• blad nr 3
  • 8-2-2014
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Verdringing

Ruim een maand terug, de publieke omroep zendt het programma Radar uit. Over onze economie. De programmamakers zoomen in op de rol van de banken. Een keur van experts komt voorbij. Dat voorkomt niet dat het programma is overladen met fouten en slordigheden. Terwijl leraren scholieren achterna zitten met toetsen die elk foutje genadeloos afstraffen, kletsen intellectuelen in de hors catégorie uit hun boord. De slordige omgang met informatie in de razendsnelle media, het precisie-toets-bombardement op scholen, de kloof daartussen belemmert het leren van kinderen. En dat falen maakt het maatschappelijk debat weer ingewikkeld.
Een paar voorbeelden uit het televisieprogramma Radar. Kees Vendrik is lid van de Algemene Rekenkamer. Op camera doet hij een sommetje. Door de kredietcrisis loopt Nederland volgens hem jaarlijks 2 procent economische groei mis. Over vijf jaar is dat 10 procent. In werkelijkheid is het 10,4 procent. Het scheelt een paar miljard, maar vooruit, een afrondingskwestie. En dan zegt Vendrik; het bruto binnenlands product is 600 miljard, 10 procent daarvan is 60 miljard, dat is de werkelijke prijs van de crisis, 60 miljard euro per jaar. Dit is fout. De geschatte jaarlijkse groei is 2 procent. 2 procent van 600 is 12 miljard. Dat zijn de jaarlijkse kosten volgens de methode Vendrik. Even daarvoor begaat de hoogleraar Ewald Engelen een slordigheid. Op de vraag hoe hoog buffers van banken moeten zijn, antwoordt hij: 20 procent. Daarna letterlijk: een bank moet één twintigste achter de hand houden. Nu weet Engelen waarschijnlijk best dat één twintigste gelijk is aan 5 procent. Maar dezelfde slordigheid zit ook in zijn verdere uitleg. Want wat is een buffer? Welke schok gaat die opvangen? De kijker mag ernaar raden.
Als mijn leerlingen dit doen, door alle vakken heen, kost ze dat een jaar. Maar deze gemakzuchtige omgang met feiten is in de dagelijkse informatiehoos normaal. En vanaf dan is lesgeven sisyphusarbeid. Want kennis beklijft alleen als die verbonden is met het eerder geleerde en de wereld om ons heen. En laat gebrekkig beklijven nu net hét hedendaags onderwijsprobleem zijn. ‘De tachtigjarige oorlog? Dat waren toch die Duitsers? Hun hebben de joden vervolgt!’ Dat niveau. En ja, het bestaat. De beleidsreactie hierop is toetsen en inspectie. En dus kiezen scholen voor hoofd naar beneden, leerboek op tafel, oefenen, degene die braaf is heeft succes, de ander faalt en beide partijen weten een paar weken later precies even weinig. Het geleerde is namelijk een van de heel veel fragmenten, enkel verbonden met het resultaat, het vervliegt als ether in bakje.
Dit vervliegen is een maatschappelijke kwestie. Want stel, je werkt op een bank, zet de televisie aan, hoort een lid van de rekenkamer beweren dat jouw hebzucht dit land jaarlijks 60 miljard kost en geen mens zegt, ho stop, het is doodeng en onveilig. De oplossing? Die weet niemand. Maar wat we kinderen leren, waarom we daar dagelijks aan werken, het belang van algemene vorming, ik hoor daar weinig tot niks over. Sigmund Freud noemde dat verdringing. Kortom, de therapie begint met een gesprek. Over wat en waarom. Met zijn allen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.