• blad nr 15
  • 9-9-2000
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

Boekje van ex-docente Nederlands Marijke Harberts  

Ik wilde niet alleen over de stress van het vak vertellen

³Met mijn boek wil ik het onderwijsvak van binnenuit laten zien. Het gaat over de lol van het werken met levend materiaal, maar vertelt ook dat het onderwijs een verwaarloosde sector is², zegt Marijke Harberts (61). Zij werkte 21 jaar op een school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam-West en bundelde haar columns, waarvan de helft eerder in dagblad Trouw verscheen, in het boek Doe effe normaal, juf¹.

Ineens zakt het doek, het licht gaat aan. Van schrik valt de zaal stil. Een acteur komt voor het voetlicht: ŒZo kunnen we niet spelen, we stoppen.¹ Nog voor de acteur goed en wel is verdwenen, is conrector Tom op het podium gesprongen. ŒWillen jullie meteen terug naar school en tot en met het achtste uur les?¹
De columns van Marijke Harberts ­ sinds twee jaar met fpu - over haar ervaringen in het onderwijs zijn ongetwijfeld herkenbaar voor collega¹s. ³Ik wilde niet alleen over de stress van het vak vertellen. De school waar ik werkte is voor ongeveer tachtig procent een zwarte school geworden. Dat heeft zo¹n negatieve klank, maar als je er werkt is het anders.² Harberts heeft veel geleerd van de allochtone leerlingen. Haar vak Nederlands noemt ze ideaal om meer te weten te komen van alle verschillende culturen in de klas. ³Ik gebruikte de spreekbeurten om leerlingen over hun cultuur te laten praten, daar heb ik veel van opgestoken.²
Over een dergelijke spreekbeurt gaat de column Het is een paradijs hier¹. Imran vertelt over zijn geboorteland Pakistan: ¹In de nacht kwam de politie, ze klopten aan, mijn opa deed open. Ik sliep boven met mijn ouders. Die mannen wilden naar binnen, mijn opa weigerde en toen hebben ze hem doodgeschoten.¹ Het is heel stil in de klas.
Hoewel Harberts niet wilde dat de grote hoeveelheid allochtone leerlingen op haar school de hoofdthematiek werd, komt deze groep toch vaak naar voren in haar columns. Zo bespreekt de klas wat er zal gebeuren met kerst. Het voorstel is dat alle leerlingen iets te eten meenemen. Geen kalkoen of rollade, maar kwelapie (een Indonesische pudding), zoete rijst en Surinaamse pasteitjes komen er op tafel. ³Vroeger was er met kerst wel eens een leerling die op piano of cello een langzaam deel van Händel speelde, de rector las een spannend kerstverhaal voor², herinnert Harberts zich lachend.

Liefdevol
Een andere column gaat over een Turkse vader die een contract met de school afsluit dat hij zijn dochter niet meer thuis zal houden om het huishouden te doen. Een allochtone jongen komt vaak niet opdagen omdat hij moet tolken voor zijn familie. Ook schrijft Harberts over een Marokkaanse leerling met slechte cijfers en een dito werkhouding. Zij haalt haar collega¹s over hem nog een laatste kans te geven. Uiteindelijk gaat het toch mis en moet hij van school. ³Die dingen zijn wel frustrerend, ja², reageert Harberts. ³Maar je moet problemen professioneel benaderen en dat is me ook wel gelukt. Ik heb wel eens wakker gelegen van een leerling, maar je moet als leerkracht toch accepteren dat je niet alle problemen kunt oplossen. Uiteindelijk vind ik het werken op een zwarte school erg verrijkend. Deze leerlingen brengen iets anders binnen, ze geven je een kijkje in hun wereld. Mijn school was de enige in Amsterdam-West die het huisbezoek had gehandhaafd. Natuurlijk is zo¹n bezoek vaak cosmetisch want de ouders spreken geen woord Nederlands. Maar ik werd er zo liefdevol ontvangen, dat vond ik mooi om mee te maken.²

Strenge juf
Voor mij was heel belangrijk dat ik in een goed team werkte. Zo kun je je afreageren in een goede sfeer, als dat nodig is. Ik ging veel met mijn collega¹s om, we plaagden elkaar veel en het was erg gezellig. Dat mis ik nu wel eens², glimlacht Harberts. ³Wat ik niet mis is het nakijkwerk, je moet zo goed opletten en je leert er niets van. Ook de stress die je hebt omdat je je toch elke keer weer moet waarmaken voor zo¹n club met dertig pubers. En nu lees ik boeken die ik zelf uitkies en niet omdat leerlingen ze hebben gekozen voor hun boekenlijst.² De mondelinge examens over deze boekenlijsten worden in haar boek beschreven als een klein drama.
Waar wil je over beginnen¹, vraag ik. ŒMaakt mij niet uit, doe maar Het leven is verrukkulluk.¹ ŒVertel even de korte inhoud.¹ Al gauw raakt Niels het spoor bijster. ŒJa, die ene jongen die met dat meisje ging, ik ben niet zo goed in namen, die vriend van hem die had een ouwe man in het park neergeslagen en aan het slot gaat die gozer met een paraplu naar beneden.¹
Harberts: ³Of ik het idee heb dat ik ze wat heb geleerd? Ja, dat denk ik wel. Natuurlijk weet je nooit wat er zich allemaal in die hoofden afspeelt, maar als we een gedicht lazen zei ik wel eens tegen de klas: ŒAls je bejaard bent en deze tekst weer eens tegenkomt dan zul je toch weer even aan me denken¹.²
Over de vraag of ze een strenge juf was, moet ze nadenken en zegt dan voorzichtig: ³Wel een beetje.² In een column laat ze een leerling strafregels schrijven. Honderd keer ŒIk mag geen kauwgom kauwen¹. ³Dat is niet zo gebruikelijk meer, nee. Maar ik zette de leerlingen niet meer in de hoek, hoor², schatert ze. ³Ik werd eigenlijk nooit boos op leerlingen. Je moet spelen dat je kwaad bent, anders hebben de leerlingen je waar ze je willen hebben. Je eigen houding heeft veel te maken met die van de leerlingen. Leerlingen voelen het meteen als je een klas binnenkomt terwijl je denkt: Dit is die rotklas weer! Als een leerling zegt: ŒU moet ook altijd mij hebben!¹, heeft hij vaak gelijk. Als iemand vaak lastig is dan let je als leerkracht extra op hem, niets ontgaat je. Dus heb ik eens bewust een keer een leerling de hele les genegeerd. Daardoor werd de spanning minder en gedroeg de leerling zich weer wat normaler. Ook had ik eens een klas met een paar moeilijke jongetjes. Ik moest ze vertellen over de Dalai Lama. Dat werd niets en ik besloot ze te benaderen zoals de Dalai Lama dat zou doen, dat werkte. Je moet wel vindingrijk zijn.²

Morsige werksfeer
Dat Harberts haar ervaringen op papier zette, lijkt vrij vanzelfsprekend. ³Ik houd van mijn vak Nederlands en van schrijven. In de klas vond ik een van de leuke dingen van mijn vak om te proberen de Nederlandse grammatica zo simpel en duidelijk mogelijk uit te leggen. Het ambachtelijke trekt me ook bij het schrijven, het gepruts om in een tekst iets zo helder mogelijk te vertellen. Daarnaast heb ik het boek ook wel uit sociale bewogenheid geschreven. Ik wilde laten zien dat het onderwijs een levendig en afwisselend vak is, maar wat de gevolgen zijn als scholen te weinig geld krijgen. Gebouwen hebben een morsige werksfeer waar docenten geen plek voor zichzelf hebben om hun werk te doen. De klassen moeten kleiner en de werkdruk omlaag. Het onderwijs is maatschappelijk gezien ontzettend belangrijk en verdient meer respect van de overheid.²

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.