- blad nr 4
- 22-2-2014
- auteur A. Kersten
- Redactioneel
Nieuwbouw met een prijskaartje
Het vorig jaar geopende vmbo-schoolgebouw van het Haagse Roemer Visscher College is volledig van wifi voorzien. Dat is wel zo handig, want in de brugjaren één en twee is een tablet verplicht. Leerlingen kunnen er via school voordelig eentje aanschaffen. Het complex omvat meer dan een verzameling leslokalen, het is een ‘brede buurtschool’. Verdeeld over drie bouwkavels zijn er sportfaciliteiten van Olympische allure, ruimtes voor leerwerkbedrijven en woonappartementen gerealiseerd. De woningen worden verhuurd aan studenten, die korting krijgen als ze tijd vrijmaken voor de Scholengroep Den Haag Zuidwest. Een initiatief waarmee het schoolbestuur een paar maanden terug de krant haalde.
Voor de stad is de scholengroep van grote waarde. Zuidwest is een van de veertig Vogelaar-wijken met relatief veel armoede, leer- en taalachterstand. Op drie locaties verzorgen zo’n 250 medewerkers onderwijs aan pak hem beet 1900 leerlingen, van wie circa 350 extra ondersteuning op het vmbo krijgen (lwoo). Voorheen huisden leerlingen en medewerkers in tochtige, afgeschreven panden. De afgelopen jaren zijn er twee spiksplinternieuwe gebouwen in de wijk verrezen. De gemeente heeft reden om blij te zijn met het schoolbestuur: dat steekt flink wat eigen geld in de panden, middelen uit de rijksbijdrage voor onderwijs.
Financiële domper
Het eerste bouwproject, het Wateringse Veld College, wordt in oktober 2008 geopend door toenmalig onderwijswethouder Sander Dekker. Een opmerkelijk ontwerp van het Haagse architectenbureau Vera Yanovshtchinsky, gebouwd op een terp en bereikbaar via verscheidene bruggen. Een deel van het gebouw is belegd met glazen kasdaken en gerealiseerd zonder afdoende klimaatvoorzieningen als verwarming, koeling of zonwering. Uit kostenbesparing, schrijft vakblad Bouwwereld, dat in het najaar van 2008 acht pagina’s wijdt aan de noviteiten.
Het project heeft een moeizame geschiedenis. Bij zijn aantreden treft directeur-bestuurder Karel Bun een rammelend bouwdossier op zijn bureau met dreigende budgetoverschrijdingen. Er is voorheen te krap begroot en in de aanloop zijn zaken over het hoofd gezien. Zo moeten er nog allerlei aanpassingen worden aangebracht op last van de brandweer, omdat de vergunning anders niet rondkomt. Tijdens de bouw wordt waar mogelijk bezuinigd. Voorjaar 2007 is er crisisoverleg over de problemen en de meerkosten, die uiteindelijk op drie miljoen euro uitkomen. Een jaar later, als de eerste leerlingen hun noodlokalen verlaten, wordt er nog druk gewerkt. Eind 2008, na de feestelijke opening, zijn er nog steeds klachten. Problemen met de luchtverversing, de CO2-waarden blijken veel te hoog. Leerlingen en docenten hebben last van hoofdpijn en misselijkheid.
De scholengroep zit financieel met de gebakken peren. Het jaar gaat de boeken in met een exploitatieverlies van bijna twee miljoen, een direct gevolg van de extra miljoenenuitgaven aan huisvesting. De financiële domper halveert het eigen vermogen van de scholengroep. Toch hoeft een schoolbestuur met een solvabiliteit van boven de 30 procent zich normaal gesproken geen zorgen te maken. Inclusief voorzieningen ligt de solvabiliteit zelfs nog altijd op 56 procent, het dubbele van de ondergrens die de Onderwijsinspectie tegenwoordig hanteert.
Sparen voor nieuwbouw
Maar er ligt al een tweede nieuwbouwproject op de tekentafel. Niet zomaar een school, maar een omvangrijk complex met gymzalen, bedrijfsruimtes en woningen. Het ontwerp is van het Bredase bureau Rienks Architecten, het op hetzelfde adres gevestigde BouwPlus doet bouwmanagement en kostenbeheer. Het totale prijskaartje komt in de buurt van de twintig miljoen, waarvan de gemeente het grootste deel voor haar rekening neemt. Duidelijk is bij voorbaat dat het schoolbestuur een flinke eigen bijdrage zal leveren. Zo wil de schoolleiding naast de twee door de gemeente bekostigde gymzalen er een derde bijzetten om zich te profileren met de sportopleiding, en die komt voor rekening van het schoolbestuur. En zaken als inventaris en ict-voorzieningen betalen schoolbesturen ook uit eigen zak.
Daarom stelt de scholengroep zichzelf ten doel om versneld de buffer uit te breiden door geld opzij te zetten, zo valt te lezen in het strategisch beleidsplan 2008-2013. ‘De financiële positie staat de komende jaren weer onder druk, vanwege de nieuwbouwactiviteiten. Deze zullen meer middelen vragen dan waarin de bekostiging door de gemeente voorziet.’ Sparen is nog niet zo eenvoudig, want de vaste lasten lopen op. Door alle investeringen stijgen de afschrijvingslasten van ruim drie ton in 2007 naar bijna een miljoen in 2011. Vanaf 2009 wordt desondanks een flink deel van de inkomsten opzijgezet. Bijna vier miljoen in vier jaar, gemiddeld ruim 5 procent van de totale baten. Eind 2012 is het eigen vermogen gestegen naar een recordomvang van 7,5 miljoen euro.
Het onderwijs scoort intussen op de meeste afdelingen een basisarrangement (voldoende), maar niet overal. In 2011 wordt de kleine vmbo-t-afdeling van het Zuidwest College zwak verklaard omdat de opbrengsten drie jaar op rij onder de maat zijn. Van sommige lwoo-leerlingen ontbreekt het wettelijk verplichte handelingsplan en er wordt te weinig rekening gehouden met niveauverschillen tussen de leerlingen, aldus de inspectie.
Volgens bestuurder Bun was op dat moment al het besluit genomen om de afdeling op te heffen, omdat die nog maar dertien leerlingen telde. ‘Met de inspectie werd afgesproken dat een verbeterplan niet zou worden uitgevoerd’, reageert hij schriftelijk. Een woordvoerder van de Onderwijsinspectie ontkent dat: “Het schoolbestuur heeft gemeld dat de afdeling zou worden opgeheven. Er zijn geen afspraken gemaakt over het niet uitvoeren van een verbeterplan.”
Bij de inspectie is de scholengroep inmiddels in beeld gekomen vanwege het spaargedrag. De buffer ligt ver boven de signaleringsgrenzen die de Onderwijsinspectie hanteert. In de eerste helft van 2011 neemt de inspectie het financiële beleid van de scholengroep onder de loep. ‘Er is sprake van een teveel aan middelen die nog niet zijn ingezet in het onderwijsproces’, luidt de conclusie.
Het schoolbestuur beschouwt de spaarmissie juist als geslaagd, blijkt als een nieuw strategisch beleidsplan in september 2011 het licht ziet. De buffer zal binnen een paar jaar weer naar ‘een voor de overheid aanvaardbaar niveau’ krimpen, aldus het bestuur. Er komen namelijk aanzienlijke uitgaven aan voor de brede buurtschool aan de Roemer Visscherstraat.
Taakverzwaring
Intussen waart er al drie jaar een economische crisis en draaien lokale en landelijke overheden steeds meer de geldkraan dicht. Stille bezuinigen, zoals het niet-compenseren van de btw-verhoging en achterblijvende vergoedingen voor materiële kosten, worden op veel scholen in het land gevoeld.
Voorjaar 2012 meldt bestuurder Bun zich met een somber verhaal bij de medezeggenschapsraad. Door al die overheidsbezuinigingen komt de scholengroep niet meer uit met de exploitatie, is zijn betoog. Grote verliezen dreigen. Hij wil dat een deel van de docenten na de zomer 28 lesuren per week gaat draaien in plaats van de afgesproken 27. Iets wat op sommige locaties op dat moment al blijkt voor te komen. Uiteindelijk gaat de MR akkoord, maar niet van harte, als noodoplossing voor één jaar. Schooljaar 2012/13 is amper op de helft, als Bun met het besluit komt om de uitbreiding van de lestaak structureel te maken. De directie erkent dat het een taakverzwaring is, maar oppert dat docenten het nu niet meer als zodanig zullen ervaren omdat er toch al zo gewerkt wordt. Het is dat, of arbeidsplaatsen schrappen. Bun krijgt na hevige discussie de medezeggenschapsraad achter zich, maar de kwestie creëert veel onrust.
“Docenten meldden zich vorig voorjaar bij de AOb om te vragen of dit zomaar kon”, vertelt AOb-rayonbestuurder Jan Menger. “Het antwoord is nee. Deze taakverzwaring is onrechtmatig.” Instemming van de MR volstaat namelijk niet, zegt hij. “Dit is een systeemwijziging en daarvoor is tevens instemming nodig van minstens twee derde van de betrokken docenten. Die meerderheid was en is er niet. Bovendien kom je met een lesweek van 28 uur in dit geval boven de 750 lesuren per jaar uit en dat is in strijd met de cao.”
Bun stelt dat instemming van de MR wél volstaat: ‘De uitbreiding van de lestaak van 27 naar 28 uur per week is niet in strijd met de cao. Deze uitbreiding is onder andere gecompenseerd met extra vrije dagen. Daardoor komt het aantal klokuren niet boven de 750 per jaar.’
Ook met compensatie blijft het taakbeleid in strijd met de cao, reageert Menger. Gesprekken tussen de rayonbestuurder en de directie zijn op niets uitgelopen. De AOb wil dat de cao wordt nageleefd, maar moet een nalevingsprocedure bij de rechter aan andere bonden overlaten omdat de AOb de huidige cao niet heeft ondertekend.
Niet stabiel
In mei 2013, het moment waarop de discussie over de taakverzwaring woedt, legt de directie een meerjarenbegroting 2013-2016 op tafel die sombere vooruitzichten laat zien. Inkomsten blijven ver achter bij uitgaven. Verliezen lopen op tot een miljoen per jaar. Het leerlingaantal kwakkelt. En de uitgaven laten een verschuiving zien van personele naar materiële uitgaven. Van elke bestede euro ging in 2009 nog bijna 78 cent op aan personeel, in 2012 was dat gedaald naar 75 cent. In de meerjarenbegroting zou dat cijfer de komende jaren verder dalen naar 69,6 cent in 2016.
Volgens Bun is dat inmiddels een achterhaalde voorstelling van zaken. Met zijn reactie aan het Onderwijsblad stuurt hij een bijgestelde raming mee, naar eigen zeggen van afgelopen december. In dat overzicht blijven de personeelslasten grosso modo rond de 75 procent van de uitgaven. Dat is overigens nog altijd ruim drie procentpunt onder het huidige vo-sectorgemiddelde van 78,5. In het nieuwe overzicht een half jaar later zien ook de inkomsten er heel anders uit. Die blijken de komende jaren namelijk anderhalf tot twee miljoen hoger dan eerder geraamd. De verklaring is snel gevonden. Er wordt met veel hogere leerlingaantallen gerekend. Het scheelt vijftig leerlingen in 2014 en ruim honderdvijftig de jaren erna. Volgens het bestuur is het leerlingaantal ‘niet stabiel’ maar zijn deze cijfers ‘reëel want gebaseerd op een correcte leerlingenprognose’.
Vorig jaar kwam de scholengroep voor het eerst sinds 2008 weer uit op een verlies, zo’n zes ton. Het bestuur stak zeker twee miljoen in het nieuwe schoolgebouw aan de Roemer Visscherstraat en de inventaris. Bovendien is er nog vijf ton voorzien om de klimaatbeheersing bij het Wateringse Veld College op orde te krijgen.
Door alle investeringen blijven de afschrijvingslasten de komende jaren ver boven het vo-gemiddelde. De exploitatie komt ermee jaarlijks tweeënhalf tot drie ton in de min, volgens de bijgestelde meerjarenraming. Dat verlies wordt opgevangen met de reserves. ‘Zo wordt de jaarlijkse exploitatie niet belast door de hogere afschrijvingen’, redeneert Bun in zijn reactie. Maar ook die buffer is opgebouwd uit de exploitatie, namelijk die van voorgaande jaren.
Investeren
Vorig jaar is de begroting voor pr-activiteiten verdubbeld naar drie ton, onder meer voor een openingscongres en voor leerlingwerving. Volgens rayonbestuurder Menger valt er juist intern veel te verbeteren. “Je kunt vraagtekens zetten bij het financiële beleid dat de afgelopen jaren is gevoerd. De scholengroep steekt miljoenen in gebouwen en materiële zaken, maar docenten hebben de werkdruk zien toenemen. Dat is een onwenselijke situatie. Uiteindelijk werkt zoiets door in de kwaliteit van het onderwijs. De taakverzwaring heeft veel onrust teweeggebracht. Het leidde ook tot spanningen in de medezeggenschapsraad, die verdeeld raakte. Ik maak me echt zorgen over de scholengroep, we laten het er niet bij zitten.”
Bun blijft erbij dat er niets mis is met het financiële beleid bij de scholengroep. Er wordt ook in onderwijs geïnvesteerd, stelt hij. ‘Elke school bepaalt zelf hoe de lumpsum-middelen worden ingezet. De resultaten van de scholengroep laten zien dat de middelen op een goede manier zijn en worden aangewend’, laat hij weten. ‘Wij hebben er bewust voor gekozen om te investeren in nieuwe gebouwen, omdat naar onze stellige overtuiging de kwaliteitsverbetering van ons onderwijs daarmee op dat moment het meest gediend was.’
{KADERTJE}
Bezoldiging: + €20.000 in twee jaar
De bezoldiging van rector Karel Bun is de afgelopen jaren gestegen van €138.134 (inclusief werkgeverslasten) in 2010 naar €151.574 in 2011. Een verschil van ruim dertienduizend euro, bijna 10 procent. In 2012 kwam de bezoldiging uit op €158.320.
Het Onderwijsblad vroeg voorzitter Kathrien van Dam van de raad van toezicht om een verklaring en kreeg via Bun de reactie doorgestuurd. De beloning blijkt in 2010/11 ‘geherwaardeerd’ aan de hand van de beloningsleidraad bestuurders voortgezet onderwijs. Deze beloningsregeling is in september 2010 door de VO-raad van tafel gehaald, nadat toenmalig staatssecretaris van Onderwijs Marja van Bijsterveldt er een streep door had gezet. Verder wordt het salaris elk jaar geïndexeerd, aldus de verklaring. Bun bereikt dit voorjaar de leeftijd van 66 jaar; de werving voor zijn opvolging is vorige maand gestart.