moeite met de talen. Het meisje was al afgezakt van vwo via havo naar vmbo. De moeder vond het jammer dat zij geen vwo-examen kon doen in de minder talige vakken die zij qua intelligentie makkelijk aankon op dat niveau. De school zag het niet zitten; Van der Wel kon haar meedelen dat er wettelijk geen enkele belemmering is.

Niet herkansen
Remmende factoren zijn er in overvloed. Regioplan noemt Magister, het administratieve programma, dat kolommen te weinig heeft om de behaalde cijfers op een ander niveau in te voeren. Het vereist wat programmeerkunst om dat in orde te krijgen. Soms kiezen scholen er daarom voor de cijfers maar weer handmatig bij te houden. Henk van Ommen, rector van het Baarnsch Lyceum, vindt dat ook het risico belemmerend werkt. “De keuze is definitief. Een havo-leerling die Duits op vwo-niveau kiest, zit aan dat niveau vast. Doet hij dat eerst slecht, dan mag hij niet herkansen op havo-niveau. En de school mag het cijfer ook niet ophogen.”
Op zijn eigen school komt het nauwelijks voor dat havisten op vwo-niveau een of meer vakken afsluiten. “In het huidige bestel heeft het voor onze leerlingen nauwelijks voordelen, maar het is wel gek dat we kinderen op hun twaalfde eenmalig beoordelen en hen op het laagste niveau houden. Tegenwoordig weten we toch uit hersenonderzoek dat het niveau later nog wijzigt, dat er veel variatie is en dat kinderen voor verschillende vakken verschillend getalenteerd zijn.” De verschillen zullen, weet hij, nauwelijks lopen tussen het hoogste en het laagste niveau. “Het komt met name in het middengebied van mavo-havo voor. We zouden kinderen de kans moeten bieden op verschillende niveaus af te sluiten.”
Van Ommen is lid van de adviesgroep ‘gepersonaliseerd leren’ van de VO-raad en denkt aan oplossingen zoals in Engeland, waar de leerlingen verschillende levels kunnen halen bij alle vakken.

Rompslomp
Voorlopig blijft het behelpen met het huidige systeem, waarin dit jaar een leerling van de naburige Waldheim-mavo, die onder een ander bestuur valt, op het Baarnsch Lyceum havo-examen Engels doet. “Zij heeft in Amerika gewoond en is dus bijna native speaker”, zegt lerares Machteld Olthof. “Haar niveau is uitstekend, gemiddeld een 8.” En dat terwijl Rianne Smit maar eens per week naar het Baarnsch Lyceum komt voor begeleiding door Olthof. “Soms komt ze in een klas om bijvoorbeeld een presentatie te geven, want dat kun je nu eenmaal niet solo, maar verder werkt ze zelfstandig.”
De administratieve rompslomp is gigantisch, zegt rector Van Ommen van het Baarnsch Lyceum. “Duo (Dienst uitvoering onderwijs van het ministerie) is er niet op ingesteld. Wij mogen haar niet aanmelden voor het examen, want ze is onze leerling niet. De mavo mocht het eerst ook niet, want die heeft geen havo-licentie.” “En”, zegt Olthof, “wie betaalt deze mevrouw? Onze school niet, want Rianne is niet onze leerling.”
Dat laatste komt binnenkort in orde, belooft de Waldheim-mavo. Daar vertelt docent Engels en afdelingsleider bovenbouw Dieke Havinga dat na verschillende gesprekken nu een regeling met Duo is getroffen. “Ze hadden het daar nog nooit meegemaakt dat een leerling op een andere school examen ging doen. We moeten nu schriftelijk Rianne’s cijfers op het schoolonderzoek doorgeven aan Duo voor het begin van het centraal schriftelijk. Normaal gaat dat automatisch.”
Met de makers van het administratiesysteem, op beide scholen Som, heeft de Waldheim-mavo nog steeds regelmatig contact, omdat de school voor deze bijzondere leerling de gegevens niet zonder meer kan invoeren. “Dan moet Som eerst weer een optie openen.”
Alle gedoe ten spijt, beide scholen vinden het fantastisch om over schoolgrenzen heen uit een leerling te halen wat erin zit.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.