• blad nr 3
  • 8-2-2014
  • auteur A. Kersten 
  • Redactioneel

Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-raad: 

‘Ik proef meer wantrouwen dan me lief is’

Paul Rosenmöller, de nieuwe voorzitter van de VO-raad, wil de relatie met de AOb graag verbeteren. Maar de liefde moet van twee kanten komen. “Jullie moeten echt stoppen met het beschimpen van bestuurders, termen als zakkenvullers. Zo wordt het nooit wat.” Gesprek met een buitenstaander in het onderwijs, die best snapt dat het afschaffen van de bapo de vakbond geen populariteitsprijs oplevert.

“Wanneer ik in een vergadering even wegzak, dan lees ik in de notulen wel wat er gebeurd is. Als een docent dat overkomt in de les, dan wordt de boel overgenomen door de klas. Lesgeven is topsport”, concludeert de nieuwe voorzitter van de VO-raad, de werkgeversvereniging in het voortgezet onderwijs. “Dat wist ik natuurlijk wel, maar door de bezoeken aan scholen raak ik daar de afgelopen tijd weer extra van doordrongen.”
Hij heeft een enorm netwerk, weet hoe in politiek Den Haag de hazen lopen en kent de vakbeweging van binnenuit. Dus zo vreemd was het eigenlijk niet dat Paul Rosenmöller ergens vorig voorjaar een telefoontje kreeg van het Utrechtse headhuntersbureau Vanderkruijs. De VO-raad zocht een nieuwe voorzitter. Of ze hem eens wat informatie mochten opsturen.
Driekwart jaar later ontvangt hij het Onderwijsblad allerhartelijkst in zijn werkkamer op de vierde verdieping. Een buitenstaander in het onderwijs, maar ook weer niet helemaal: zijn vrouw geeft les op een basisschool. Rosenmöller trok de afgelopen maanden veel door het land om scholen te bezoeken en kennis te maken met zijn leden - schoolbestuurders en schoolleiders. “Met wie ik ook sprak, het ging eigenlijk altijd over de leerling.” Wat hem in zijn kennismakingsperiode ook opviel is de relatie van de VO-raad met het ministerie van Onderwijs, die hij “heel innig” noemt. “Door alle projecten die het departement bij ons belegt, zijn de contacten intensief.” Daartegenover staat de verhouding met de AOb, die uitdrukkelijk “niet goed genoeg” is. Dat heeft zijn weerslag, ontdekte hij, op de sfeer in de lerarenkamer. “Ik proef soms meer wantrouwen dan me lief is.” De grootste onderwijsbond weigerde de huidige cao te ondertekenen en haakte vorig jaar ook teleurgesteld af bij het nationaal onderwijsakkoord. Toch moeten alle partijen het in de komende maanden eens zien te worden over een sectorakkoord voor het voortgezet onderwijs. Rosenmöller hoopt een verbindende rol te kunnen spelen. “Ik ben er heilig van overtuigd dat het onderwijs erbij gebaat is als de partijen het goed met elkaar kunnen vinden. Als we iets verlangen van de overheid, dan zullen we meer samen moeten optrekken.”
Dat klinkt logisch.
“Dat is voor de VO-raad niet altijd logisch, zeg ik heel eerlijk. Ik was vereerd om bij de sectorraad van de AOb te mogen zijn. Daar zei iemand dat de VO-raad wel eens uitgenodigd is om samen naar Den Haag te gaan tegen de nullijn, maar niet wilde. Bij een gedeeld belang vind ik dat je daar wel open voor moet staan. Ik heb toen ook gezegd: Als we willen investeren in een betere relatie, moeten jullie echt stoppen met het beschimpen van bestuurders. Termen als ‘mislukte managers uit de private sector’ of ‘zakkenvullers’, met zulke generalisaties wordt het nooit wat. Andersom moeten wij ook precies zijn in het benaderen van docenten. Niet praten over zeurkousen, want het zijn namelijk geen zeurkousen.”
Waar komt u die beschimpingen dan tegen?
“Dat is een naïeve vraag. Als je de vakbond kent, dan weet je dat het gebeurt. Dit is gewoon een graat in de keel van veel bestuurders die zich elke dag uit de naad werken. Dat ze op die manier door mensen van de vakbond en meer in het bijzonder de AOb, benaderd worden, dat doet die mensen pijn. Dat zegt twee dingen. Eén: jullie zijn relevant, want als de AOb een irrelevante organisatie was, zou het geen pijn doen. En twee: het gaat voor deze mensen over integriteit.”
Valt dat niet te verklaren door financieel wanbeleid van bestuurders, waardoor er grote schulden ontstaan en de scholen moeten boeten? U bent niet verantwoordelijk voor zulke incidenten, maar de vraag lijkt soms: Wie dan wel?
“Nou, de bestuurder is daar verantwoordelijk voor.”
Maar die is dan al weg.
“Dan komt er een andere bestuurder om schoon schip te maken. Als ergens fouten worden gemaakt, mogen die bekritiseerd worden en moet ervan geleerd worden. Mensen in het onderwijs zijn allemaal hoog opgeleid, zij kunnen de afweging maken tussen emotie en ratio. We hebben het niet over mensen die in de schoonmaak werken of de horeca en die misschien wat meer bevangen raken door emotie. Je kunt generalisaties niet rechtvaardigen. Hoe makkelijk zou het niet zijn om bij disfunctioneren van een aantal docenten te spreken over dé docent? Dan zijn we toch alleen maar bezig elkaar kapot te maken? Wat schiet die leerling daar nou mee op?”

In de coulissen
Toen Rosenmöller nog in de coulissen stond om Sjoerd Slagter als voorzitter op te volgen, werden er twee belangrijke akkoorden gesloten. In september was dat het nationaal onderwijsakkoord, waarbij de AOb teleurgesteld afhaakte. De andere bonden, werkgevers en Onderwijsminister Jet Bussemaker stonden te juichen. Twee weken later werd duidelijk dat de nieuwe investeringen beperkt bleven tot enkele tientallen miljoenen. Het herfstakkoord in oktober bracht de redding. Drie oppositiepartijen kregen het kabinet zover honderden miljoenen extra voor het onderwijs uit te trekken.
Een nationaal onderwijsakkoord zonder de AOb is onbestaanbaar, heeft u gezegd.
“Nou ja, het bestaat.”
Onwenselijk dan.
“Ik denk dat we het onderwijs verder brengen als we dat samen doen. Als de grootste onderwijsvakbond daar dan niet bij betrokken is, is dat gewoon jammer, ook omdat het gevolgen heeft. Het beïnvloedt de sfeer op school.”
De financiële investeringen in het nationaal akkoord waren erg mager.
“Was het voldoende als compensatie voor al die bezuinigingen in het onderwijs? Nee, maar wij vonden het wel een stap vooruit en er was brede steun in onze achterban. Het afschaffen van de 1040-urennorm was ook belangrijk. Dat is echt een interessante kant van het akkoord.”
Een zoethoudertje vond Tweede-Kamerlid Paul van Meenen (D66), er lag al een Kamermotie.
“Er komen per jaar ongeveer 3.479 Kamermoties rond, maar het kabinet maakt uiteindelijk de keuzes. Waar het om gaat is dat wij als sector met bonden en het kabinet hebben afgesproken om die rigide urennorm te laten varen en scholen veel meer ruimte te geven.”

Het goede moment
Hij maakt de overstap naar het onderwijs op het goede moment, in een bijzondere tijd, hebben mensen hem gezegd. Er zijn veranderingen op komst. Rosenmöller laat het woord ‘modernisering’ regelmatig vallen. Een term die ook in het regeerakkoord en het onderwijsakkoord wordt gebruikt, namelijk bij de invoering van een ‘moderne’ seniorenregeling. De bestaande bapo is onhoudbaar, vindt Rosenmöller. Ook al omdat we met z’n allen steeds ouder worden en langer doorwerken.
“Ik snap best dat je als vakbond met het afschaffen van de bapo niet de populariteitsprijs krijgt. Ik heb me echt verbaasd, dat mag je gerust weten, dat het hele verhaal van de pensionering al begint op 52-jarige leeftijd. Hoe pittig die job ook is.”
Meestal wordt er pas vanaf 56 jaar gebruik van gemaakt.
“Nou goed, maar vanaf 52 jaar kun je die eerste stap zetten. Heel veel mensen kiezen voor de bapo omdat het een aantrekkelijke regeling is. Ik denk dat er goede gronden zijn om er niet mee verder te gaan. Waarom een seniorenregeling? Waarom niet een persoonlijk budget, waarbij de docent zelf bepaalt wanneer hij tijdens zijn loopbaan die waarde verzilvert. Als je dat liever doet op je 38ste omdat dan je tweede kind wordt geboren en je in een piek zit, prima. Wie zijn wij om dat te bepalen?”
Is het onderwijs te behoudend?
“Ik heb vaak gehoord dat het onderwijs meer naar binnen kijkt dan naar buiten. Houden wat je hebt, zeg maar. Toch zie ik dat veranderen. De tijd van een statische organisatie is voorbij. Functioneringsgesprekken zijn nodig. Peer reviews, bij elkaar in de klas kijken, dat zijn stapjes die voorzichtig gezet worden. Veranderingen hoeven niet altijd bedreigend te zijn. Die ontwikkelingen maken het werk van een docent aantrekkelijker. De ultieme uitdaging kan toch niet zijn om het dertig jaar lang te doen op de manier waarop je er ooit mee begonnen bent?”

Niet lullen, maar poetsen
De functiemix, een andere vernieuwing die het onderwijs moet verbeteren, is vastgelopen. Het akkoord waarmee docenten in hogere schalen kunnen komen, is onderdeel van het Convenant Leerkracht uit 2008. De VO-raad adviseerde vorige zomer om voorlopig geen nieuwe promoties meer toe te wijzen in afwachting van bestuurlijk overleg. Schoolbesturen zouden door de uitvoering in financiële problemen komen. De AOb is het daar niet mee eens.
Ook de VO-raad heeft zijn handtekening gezet onder het akkoord, nu voeren uw leden het niet uit.
“Elk lid moet zich natuurlijk houden aan akkoorden die wij afsluiten. Maar dit akkoord is door het gebrek aan middelen onuitvoerbaar, dat is zonneklaar. Daarom hebben we gezegd: Jongens, maak even pas op de plaats totdat we met elkaar overeenstemming hebben. En dat moet heel snel. Ik vind sommige dingen in het onderwijs wel erg lang duren. Hoe lang praten we nu al over een professioneel statuut? Laten we dat nu regelen. Ik kom uit Rotterdam, daar zeggen ze: Niet lullen, maar poetsen.”

{kadertje}
Beknopt cv Paul Rosenmöller (1956)
- Studie sociologie (UvA, onvoltooid, 1974-1978)
- Stuwer Rotterdamse haven (1978)
- Vakbondsbestuurder Vervoersbond FNV in de havens van Rotterdam en Amsterdam (1985-1989)
- Lid Tweede Kamer GroenLinks (1989-2003)
- Politiek leider GroenLinks (1994-2002)
- Programmamaker bij de Ikon (2003-2013)
- Voorzitter stuurgroep Convenant Gezond Gewicht (2005-heden)
- Voorzitter VO-Raad (2013-heden)
In 2003 werd Rosenmöller Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.