• blad nr 4
  • 22-2-2014
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

Wie leert nog de taal van onze belangrijkste handelspartner? 

Duits dreigt te verdwijnen uit het mbo

Door twee veranderingen in het mbo dreigt – onbedoeld - het vak Duits te verdwijnen. Scholen in de grensstreek werken aan een oplossing. “Duitsland is onze belangrijkste handelspartner. Dan moet je de taal toch spreken?”

“Duits is in feite weggeschreven uit het beroepsonderwijs.” Lambert Teerling, adviseur van de Lerende Euregio, een samenwerkingsverband van mbo-scholen in de grensstreek, zegt het maar zoals het is. “Niemand heeft het gewild en niemand heeft het zien aankomen. Maar gebeurd is het wel.”
Het wegschrijven is het gevolg van twee gebeurtenissen. In de eerste plaats is de taal Engels onlangs verplicht gesteld in alle niveau-4-opleidingen. “Nu zijn de meeste jongeren niet naar het mbo gekomen om een taal te studeren”, zegt Teerling, “dus vinden ze één vreemde taal meestal wel voldoende. De tweede, niet verplichte taal laten ze dan vallen. En dat is vaak Duits.”
In de tweede plaats zijn kortgeleden de zogenoemde kwalificatiedossiers vereenvoudigd. In die dossiers is de kennis vastgelegd die afgestudeerden van mbo-opleidingen in huis moeten hebben. Teerling: “Bij die vereenvoudiging is alle ballast overboord gegaan. En daar zaten ook de minimale taaleisen voor Duits bij. Naast de kwantiteit is daardoor ook de kwaliteit verloren gegaan.”
En dat kan niet, vindt Teerling. “Het mbo richt zich op het bedrijfsleven; Duitsland is onze belangrijkste handelspartner. De kans is groot dat de leerlingen later met Duitsland in aanraking komen. Dan moeten ze toch de taal een beetje kennen.” Verder opent de Duitse taal natuurlijk de mogelijkheid om over de grens te gaan werken. “In Duitsland zijn banen genoeg. Daar liggen kansen voor onze leerlingen.”

Verdwenen grens
Teerling staat niet alleen met zijn betoog. Paul Marcelis, projectleider van roc Nijmegen, is het van harte met hem eens. “Voor onze leerlingen is de grens allang verdwenen. Op zaterdag wemelt het in Nijmegen van de Duitsers en Duitse winkels draaien voor 30 procent op Nederlanders. Bedrijven uit beide landen doen zaken over en weer, daarom is het belangrijk dat onze leerlingen zich in het Duits verstaanbaar kunnen maken.”
Kennis van het Duits is niet alleen belangrijk voor mbo’ers in de grensstreek, vindt Kerstin Hämmerling, coördinator bij het Duitsland Instituut. Er zijn genoeg grote bedrijven en multinationals die zaken doen met Duitsland. “Veel jonge professionals volgen na hun opleiding aan het hbo of de universiteit een taalcursus Duits. Die hadden ze eigenlijk op school al moeten hebben.”
Om de positie van Duits in het mbo te redden, kwam eind vorig jaar een tegenbeweging op gang. Een aantal burgemeesters van steden in de grensstreek stuurde een brandbrief naar minister Bussemaker van Onderwijs, met de vraag om Duits – en niet Engels - verplicht te stellen in mbo-opleidingen in de grensstreek.
De minister ging er niet op in, maar riep het onderwijs én het bedrijfsleven in de grensstreek op om ‘optimaal gebruik te maken’ van de mogelijkheden om het gewenste onderwijs in de Duitse taal aan te bieden. ‘U bent zelf in de positie om (..) het belang van de Duitse taal, voor de Nederlandse economie in het algemeen en voor de grensregio’s in het bijzonder, kenbaar te maken.’

Noodsignalen
Gelukkig waren de scholen daar al mee bezig. Zo ontwikkelt de Lerende Euregio – het samenwerkingsverband van scholen in de grensstreek - algemene kwalificatievereisten voor Duits. Die worden daarna uitgewerkt in twee keuzedelen (‘Duits in de beroepscontext A2 en B1’). Die keuzedelen worden weer uitgewerkt voor diverse beroepen, met lesmateriaal op maat.
“We hopen dat door alle noodsignalen weer aandacht ontstaat voor het enorme belang van Duits in het mbo”, zegt Teerling van de Lerende Euregio. “Als dat lukt en als die keuzedelen en het lesmateriaal er eenmaal zijn… Wie weet, misschien wordt de positie van Duits dan zelfs wel beter dan vroeger.”

Tekort leraren
Staat de positie van het vak Duits in het mbo onder druk, in havo en vwo dreigt er de komende jaren een tekort aan docenten Duits.
Het aantal leerlingen dat eindexamen doet in Duits blijft in het havo stabiel: rond de 15.000. In het vwo steeg het aantal eindexamenkandidaten in dit vak de afgelopen jaren van 8000 tot 20.000. En meer leerlingen betekent dat er meer leraren nodig zijn. De instroom in de eerste- en tweedegraadsopleidingen Duits nam de afgelopen jaren echter niet toe. Verder gaan er de komende jaren veel leraren met pensioen.
Kees van Eunen, voorzitter van de Vereniging Lerarenopleiders Duits, is bang dat scholen door tekorten aan leraren gaan schrappen in het aantal uren Duits. “Duits zit niet in het kerncurriculum. Je kunt er als school naar behoefte uren aan toekennen. Dat kan negatief uitpakken voor het vak.”

Welbespraakt’
Om de verwachte en soms al bestaande tekorten aan leraren Duits op te vangen, leidt het Europees Platform native speakers Duits op tot leraar in Nederland. Binnenkort start een proefproject waarbij mensen die in Duitsland al leraar zijn, worden klaargestoomd voor een baan als leraar Duits in Nederland.
Een Duitse leraar zal echter wel moeten wennen aan de Nederlandse onderwijscultuur, zegt Stephan Meershoek van het Europees Platform. “Nederlandse leerlingen zijn over het algemeen, hoe zeg ik dat nu netjes… ‘welbespraakt’. Ze geven hun mening en zijn gewend dat op elk moment te doen. In Duitsland is er meer hiërarchie in de klas.”
Voor sommige Duitse leraren is dat wennen. Maar het kan goed uitpakken, benadrukt Meershoek. “Als Nederlandse leerlingen ergens enthousiast over zijn, laten ze dat ook meteen merken. Dat is voor leraren ook wel weer prettig.”
Volgens Kerstin Hämmerling van het Duitsland Instituut zal ook de ‘zesjescultuur’ wennen zijn. “Dat is typisch Nederlands.” Duitse leerlingen zijn volgens haar vaak ambitieuzer, maar ze worden ook beoordeeld op hun deelname in de les. “Als ik met Nederlandse docenten op excursie in een Duitse klas ben, verbazen ze zich over al die leerlingen met hun vingers in de lucht. Logisch, als daar 50 procent van hun cijfer op gebaseerd is.”



{kader 1}
‘Deutsch muss cool werden’

Duits betekent naamvallen, en naamvallen zijn moeilijk – dat is het heersende beeld van het vak. Maar dat klopt niet meer, vindt Paul Marcelis, projectleider van roc Nijmegen. In de lesmethodes wordt, in elk geval in het mbo, veel minder aandacht besteed aan de naamvallen. “Naamvallen zijn vooral belangrijk voor geschreven communicatie, maar onze afgestudeerden worden monteur, chauffeur en receptioniste. Die gaan zelf echt geen brief in het Duits schrijven. Het gaat om mondelinge communicatie.”
De fixatie op naamvallen is ook in het voortgezet onderwijs minder geworden, zegt Kees van Eunen, voorzitter van de Vereniging Lerarenopleiders Duits. “Toen ik zelf op school Duits leerde, kende ik de naamvallen perfect. Maar tegen de allereerste Duitser die ik ontmoette, kon ik me niet verstaanbaar maken. Dat gaat tegenwoordig wel anders.”
Van Kerstin Hämmerling, coördinator bij het Duitsland Instituut, mogen deze ontwikkelingen nog wel wat sneller gaan. Want uit een ‘belevingsonderzoek’ onder Nederlandse leerlingen blijkt dat zo’n 40 procent de taal nog wel erg moeilijk vindt.
Hämmerling denkt dat veel leerlingen de taal nog vooral traditioneel krijgen aangeboden, met de nadruk op grammatica en naamvallen. “Als je meer aandacht besteedt aan communicatie, gaat een taal sneller leven. Dan doe je als leerling ook succeservaringen op.”
Mooi gezegd, vindt Erwin de Vries, voorzitter van de sectie Duits van de docentenvereniging Levende Talen. Maar meer aandacht voor ‘communicatie’ vergt een grote inspanning van de leraar – en niet alleen bij Duits. “Als je als docent bijvoorbeeld gaat toetsen op spreekvaardigheid, moet je individuele feedback gaan geven aan dertig leerlingen. Dat is tijdrovend.”
Maar hier schiet gelukkig de ict te hulp. De Vries maakt in zijn lessen gebruik van voicemailboard. De leerlingen spreken vanachter hun computer korte zinnen en teksten in, waar hij als docent dan – snel achter elkaar, dus redelijk efficiënt - feedback op kan geven.
Een tip van Hämmerling van het Duitsland Instituut is nog om in de lessen meer aan te sluiten bij de leefwereld van jongeren. “Duitsland is meer dan Lederhosen, Oktoberfest en Brandenburger Tor. Laat zien wat er leeft onder Duitse jongeren, laat de coole kant van Duitsland zien.”


{kader 2}
‘Houd eens op over Chinees’

Hoe krijg je een leraar Duits boos? Door te zeggen dat Chinees steeds belangrijker wordt. Want ja, China rukt op, dus Chinees is echt de taal van de toekomst. Vanaf 2015 is het ook een officieel eindexamenvak in het vwo, en enkele tientallen scholen staan te trappelen om die taal te gaan aanbieden, of zijn daar al mee begonnen.
En ja, Chinees is sexy. Je scoort er mee op feestjes, en dat is niet onbelangrijk als je een leerling van 16 bent. Alleen, heb je er nu echt iets aan?
De waarde van Chinees is beperkt. Of in elk geval: beperkter dan Duits, vindt Kerstin Hämmerling, coördinator bij het Duitsland Instituut. “Ik heb me laten vertellen dat je na vijf jaar Chinese les zo’n zevenhonderd woordtekens kunt onderscheiden. Maar om een Chinese krant te kunnen lezen moet je er drieduizend kennen. Terwijl je na vijf jaar Duits zoveel van die taal weet, dat je aan een Duitse universiteit kunt studeren.”
Maar China is toch een opkomende economie? En daardoor heel belangrijk voor de export? Eerst zien, dan geloven, vindt Paul Marcelis, projectleider aan roc Nijmegen. “We exporteren op dit moment voor ruim zeven miljard euro naar China, en voor ruim zevenendertig miljard naar Noordrijn-Westfalen. We exporteren dus ruim vijf keer zoveel naar één Duitse deelstaat dan naar heel China. Mensen die zeggen dat je dan beter Chinees kunt leren, snappen niet hoe de wereld economisch in elkaar steekt.”


{noot}
:Mach mit!

De Actiegroep Duits (van het Goethe-Instituut, de Duitse ambassade, het Duitsland Instituut en de Duits-Nederlandse Handelskamer) organiseert donderdag 10 april in Den Haag de dag van de Duitse taal. Deze jaarlijkse dag - ‘Mach mit!’ – staat dit keer in het teken van de positie van het vak Duits in het mbo en van de tekorten aan leraren Duits. De dag is bedoeld voor mensen uit het onderwijs (van docenten tot schoolleiders), uit het bedrijfsleven en de politiek.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.