• blad nr 3
  • 8-2-2014
  • auteur W. Dresscher 
  • Kleine column

 

Duidelijkheid en toegankelijkheid

Laatst was in het nieuws dat banken hun rijke klanten vaker een schadevergoeding toekennen bij zaken als pasfraude dan mensen met een bescheiden budget. Dat wordt verklaard door het gegeven dat rijkere mensen gewend zijn om met geld om te gaan en de taal van de financiële sector spreken. De modale klant voelt zich als een kat in een vreemd pakhuis als hij schade wil claimen. Zeker als de medewerker van het callcenter een antwoord geeft dat aanvoelt als een rookgordijn. Het schrikt af.
Het is een beetje een schemergebied: een bank zal roepen dat iedereen de mogelijkheid heeft een claim in te dienen. Op zich hebben ze daarin gelijk. Maar je kunt als maatschappij best met goed fatsoen betogen dat de onontkoombare bankensector die is gered met gemeenschapsgeld, moreel verplicht is een transparant en toegankelijk systeem te hebben voor als dingen misgaan. Al het jargon en de disclaimers waarmee financiële instanties hun klanten om de oren slaan, leiden tot wantrouwen en onbegrip onder de mensen die niet precies weten wat er te koop is en tegelijkertijd de prijs voor de door financiële instellingen veroorzaakte crisis hebben betaald.
Nu zijn we bij de AOb terughoudend als het over extra taken voor het onderwijs gaat en ik wil ook niet roepen dat scholen verplicht moeten worden om leerlingen bij te brengen hoe ze een claim moeten indienen bij een bank. Het onderwijs is er wel voor om het alle leerlingen mogelijk te maken betrokken burgers te worden die weten wat er te koop is in de maatschappij. Daar zijn geen extra eisen aan het lesprogramma voor nodig. Sterker nog: het zou helpen als beleidsmakers zich wat minder zouden bemoeien met de inhoud van de les en dat deel van het werk overlieten aan de leraren. Die zijn daar tenslotte voor opgeleid.
Laten beleidsmakers – of het nu politici zijn of bestuurders – zich eerst eens maar samen met ons druk maken over het geven van het goede voorbeeld. Een maatschappij heeft baat bij maximale duidelijkheid en toegankelijkheid. Ook in het onderwijs. Juist in het onderwijs. Want in het onderwijs gebeurt toch nog vaak dat kinderen van ouders zonder grote kennis van het stelsel op de verkeerde plek terechtkomen.
Het meest voor de hand liggende voorbeeld is dan natuurlijk die van kinderen van niet-westerse allochtonen, die nog vaak moeite hebben de weg naar havo of vwo te vinden, terwijl ze daar wel de capaciteiten hebben. Daarmee doet het onderwijs niet alleen die kinderen tekort, maar ook zichzelf. Met elkaar moeten wij er alles aan doen om de groep scholieren die op de verkeerde vervolgopleiding komt zo klein mogelijk te houden.

Walter Dresscher, voorzitter AOb

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.