- blad nr 3
- 8-2-2014
- auteur W. de Lange, de
- Column
Doodmaken
Dat praatje zal ik u besparen. Maar waarom zitten die drie jongens daar? Dat moet ik wel uitleggen. Dat in mijn mentorklas bijna alle jongensnamen met een D beginnen, maakt het ingewikkeld. U moet dus even doorbijten: Dario, Diego en Donny zijn een paar dagen tevoren gezellig de stad in gegaan met twee oudere jongens, die niet bij ons op school zitten. Daar is niets raars aan. Raar is wel dat Dario, Diego en Donny tijdens dat uitje al wisten dat deze twee oudere jongens op die dag alleen maar naar onze school waren gekomen om het nieuwe mobieltje te roven van Daniel, een klasgenoot van Dario, Diego en Donny.
Dat Daniel een nieuw mobieltje had, wisten deze twee rovers weer van een andere klasgenoot, te weten Dries. Deze Dries had de rovers ook nog eens het tijdstip gewhatsappt, waarop de klas uit zou zijn. Gelukkig wist Dries zijn geheim niet goed te bewaren. De rovers waren er, maar een tijdig gealarmeerde docent begeleidde Daniel naar zijn fiets en zorgde dat hij goed wegkwam, met mobieltje.
’s Avonds laat gaat dat mobieltje af. Dries bericht Daniel om half twaalf: “Je had meester Van Zaak niet moeten meenemen, nou gaan ze je doodmaken.” De moeder van Daniel ontploft. Ze had me toch gewaarschuwd dat Dries rare dingen zei tegen Daniel?! Waarom was ik er niet meteen bovenop gesprongen? Ik had geen tijd gehad. Ik had gedacht dat het tot maandag kon wachten, want Dries zei zoveel.
Dries en Daniel zitten nu in een achtbaan van onvermijdelijkheden: aangifte, schorsing, vertrek. Maar hoe zit het met Dario, Diego en Donny? Waarom trekken die op met jongens die kinderen beroven? Donny, vol ergernis: “Er is toch niets gebeurd? Ik vind het stom dat Daniel naar de politie stapt. Dries is mijn vriend. Daniel niet echt.”
Donny zou zelf ook naar de politie gaan als iemand zijn mobieltje in zou proberen te pikken en hem zou bedreigen. Maar dat Daniel aangifte heeft gedaan, weigert hij te begrijpen. “Het is gewoon mijn mening”, zegt hij, trots op de berg tegenstrijdigheden die hij ‘mening’ noemt. Ik kan deze botheid niet rijmen met wat ik van zijn ouders heb gezien: aardig, betrokken, degelijk.
Dat het leven een hel wordt, als iedereen gaat dreigen en met geweld dingen gaat afpakken, daar wil Donny niet over nadenken. Dario wel. Dario is zelf beroofd. Dario kent één van de rovers in ons verhaal heel goed: “Het is een echte vriend, juf. Ook een Chileen. Hij zit in een tehuis. Mijn moeder kookt vaak voor hem. Maar hij doet nu dom.” Dario kijkt niet uitdagend, zoals Donny. Hij kijkt verward en gesloten. Heb je niet meer aan vrienden dan aan een rechtsstaat?