• blad nr 3
  • 8-2-2014
  • auteur M. van Nieuwstadt 
  • Redactioneel

 

Respijt op het Tienercollege

Op het Tienercollege in Gorinchem zitten kinderen van tien tot veertien jaar oud samen in de klas. De schoolkeuze wordt er nog even uitgesteld. ‘Het zit er wel in, maar het komt er niet uit’, is een toelatingscriterium.

Op het Tienercollege in Gorinchem krijgen pubers ’s ochtends de tijd om wakker te worden. “Even op mijn nieuwe bed liggen”, zegt Jamie (13) en ze ploft neer op een weekendtas in een hoek van de klas. Leeftijdsgenoot Maarten gebruikt zijn laptop als kussen. Naast het toetsenbord is net genoeg ruimte om zijn wang voorzichtig neer te leggen.
Tussen kwart over acht en kwart voor negen mogen de tien- tot veertienjarige leerlingen hier binnenwandelen, kletsen en koffie of thee drinken. “Een gemoedelijk begin van de dag”, zegt projectleider Mariska van Wijngaarden. “Jongere kinderen willen in alle vroegte misschien een spelletje doen, maar we voldoen ook graag aan de behoeften die het bioritme van pubers met zich meebrengt.”
Het Tienercollege is een samenwerking van de Stichting Logos (veertien basisscholen) en christelijke scholengroep De Hoven (zes middelbare scholen) in en rond Gorinchem. Het idee voor de oprichting ontstond vier jaar geleden tijdens een lezing waarin hoogleraar Jos Letschert (Universiteit Twente) zich afvroeg waarom snelheidsverschillen in het verkeer vanzelfsprekend zijn, maar niet in het onderwijs. Van Wijngaarden: “Door op elf- of twaalfjarige leeftijd te toetsen en naar een school te verwijzen, wordt geen recht gedaan aan de tempoverschillen in de ontwikkeling van kinderen. Onze schoolbesturen wilden de selectie uitstellen. In veel andere Europese landen gebeurt dat ook.”
Intussen is het zo ver. In Gorinchem krijgen 33 kinderen langer de tijd om te laten zien wat ze kunnen. “Het zit er wel in, maar het komt er niet uit”, is één van de criteria die Van Wijngaarden hanteert in toelatingsgesprekken met ouders en kinderen.

Kriskras
Op de eerste verdieping van het Gilde Vakcollege Techniek (onderdeel van christelijke scholengroep De Hoven) in Gorinchem krijgt het programma in vier klaslokalen de ruimte. Jongens, alleen jongens, van de gewone vmbo-techniekschool drommen door de gangen. Van hier zijn de verschillen met het Tienercollege in een oogopslag duidelijk. In het lokaal links zet de lerares met krijt een breukensom op het bord. Een opgestoken vinger wordt minutenlang genegeerd.
In het lokaal rechts vertelt Clarine Bronkhorst, vandaag te gast op het Tienercollege, over haar fietsvakantie in Rwanda. Kinderen zitten op tafels of losse bureaustoelen, kriskras door elkaar. Een laatkomer neemt plaats op de grond. Wiebelbenen en draaikonten worden niet berispt. Geen vingers, kinderen zeggen wat ze vinden. Hier gaan de Uggs uit en blijft het petje op, met de klep naar achteren.
Strengere leerkrachten mogen gruwen van deze vrijheden, meester Richard is blij dat hij zijn vroegere rol als politieagent grotendeels heeft kunnen afschudden. “Ik beleef er zoveel plezier aan om leerlingen niet meer koste wat het kost onder controle te houden. Op de vorige basisschool waar ik werkte moest dat wel.”
Clarine vertelt over vulkanen, gorilla’s, maar ook over de volkerenmoord van 1994. De klas luistert niet in stilte, maar aandachtig. Pick me up heet deze dagopening, naar het voorbeeld van de Big Picture-scholen, waar de oprichters van het Tienercollege zich na een bezoek aan Amerika door lieten inspireren. Doel van dit dagelijkse ritueel is kinderen nieuwsgierig maken en motiveren voor een nieuw onderwerp, in dit geval een landenproject.
Het Tienercollege is in augustus 2012 met achttien kinderen van start gegaan. Aan het begin van dit schooljaar kwamen er nog eens vijftien leerlingen bij. “Hier in de regio is redelijk veel traditioneel onderwijs”, zegt Van Wijngaarden. “Wij willen het anders doen.”
Volgens Lenie van Lieverloo van onderwijsadviesbureau KPC Groep zijn er in Nederland zeker dertig schoolbesturen bezig met initiatieven die doen denken aan het Tienercollege. “Een aparte club, zoals in Gorinchem, bestaat nog nergens anders. Maar ik ken wel tien scholen met plannen in die richting.”
Mengvormen tussen middelbare en basisscholen hebben in Nederland geen wettelijke basis, maar het Tienercollege laat zich daardoor niet weerhouden. Kinderen uit groep 7 en 8 staan ingeschreven bij de basisschool om de hoek, oudere kinderen op een middelbare school.

Frustrerend
Laptops en tablets, elk kind heeft er één op zijn tafeltje, worden hier intensief gebruikt. Tijdens de presentatie over Rwanda zoomt Katy (11) met Google Earth in op Afrika. Korte opzetjes voor het landenproject worden voor een snelle beoordeling naar de meesters gemaild. Als kinderen op zoek moeten naar voormalige Nederlandse koloniën, dan doen ze dat in het ‘doe-lokaal’, aan een tafeltje of op een zitzak, met de tablet op hun buik. Gamen onder lestijd is verboden. Op de tablet een achtbaan bouwen om gravitatiekrachten te bepalen, mag wel. Tyrone (13) laat de Prezi-presentatie zien, waarin hij uitlegt wat gravitatie is en wat Isaac Newton daarmee te maken heeft. Niet voor niets staat op het Tienercollege deze weken het ‘kernconcept kracht’ centraal.
Werken met ‘kernconcepten’ houdt in dat leerkrachten zoeken naar samenhang tussen vakken. In het kader van het fenomeen ‘kracht’ heeft de hele klas de tentoonstelling Genius over Leonardo da Vinci bezocht. In het doe-lokaal zijn Laura (9) en Marlijn (9) er nog vol van. Ze hebben van een plakbandrol, doek, nietjes en wol een zweeftoestel gebouwd.
In de kleurrijke pauzeruimte van het Tienercollege staan gele picknicktafels, magnetrons en tosti-ijzers. Kinderen mogen zelf koffiezetten en minstens één keer in de week komt er een ouder langs om met ze te koken. “Wij werken vanuit een familiegedachte”, zegt Van Wijngaarden. “Pubers komen op school voor de gezelligheid en niet om te leren. Wij willen dat kinderen hier komen, omdat ze hier willen zijn.”
Het is een ideaalbeeld, maar inderdaad gaat het er op het Tienercollege gemoedelijk aan toe. Correcties blijven beperkt tot een vriendelijk ‘doe je even mee’, of ‘ik vind het heel opvallend dat dit nodig is, maar ik moet je toch echt even aangeven dat, hoe je erin zit, niet scherp is’.
Het is aan de leerkrachten, zegt Van Wijngaarden, om te zien of een kind ruimte nodig heeft of juist een strakke hand. Niet alle kinderen vinden het even makkelijk om met de vrijheden om te gaan. “Dit is een experiment”, zegt meester Richard. “We zitten elke dag uren bij elkaar om te bespreken wat anders kan of beter moet.”
“Kinderen zijn gewend dat ze moeten leren voor de meester of juf”, zegt Van Wijngaarden. “Want anders krijg je op je kop. Dan is het niet gek dat het even duurt voordat ze hun eigen verantwoordelijkheid aankunnen. Maar wij hebben ook zelf onze doelen bijgesteld voor wat betreft de vrijheid die we kinderen geven. Er zit ook een stukje moeten in het leven.”
Vrijheid of niet, doel is om leerlingen aan het einde van de tweede klas middelbare school op het best haalbare niveau te brengen. Om te zien of leerlingen vooruitgang boeken, wordt gewerkt met lijsten waarop aan het einde van elk lesblok wordt aangevinkt wat er is geleerd. “Het zijn praktische doelen”, zegt Van Wijngaarden, “doelen die een kind zelf kan begrijpen. Drie keer per jaar presenteren ze de resultaten aan hun ouders.”

Eropuit
Meester Richard zegt: “Als je het leerlingen vraagt, dan hebben ze misschien liever dat je ze aan het einde van een blok een papiertje meegeeft met een feitenlijstje dat ze uit hun hoofd moeten kennen. Ik weet dat het op andere scholen vaak zo gaat in de voorbereiding op methodetoetsen. Maar we weten ook dat leerlingen die kennis na een paar weken kwijt zijn. Op mijn oude school moest ik dingen doen waar ik niet achter stond. Als ik nu probeer uit te leggen hoe mensen dachten in de koloniale tijd, dan breng ik Kuifje in Afrika mee. Met de klas discussiëren over een stripboek, dat blijft kinderen bij.”
Om ‘blinde vlekken’ in de gaten te houden gebruikt het Tienercollege de ‘volg- en adviestoetsen’ van het Cito voor het lager en middelbaar onderwijs. Maar, zegt Van Wijngaarden, een kind kan zich uitstekend ontwikkelen, zonder dat de toetsresultaten het direct aantonen. “Met Cito toets je niet of kennis beheerst wordt, je toetst of kennis beheerst wordt op de Cito-wijze. Als wij onze kinderen lesgeven over de rivier, dan gaan we eropuit. Die is hier in Gorinchem immers vlakbij. We lopen over de zomerdijk, de winterdijk, door de uiterwaarden. We voelen en zien de drassige gronden. We vouwen bootjes en rekenen uit hoe snel ze varen. Terug op school bewijzen kinderen ons wat ze geleerd hebben. Bijvoorbeeld door van K’nex een rivierenlandschap te bouwen. Dan weet ik nog niet zeker of ze het goede antwoord aankruisen als het Cito vraagt wat een zomer- of winterdijk is. Maar ik twijfel er geen seconde aan, dat ze begrijpen wat het is.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.