• blad nr 3
  • 8-2-2014
  • auteur J. van Aken 
  • Redactioneel

Wijzigingen in de ww 

‘Meebetalen om mee te bepalen’

De duur, opbouw, premiebetaling en de regie over de ww veranderen vanaf 2016. Deze ingrijpende wijzigingen zijn afgesproken in het sociaal akkoord dat de sociale partners in april vorig jaar met het kabinet sloten.

De duur van de ww-uitkering gaat veranderen. Momenteel heeft een werknemer maximaal 38 maanden recht op ww. Dat wordt maximaal 24 maanden: stapsgewijs een maand per kwartaal minder tussen januari 2016 en juli 2019. De opbouw van het recht op een uitkering verandert eveneens. Nu geeft een dienstjaar recht op een maand ww. Vanaf 2016 wordt dat een maand per arbeidsjaar voor de eerste tien jaar en daarna een halve maand ww per dienstjaar. Elk jaar voor 2016 geeft recht op één maand ww. De nieuwe maatregelen gelden niet voor huidige ww-gerechtigden.
In het sociaal akkoord staat dat werkgevers en werknemers in de cao afspraken kunnen maken voor een aanvulling van 14 maanden. “De ww blijft in lengte en duur op peil, maar wordt anders georganiseerd vanaf 2016. De wet geeft recht op twee jaar ww en in de cao wordt de rest aangevuld”, zegt Douwe van der Zweep, senior stafmedewerker bij de AOb.
Een andere verandering is dat na zes maanden alle arbeid als passend wordt aangemerkt vanaf 2015. “Het betekent dat iemand al snel buiten het onderwijs terechtkomt, want banen op een ander niveau liggen in het onderwijs niet voor het oprapen”, weet Van der Zweep.

Uitruil
Ook gaan werknemers weer de helft van de ww-premie betalen. Werkgevers betalen de andere helft. Dit wordt geleidelijk ingevoerd tussen 2016 en 2020.
In het onderwijs dragen werkgevers zelf de kosten van ww-uitkeringen. Van der Zweep: “Daardoor is ze er veel aan gelegen om werkloosheid te voorkomen. Dat helpt bij het maken van afspraken in bijvoorbeeld een sociaal plan. Als werknemers in het onderwijs straks zelf premie moeten gaan betalen, willen we aanvullende afspraken maken over hoe we werkloosheid kunnen voorkomen.”
Dit is helemaal in lijn met de afspraken uit het sociaal akkoord. “Kort samengevat is de uitruil: meebetalen om mee te bepalen”, vertelt Van der Zweep. Volgens het sociaal akkoord krijgen werkgevers- en werknemersorganisaties vanaf 2020 zelf de verantwoordelijkheid voor het beleid en de uitvoering van de ww.

Bovenwettelijke regelingen
De veranderingen in de ww gelden ook voor het onderwijs. Maar doordat er bij werkloosheid zogeheten bovenwettelijke regelingen gelden, neemt het onderwijs een bijzondere positie in.
Zo heeft een werknemer in het primair onderwijs het eerste jaar recht op aanvulling tot 78 procent van zijn laatstverdiende loon (ww is eerste 2 maanden 75 procent en daarna 70 procent). Ook is er een aansluitende uitkering voor mensen die minimaal vijf jaar in het onderwijs werken. Wie veertig jaar of ouder is, heeft in het onderwijs langer recht een ww-uitkering. Oplopend van één jaar extra voor een veertigjarige tot twaalf jaar voor een 53-plusser met minimaal twaalf dienstjaren. De bovenwettelijke regelingen zijn vastgelegd in de cao en staan los van de afspraken in het sociaal akkoord. “De AOb hanteert als uitgangspunt dat deze regelingen blijven bestaan”, zegt Van der Zweep.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.