• blad nr 3
  • 8-2-2014
  • auteur . Lachesis 
  • Column

 

Maat

Mijn achternichtje is vijf. Ze vertelt niet vaak iets over school als ze thuiskomt. Vandaag wel. Ze is namelijk boos. Ze heeft de hele ochtend achter een tafeltje moeten zitten in het speellokaal, zegt ze. Ze moest steeds maar lijntjes trekken en rondjes zetten. Zooooo stom! Bah. En weet je wat het ergste was? Dat ze maar heel even naar buiten mocht en daarna weer heel lang lijntjes moest trekken en rondjes moest zetten. Niks aan. Op twitter vertelt TeacherReality dat het met haar vijfjarigen in de Verenigde Staten al niet anders gaat: ‘I gave a formal assessment bubble to my kindergartners. One 5-year-old yelled, “This test is soooo long!” Then she circled the wrong answer.’ Ook aan sommigen van mijn elfjarigen kan ik duidelijk merken dat ik teveel van ze vraag: Juf, ik kan dit niet, staat er met grote wanhopige letters op het antwoordblad van de Cito-rekentoets dat Jamira aan mij overhandigt. Het is waar. Jamira kan dit niet. Ze volgt tijdens de rekenlessen de klassikale instructie en verwerkt vervolgens het geleerde in het maatschrift. Ze maakt haar rekentoetsen ook op dat niveau. Deze werkboeken en toetsen hebben niet voor niets het woord ‘maat’ in de titel. Cito-toetsen houden – en dit is theoretisch ook verdedigbaar - geen rekening met maatwerk. Op praktisch niveau leidt het echter tot wanhoop. Jamira krijgt plotseling een ratjetoe aan sommen voor zich waar ze geen wijs uit kan worden. Zelfs de sommen die ze doorgaans goed maakt, doet ze nu fout. Er hangt een dikke wolk om haar hoofd. Ook Maartje bakt er plotseling helemaal niets van. Bij haar is er echter geen sprake van paniek. Eerder van gelatenheid. Met haar hand onder haar hoofd zet ze het ene na het andere streepje op haar antwoordblad. Maar dit is gewoon een aftreksom, zeg ik verbaasd, die hebben we vorige week nog uitgebreid behandeld. Je moet ‘lenen bij de buren’. Weet je nog wel? O ja, Maartje schiet overeind. Dat is ook zo. Ze begint driftig op haar uitrekenblad te rekenen. Kim is onzeker. Ik zie haar steeds aarzelend in mijn richting kijken. Dan komt ze eraan geslopen. Ik denk dat ik weet hoe deze som moet, juf. Maar ik weet het niet zeker. Ze legt razendsnel uit wat ze denkt. Het is niet juist. In de verste verte niet. Ik aarzel. Als ik hier aan begin, staat er zo een hele rij leerlingen achter haar en dat kan natuurlijk helemaal niet. Maar Kim kijkt zo smekend dat ik een aantal tips geef. Ze kijkt me radeloos aan. Ze snapt het niet. Het spijt me meisje, besluit ik al zuchtend. Met gebogen schouders loopt Kim terug naar haar plaats. De rekentoets in deze klas is dit jaar een heus bloedbad. Na invoering van de resultaten in het leerlingvolgsysteem, knallen de rode en oranje kleuren beschuldigend van het scherm. De groep bestaat voornamelijk uit tobbende en wanhopige meisjes die zich steunend door elke rekenles slaan. Snap jij het? Nee, ik ook niet. Juhuf!! Het absolute dieptepunt aan toetsellende vindt plaats tijdens de Citotoets begrijpend lezen. Ellenlange verhalen, volgepropte boekjes… en nog een tekst… en nog een tekst… Gruwelvragen zoals: wat is het meest waar van de volgende beweringen? Welke titel hoort het best bij het verhaal? Antwoorden die allemaal op elkaar lijken. Ik heb het notabene soms zelf niet eens goed. En waartoe leidt dit alles? Dat ik opnieuw vaststel wat ik eigenlijk op andere manieren al te weten ben gekomen: hier is iemand vooruitgegaan, daar is iemand achteruit gekacheld. Breuken, kommagetallen, alsmede werkwoordvervoegingen en verwijswoorden worden nog niet goed beheerst. Ik weet het, de leerlingen weten het, hun ouders weten het, maar het leerlingvolgsysteem schijnt nooit iets te weten. Het schranst maar door. Het is vooral dit systeem dat geen maat meer heeft.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.