- blad nr 3
- 8-2-2014
- auteur . Overige
- Redactioneel
Schoolzwemmen? Hooguit een natte gymles
Tekst Joëlle Poortvliet
Cor Schrauwen, directeur van basisschool D’n Overkant in Etten-Leur, is niet tegen schoolzwemmen. Als zijn gebouw naast het zwembad zou staan, zou hij met liefde leerlingen afleveren voor een uurtje schoolslag en watertrappelen. Maar een nuchtere blik op de tijdsinvestering deed Schrauwen beslissen de wekelijkse gang naar het zwembad te schrappen. “Een onderwijsinspecteur zette me aan het denken. Deze persoon rapporteerde kritisch over de vijf minuten die kinderen voor de officiële pauzetijd namen om hun jas aan te trekken. Als dat al verspilde onderwijstijd is, dan is de drie kwartier wandelen van en naar het zwembad dat helemaal.”
Vlak na de zomer ontstaat wat reuring rond het besluit van Schrauwen. Volgens een lokale wethouder is schoolzwemmen een belangrijk onderdeel van het basisonderwijs. Storm in een glas water, stelt de schooldirecteur. “Het woord schoolzwemmen doet vermoeden dat wij leerlingen aan een zwemdiploma helpen, maar dat is onzin. Het ging om twintig keer een half uur, daarin leert een kind niet zwemmen. Het waren natte gymlessen: erg leuk, maar te tijdrovend.”
Uit onderzoek van het Mulier Instituut blijkt dat in 1991 nog 90 procent van de scholen aan schoolzwemmen doet. Vijf jaar later is dat percentage gedaald naar 83 en in 2005 naar 57 procent. In 2012 biedt 43 procent van de gemeenten nog schoolzwemmen aan. Al betekent dat niet dat alle scholen in die gemeenten er ook gebruik van maken. Schoolzwemmen is al sinds 1985 niet meer verplicht. Dagblad Trouw doet in november 2013 een eigen inventarisatie en komt tot de conclusie dat nog maar 20 procent van de leerlingen wekelijks gaat schoolzwemmen.
André de Jeu van de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) kan die 20 procent niet bevestigen, maar geeft wel aan dat de situatie lokaal erg verschilt en zorgwekkend kan zijn. Waar staatssecretaris Sander Dekker zich nog gerust laat stellen door het feit dat 94 procent van de kinderen in Nederland een A-diploma haalt, is het tegelijk zo dat in sommige gemeenten steeds meer leerlingen de basisschool verlaten zonder zwemdiploma. Vooral kinderen in achterstandsituaties en uit Oost-Europese gezinnen. De Jeu: “Bij die laatste groep zijn de kosten voor zwemles niet zozeer het probleem, maar meer het ontbreken van een zwemcultuur. Ouders hebben het ook nooit geleerd.”
Enthousiast
Ook voor basisschool de Hoeltien in Hollandscheveld (gemeente Hoogeveen) wordt het schoolzwemmen niet meer vergoed. In plaats daarvan verdeelt de school vijf natte gymlessen over de groepen 3/4 en 5/6. Frieda Hidding geeft al bijna 25 jaar les op de Hoeltien, is coördinator van de natte gymlessen en voorstander van zwemmen op de basisschool. “Ons hele team is altijd heel enthousiast geweest, ook over de nieuwe natte gymlessen. Kinderen vinden het ontzettend leuk. Als ze nog geen diploma hebben, raken ze spelenderwijs beter vertrouwd met het water en leerlingen die al kunnen zwemmen doen survival spellen in het grote bad.”
Maar een vervanging voor schoolzwemmen vindt ze het niet. Ook Hidding vreest dat bepaalde groepen kinderen nu niet, of pas veel later zullen leren zwemmen. Voor de natte gymles heeft ze de diploma’s in haar groep geturfd. “Je moet toch even weten wie in het diepe mag en wie niet.” Negentien van de 33 kinderen in groep 3/4 hebben een zwemdiploma, veertien nog niet en van hen volgen er vijf (nog) geen zwemles. Ondanks dat de gemeente Hoogeveen – net als de meeste andere gemeenten in Nederland - regelingen kent voor sociale minima waar zwemlessen uit betaald kunnen worden, bereikt dat geld de doelgroep niet altijd, denkt Hidding. “Ouders komen er soms moeilijk voor uit dat ze weinig te besteden hebben. En als je geen eigen auto hebt, is de afstand van buitendorp Hollandscheveld naar het zwembad in Hoogeveen eigenlijk te groot.”
Om de zwemvaardigheid op z’n minst in beeld te brengen heeft de VSG een tool ontwikkeld (www.beweegabc.nl) waarmee basisscholen onder andere de zwemgegevens van hun leerlingen kunnen bijhouden. Afgelopen jaar hebben 1.700 scholen gegevens ingevoerd. De Jeu van de VSG: “Wij zeggen niet dat leren zwemmen een verantwoordelijkheid is van de school, maar zwemmen is in Nederland wel als basisvaardigheid te zien. Een voorwaarde om mee te draaien in de maatschappij, net als fietsen en lezen.” Want nog los van veiligheid: wie kent de uitnodigingen voor feestjes niet met de boodschap ‘zwemspullen meenemen’? “Kinderen zonder zwemdiploma worden uitgesloten van dit soort activiteiten, net als later voor beroepen bij de brandweer of politie.”
Scholen zouden dus op z’n minst ‘droog’ de vraag kunnen stellen, vindt De Jeu. “Het online invullen kost een kwartiertje per jaar.” Het systeem spuugt vervolgens papiertjes uit om eventueel tijdens een tienminutengesprek aan ouders mee te geven. “Ouders zijn primair verantwoordelijk, gemeenten willen vaak financieel bijspringen en scholen kunnen in ieder geval inventariseren. Samen moet voldoende zijn om de zwemvaardigheid op peil te houden.”
{kader}
Argumenten voor schoolzwemmen
* Garantie: zo weet je zeker dat alle kinderen een begin maken met leren zwemmen, ook kinderen in achterstandssituaties
* Veiligheid: zwemmen is in het waterrijke Nederland een belangrijke basisvaardigheid
* Kinderen leren tijdens de zwemles ook zelfredzaamheid en sociaal gedrag
* Voor ouders is schoolzwemmen een stuk goedkoper en minder gedoe dan reguliere zwemlessen
Argumenten tegen schoolzwemmen
* Een kind leren zwemmen is de verantwoordelijkheid van ouders, niet van de school
* Zwemles kost (inclusief het vervoer) te veel onderwijstijd
* De timing klopt niet meer, veel ouders doen hun kind al op les voor ze in de schoolzwemleeftijd komen
* Het is geen alternatief: ook naast het schoolzwemmen zijn nog zwemlessen nodig voor een A-diploma
{fotobijschrift}
@B1:In 1991 deed 90 procent van de scholen aan schoolzwemmen. In 2012 biedt slechts 43 procent van de gemeenten nog schoolzwemmen aan. En lang niet alle scholen in die gemeenten maken er gebruik van.