- blad nr 4
- 22-2-2014
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Gymnasia krijgen een gouden standaard
‘Er is toekomst voor het verleden’
“Classici hebben de neiging om zich te presenteren als een bedreigde diersoort. Ze verdedigen het belang van klassieke talen, maar wie vallen er eigenlijk aan?” Volgens Ineke Sluiter (1959), hoogleraar Griekse taal en letterkunde aan de Universiteit Leiden, zijn er maar weinig mensen die vinden dat klassieke talen moeten verdwijnen. “Toch wordt er al vanaf de middeleeuwen geroepen dat de kennis teloorgaat, dat we op het randje van de afgrond staan, dat ze hun Vergilius niet meer begrijpen. Het hoort er een beetje bij, het is traditie.”
Sluiter, die in 2010 de prestigieuze Spinozapremie ontving, was een van de voorzitters van de Verkenningscommissie Klassieke Talen. Die werd door het ministerie van Onderwijs ingesteld, onder andere omdat de eindexamenresultaten verontrustend waren. De ‘Gouden Standaard’ die in het eindrapport (1) wordt voorgesteld, is een instrument om de kwaliteit van alle gymnasiumopleidingen te verzekeren. Latijn en Grieks worden samengevoegd met het vak klassieke culturele vorming (kcv). In het schooljaar 2014/15 wordt het dan: Griekse taal en cultuur en Latijnse taal en cultuur. Het aantal uren in de bovenbouw gaat omhoog naar 760 uur per vak. Leerlingen ‘onderdompelen’ in de klassieke taal en cultuur, dat is het motto. Beter voor de motivatie, die bij nogal wat leerlingen ontbreekt.
Classici slagen er niet steeds in de relevantie van hun vak uit te leggen, staat in het rapport. U hebt daar duidelijk geen last van.
“Nee, het is ook een fantastische opleiding. De vraag in de commissie was vooral: Halen we er wel uit wat erin zit? Bij de klassieke talen heb je het over zaken die er toe doen. De betekenis van burgerschap, de relatie tussen de antieke cultuur en de Europese geschiedenis. Als ouder zou je gewoon blij moeten zijn dat je kind met dergelijke vraagstukken in aanraking is geweest.”
Sluiter heeft het in haar eigen werk graag over de relevantie van de klassieke talen in de huidige tijd. Dat geldt ook voor omgaan met originele Griekse en Latijnse teksten. Over het belang daarvan is veel discussie geweest. “Ik blijf de originele talen relevant vinden, omdat je vanuit die tekst op een andere denkwereld stuit.” Wel pleitte de commissie voor een andere toetsvorm dan de huidige proefvertaling, waar veel gymnasiasten moeite mee hebben.
De minister nam dit voorstel niet over. Veel classici waren het met haar eens. Was dat vervelend?
“De huidige proefvertaling is voor hen een symbool voor het niveau. Wij vinden ook dat leerlingen een stukje ongezien Latijn of Grieks moeten kunnen begrijpen, alleen is de huidige toets daarvoor aantoonbaar niet de beste.” Glimlachend: “Maar inmiddels zijn de normen van de examens zo aangepast dat de cijfers weer omhoog zijn gegaan.”
Ouders
De zelfstandige gymnasia zijn in de afgelopen jaren sterk gegroeid (39). Voor ouders ligt de aantrekkingskracht echter niet zozeer bij de klassieke talen. Het gaat hun meer om de kleinschaligheid van de school en de status van het diploma. De gymnasiumafdelingen op scholengemeenschappen (292) hebben het soms moeilijker. Daar ontbreekt ‘de kracht van de vanzelfsprekendheid’, zoals hoogleraar sociologie Sietske Waslander (2) in een rapport opmerkte. De klassieke talen zijn een vak onder alle vakken. Het vak kan ook weggelaten worden uit het curriculum en er is niet veel begrip voor de grote hoeveelheid uren en inspanning. Er zijn klachten over de integratie in de school, over het gevoel er maar een beetje bij te hangen, over klassen die samengesteld zijn met leerlingen uit het tweede en het vijfde jaar. En dan zijn er ook nog veel docenten onbevoegd. Bij een onderzoek uit 2009 bleek dat op meer dan de helft van de scholen (57%) niet alle docenten bevoegd zijn. In de leerjaren 2 en 3 waren er meer onbevoegde dan bevoegde docenten.
Gaat de gouden standaard hier een eind aan maken?
“De meeste scholen hebben laten weten dat ze achter de adviezen staan. Allereerst moet de leiding natuurlijk bedenken wat het aanbieden van een gymnasium betekent. Het kan niet alleen een voetnoot zijn, het moet voor het profiel wat betekenen. De faciliteiten moeten in orde zijn: lokalen, een goed rooster, bijscholing voor onbevoegde docenten. Als een school dat niet kan waarmaken, moet ze de opleiding niet aanbieden.”
Voorlichting aan ouders en leerlingen wordt als eerste genoemd bij de gouden standaard. Wat houdt het in als je een gymnasium volgt? Welke inspanningen vraagt dat? “Het moet voor ouders in ieder geval duidelijk zijn dat het laten vallen van beide klassieke talen, zoals dat vroeger nog wel kon, geen optie is.” Voor integratie van vakken ziet Sluiter veel mogelijkheden, bijvoorbeeld als het gaat om grammatica. En in de voorbereiding van de traditionele reis naar Rome wordt er al veel samengewerkt met geschiedenis en kunst. Ze is optimistisch over de toekomst. “Er was een dip waarin het aantal uren klassieke talen daalde, die zijn nu weer terug. Ik ben heel blij dat het nu zo goed gaat met de gymnasia en dat zoveel mensen enthousiast gewerkt hebben aan de gouden standaard. Er is toekomst voor de gymnasia, er is toekomst voor het verleden.”
Zelfs aan het tekort van docenten klassieke talen weet ze een blijmoedige draai te geven: “Het voordeel is wel dat classici altijd werk hebben!”
{2 noten}
1)’Het geheim van de blauwe broer’, rapport van de Verkenningscommissie Klassieke Talen (2011).
2)’Latijn en de kracht van de vanzelfsprekendheid’, Waslander, Barkmeijer en Holwerda (2009).
{kadertje}
Conferentie
Ineke Sluiter verzorgt zaterdag 12 april een lezing op de conferentie ‘Tussen droom en daad’, die de Belangengroep Gymnasiale Vorming van de AOb organiseert. De gouden standaard staat daarin centraal. Ga voor meer informatie naar www.aob.nl/aob.events.