- blad nr 3
- 8-2-2014
- auteur . Overige
- Redactioneel
Uitdagend, ja, maar zinvol?
Chinees als eindexamenvak
Tekst Desiree Hoving
“Dit is het teken voor geluk”, zegt docent Elise Baardman tegen een klas vol brugklassers van het Visser ’t Hooft Lyceum in Leiden. Iedereen houdt een roodgekleurd A4-tje vast in de ene hand en een schaar in de andere. Vrijwel alle ogen zijn gericht op het scherm, waarop een overheadprojector een Chinees karakter laat zien. Twee horizontale strepen, eronder twee vierkantjes, dan nog een streep en weer twee vierkantjes. Op de voorhoofden van een paar leerlingen verschijnen rimpels. Baardman legt uit hoe ze het karakter het beste kunnen uitknippen, maar haar instructies bereiken de achterkant van het lokaal nauwelijks. Toch houden alle brugklassers een half uur later een geslaagd knipkunstwerk vast.
Voor de meesten is het vandaag de laatste keer dat ze bij de les Chinese taal en cultuur zitten. Ze hebben het vak een half jaar gevolgd, verplicht. Nu mogen ze zelf kiezen of ze er verder mee willen. De vwo’ers kunnen er per 2015 zelfs officieel eindexamen in doen, besloot staatssecretaris Sander Dekker in november vorig jaar. Van de 26 brugklassers zeggen er drie door te willen gaan met het vak en twee twijfelen nog. De rest laat het vallen en noemt het vaakst dat het tijd kost: drie lesuren per week en dan nog huiswerk. “Ik wil veel liever goede cijfers voor normale vakken halen”, zegt een leerling.
Dat er in de brugklas zo weinig leerlingen voor Chinees kiezen, is niet uitzonderlijk. Hetzelfde blijkt uit de cijfers van de afgelopen drie jaar, toen negen middelbare scholen meededen met een proefproject om na te gaan of Chinees als schoolvak levensvatbaar is in Nederland. Ook het Visser ‘t Hooft Lyceum deed hier aan mee: in 2013 deed één leerling eindexamen in het experimentele vak, terwijl er twee in klas 5 het volgden, zes in klas 4, vijf in klas 3 en slechts drie in klas 2. In de brugklas was het leslokaal nog het volst met zeventien leerlingen. Op basis van die laatste cijfers lukte het het Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling SLO toch om een positief rapport te schrijven over Chinees als vak: ‘Op bijna alle pilotscholen is er sterk groeiende belangstelling, blijkt uit de toename van leerlingen die beginnen met Chinees.’
De leerlingenaantallen in het proefproject vormen trouwens niet de belangrijkste reden om het vak Chinees formeel op Nederlandse middelbare scholen in te voeren. “China zal als economische wereldspeler een steeds belangrijkere rol gaan spelen in onze samenleving. Daarom biedt het vak prachtige kansen voor onze toekomstige economische betrekkingen en verbreedt het de horizon van talentvolle jongeren”, zei Marja Van Bijsterveldt, die van 2010 tot 2012 namens het CDA minister van Onderwijs was. Ze trok bij de aanvang van de pilot in 2010 1 miljoen euro uit.
Het is opvallend dat de drie brugklassers ook dit economische argument gebruiken als motivatie om door te gaan met Chinees. Zo zegt Ivo: “Ik denk dat China veel belangrijker wordt”, terwijl zijn klasgenoot Oscar erover denkt om Chinees te studeren aan de Universiteit Leiden. “Dan kan ik later nog beter met Chinese mensen praten”, zegt hij.
Zou het straks net zo vanzelfsprekend worden om Chinees te leren, zoals dat nu bij Engels het geval is? Daar is wat voor te zeggen als we naar de statistieken kijken. Het Mandarijn, het meest gebruikte dialect in de Chinese taal, is immers de meeste gesproken moedertaal ter wereld, terwijl Engels op de tweede plek staat. Engels is nu nog de belangrijkste vreemde taal. Ongeveer een derde van de wereldbevolking – dat zijn zo’n 2 miljard mensen – spreekt Engels, schat de Encyclopedia Britannica. Toch rukt het Mandarijn op; het zou na Engels al de belangrijkste taal zijn om zaken in te doen, zegt de toonaangevende Amerikaanse nieuwsdienst Bloomberg. Ook dat klinkt logisch. China is namelijk na de Europese Unie en de Verenigde Staten de grootste economie van de wereld. Voor Nederland wordt China bovendien steeds belangrijker: samen met de Verenigde Staten, Duitsland, België en Groot-Brittannië was het land onze belangrijkste handelspartner in 2012, aldus de Internationalisation Monitor, het rapport dat het Centraal Bureau voor de Statistiek eind vorig jaar uitgebracht.
Karakter
Laten we dus even aannemen dat het op basis van economische argumenten nuttig is om Chinees te leren. De vervolgvraag is dan: hoe goed leren middelbare scholieren in zes jaar eigenlijk Chinees? Officieel zouden leerlingen na hun eindexamen de taal op A2-niveau moeten beheersen. Dat is het Europese referentiekader waarin ook andere taalniveaus worden geclassificeerd; C2 is het hoogst haalbare en A1 het laagst. Bij Engels halen ze B2-niveau, bij Frans en Duits B1. Dat zegt nog niet veel. Volgens docent Baardman kunnen middelbare scholieren eenvoudig vertellen wie ze zijn, wat ze nodig hebben en waar ze heen willen. “Het einddoel bij Chinees ligt weliswaar lager dan bij de andere vreemde talen, maar relatief gezien is het niveau behoorlijk hoog. Je gaat immers niet uit van een alfabet, maar je leert eerst de kleinste elementen van een karakter. Een karakter is weer een deel van een woord”. Volgens Baardman worden in het Europees referentiekader geen karakters meegenomen. Daarom is volgens haar het niveau eigenlijk niet vergelijken met dat van andere talen. “Het startpunt is totaal anders.”
Een bijkomende moeilijkheid is dat de kennis van Chinees snel terugvalt. “Als je na je vwo-examen geen Chinees meer spreekt, verleer je het behoorlijk snel”, zegt Baardman. “Chinees moet je inderdaad continu bijhouden”, bevestigt haar collega-docent Zhiyu Fan van het Stanislascollege Westplantsoen in Delft. “Maar dat geldt ook voor Frans, Duits of Spaans.”
Hoe hou je de taal dan het beste bij? Door sinologie te gaan studeren. Bij deze studie in Leiden geeft universitair docent Yinzhi Zhang les. Volgens haar bieden ook veel andere studies Chinees als keuzevak aan, zoals ‘economie’ of ‘international studies’. Toch blijft het bijhouden lastig, omdat we in ons dagelijks leven weinig contact hebben met de Chinese taal. Zo is er nog geen Mad Men of Grey’s Anatomy met acteurs uit het land met de meeste inwoners ter wereld (1,3 miljard). “Maar je kunt wel steeds meer Chinese radiozenders aanzetten op internet”, zegt Baardman.
Los van de economische rationale of de beheersing van de Chinese taal, staat een heel ander argument om Chinees als eindexamenvak op te nemen. Chinees biedt leerlingen veel uitdaging. “We merken dat er veel vwo-leerlingen zijn die meer willen en kunnen. Daarom bieden we ook debatteren aan als keuzevak”, zegt Baardman. Dit argument gebruikt ook Riël van Gastel, coördinator Chinees aan het Theresia Lyceum in Tilburg. “Wij zijn een begaafdheidsprofielschool, waar hoogbegaafde leerlingen extra aandacht krijgen buiten het reguliere programma. Ze kunnen bijvoorbeeld ook 3D-prototyping (3D-printen, red.) of Cambridge Engels volgen.”
Voorbijstreven
Zou elke middelbare school in Nederland dan het vak Chinese taal en cultuur moeten gaan aanbieden? “Als je je als school wilt profileren met internationalisering, dan moet je ook Chinees op je programma hebben”, zegt Van Gastel. “Bovendien volgen in onze buurlanden Duitsland en Frankrijk al veel meer leerlingen het vak Chinees. Wij moeten dat ook doen, want anders streven zij ons nog verder voorbij.”
Het klopt inderdaad dat in Frankrijk al op veel meer scholen Chinees wordt geven; 400, in Groot-Brittannië 450 en in Duitsland 120, zo valt op te maken uit het SLO-rapport Chinees op School uit 2008. In Nederland bieden inmiddels zo’n 35 scholen het vak aan. Dat aantal zal komend jaar naar verwachting verdubbelen, blijkt uit een inventarisatie onder de deelnemers aan het congres ‘China en Chinees in het voortgezet onderwijs’ dat in januari plaatsvond.
Of het aantal leerlingen dat dan ook examen in het vak doet, verdubbelt, is de vraag. “Ik denk dat ik geen Chinees nodig heb voor m’n vervolgopleiding. Ik wil iets met dokter doen of zo”, zegt brugklasser Sanne van het Visser ’t Hooft Lyceum. Haar klasgenoot Robin is ook nog niet helemaal overtuigd: “Als actrice zou ik het wel nodig kunnen hebben, maar ik vind China helemaal geen leuk land”, zegt ze. Bij het weggaan bedanken ze docent Baardman, die in het verlaten lokaal alle verknipte rode papiertjes mag opruimen.
{kader}
Exotische talen op Nederlandse scholen
Chinees is niet de enige exotische taal waarin leerlingen op middelbare scholen eindexamen kunnen doen. De Arabische taal en cultuur staat ook op veel roosters, net als de Friese, Russische, Spaanse en Turkse taal en cultuur. Als we ons even beperken tot vwo-leerlingen, dan is het vak Spaans veruit het populairst. In het schooljaar 2012/2013 deden in totaal 1295 leerlingen hierin examen. Dat klinkt veel, maar toch vormt dit absolute getal slechts 4 procent van het totaal aantal eindexamenkandidaten. Ter vergelijking: bij Frans was dit 42 procent en bij Duits 56 procent. Bij de andere exotische examentalen is de populariteit nog iets beroerder; het aantal is zelfs zo gering dat de procentuele hoeveelheid tot 0 gereduceerd kan worden. Overigens is het ook mogelijk om in Arabisch, Hebreeuws en Italiaans examen te doen, maar daarvoor bleek zelfs geen enkele levende ziel te porren. De vraag is dus waarom we deze exotische vakken überhaupt aanbieden als examenvak, als er amper interesse is. Een veelgehoorde reden is dat vreemde talen steeds belangrijker worden, vooral voor Nederland. Wij zouden in versterkte mate afhankelijk zijn van internationale betrekkingen. Omdat we al decennia geprezen worden om onze talenkennis, doen we er dus goed aan om nog meer talen onder de knie krijgen. Zo zou de argumentatie van de overheid kunnen zijn: kijk ons onderwijs toch eens onze talen beheersen, wat zijn wij toch een ideaal land om zaken mee te doen. Blijkbaar weegt deze manier van nationale profilering op tegen de lage leerlingenaantallen. Eenzelfde soort redenering kan aan scholen toe worden bedeeld. Als scholen een breed aanbod van talen hebben, zouden ze zich hiermee kunnen profileren ten op zichte van andere (minder internationaal georiënteerde) scholen. Zo bezien wegen de kosten van de impopulaire vakken op tegen de baten van de toegenomen concurrentiepositie. Wat het nut van een extra taal als keuzevak voor de leerlingen zelf is, blijft schimmig.