- blad nr 3
- 8-2-2014
- auteur M. van Nieuwstadt
- Redactioneel
Knutselen voor gevorderden
Kleine uitvinders, wie heeft er niet minstens één in de klas? Stilzitten, spelling of tekstbegrip zijn vaak niet hun sterkste kant. Ze zetten eerst iets in elkaar en vragen zich daarna af waarom het werkt. Als leerkracht zou je kinderen meer ruimte willen geven om met hun handen aan de slag te gaan, maar dat lukt niet altijd. Rekenen en taal gaan voor.
Intussen timmeren uitvinderstypes buiten de schoolmuren aan de weg. Betaalbare productieapparaten (3D-printers), originele samenwerkingsvormen (via internet) en de crisis (kant-en-klaar is duur) maken thuis bouwen populair. Mensen maken zelf vliegtuigjes, robotjes, sierraden, speelgoed en zelfs huizen. Via websites als Shapeways.com worden in drie dimensies geprinte uitvindingen aangeboden zoals ‘tandpastatube uitknijpers’ en ‘automatische tuinsproeiers’. Al dit technologisch geknutsel is zelfs voorzien van een officieel etiket: de maker movement.
Voor leerkrachten die deze ‘maak-het-zelf’-beweging de klas binnen willen halen, organiseerde onderwijstechnologiestichting Kennisnet eind november een workshop. Met twaalf deelnemers en slechts een paar leraren liet de opkomst te wensen over. ‘Maak-het-zelf’ krijgt op Nederlandse scholen nog weinig vaste voet aan de grond.
Aan de ideeën ligt het niet, zo bleek op de bijeenkomst in Zoetermeer. Meesters, juffen en onderwijsdeskundigen bouwden computerspelletjes, een drumstel van bananen, een insectenrobot, een alarminstallatie en piepende potloden. In veel van die gadgets is een minicomputertje verwerkt, eigenlijk meer een printplaatje met een processor en wat elektronica.
Er zijn redenen genoeg om met leerlingen op deze manier aan de slag te gaan. Nabouwen is een manier om meer te begrijpen van een wereld vol computers en sensoren. En als we kinderen niets leren over de binnenkant van apparaten, dan mogen we niet verwachten dat ze er straks innovatief en creatief mee om zullen gaan. Ook belangrijk, het bouwen van bijvoorbeeld een werkend insectachtig robotje motiveert. “Je geeft kinderen eerst de toepassing”, zegt Olaf de Groot van Kennisnet. “Pas daarna leg je het theoretisch concept dat erbij hoort uit.”
‘Koudwatervrees’ en ‘gebrek aan kennis en motivatie’ zijn veelgehoorde verklaringen voor het gebrek aan diepgang van veel knutselwerk op school. Toch is dat niet wat de enthousiastelingen in Zoetermeer tegenhoudt.
Hamer en zaag
Oud-juf Margriet van Weelden heeft in onderbouwklassen van de basisschool van alles en nog wat gebouwd. Kwam ze terug van de gym langs een open bouwplaats, dan maakte ze met haar kleuters een riool van klikbaar pvc. “Maar als leerkracht heb je steeds minder de vrijheid om dat soort dingen te doen”, zegt Van Weelden. “De Onderwijsinspectie kijkt er niet naar.” Ook kosten zijn een drempel. Een Arduino-minicomputertje als basis van een robotje, kost minder dan 20 euro, maar als docent beeldende vorming Esther Terlouw van het Nuborgh College ze met een jaargroep wil gebruiken, dan heeft ze er algauw meer dan honderd nodig.
Oud-meester Sjoerd Dirk Meijer knapte jaren geleden af op het papierwerk op basisscholen rond Deventer: “Als een kind in groep 3 niet tot 12 kan tellen, dan wil je liever een paar weken dingen uitproberen, voordat je een handelingsplan schrijft.” Nu helpt Meijer als vrijwilliger op Ten Holtens Erve in Nijbroek, een dorpsschool die groeit dankzij de komst van hoogbegaafde kinderen uit de omgeving. Met een klein groepje liefhebbers bouwt Meijer computerspelletjes in Game Studio, niet de beste software om te leren programmeren, wel toegankelijk. Meijer is enthousiaster over de Makey Makey, een minicomputertje dat alledaagse objecten verandert in een drumstel of toetsenbord. Hij heeft een bouwpakketje ontwikkeld waarmee kinderen het apparaatje zelf in elkaar kunnen solderen. Goedkoop en leerzaam, maar dan moet er in de klas wel veel hulp voorhanden zijn. “Eén volwassene op vijf kinderen is een aardige vuistregel”, zegt Meijer.
In Engeland zijn praktische bezwaren tegen een ‘maak-het-zelf’-curriculum van tafel geveegd. Onderwijsminister Michael Gove stelde dit jaar een half miljoen pond ter beschikking om 3D-printers aan te schaffen en leraren op te leiden in het gebruik ervan. Uiteindelijk doel: een 3D-printer in elk Brits klaslokaal.
“Mooi plan”, zegt Jo Neubauer, leraar houtbewerking aan een middelbare school voor technisch beroepsonderwijs in het Belgische Roeselare. “Mensen voor voldongen feiten stellen is de enige manier om in het onderwijs tot vernieuwing te komen.” Neubauer gooide op de school waar hij werkt de opleiding houtbewerking radicaal om. Vroeger, zegt Neubauer, gaven docenten stap voor stap instructie over het gebruik van hamer en zaag. Nu vraagt Neubauer simpelweg: Ontwerp in het gratis programma Sketch Up een ‘verkoopbare’ tafel of dienblad. Dankzij de 3D-printer hebben kinderen snel een tastbaar plastic modelletje van hun idee in handen. “Dat maakt een wereld van verschil”, zegt Neubauer. De vereiste leerdoelen, zoals het hanteren van gereedschappen komen en passant aan de orde.
De 3D-printers zijn ook op Nederlandse mbo-opleidingen welkom. Jacqueline Baselier, docent beeldende kunsten aan de grimeuropleiding van het Kellebeek College in Roosendaal, wil er maskers en vermommingen mee maken. Leerkrachten van de Dutch Health Tec Academy in Utrecht zouden graag een anatomisch leerzame variant van dokter Bibber in drie dimensies willen uitprinten.
Het ambitieust is wellicht het project van technologiecoach Serge de Beer op een mavo in Naaldwijk. Met hulp van De Beer reconstrueerden de kinderen het camerasysteem van de satelliet Ardusat. Met dat imitatieonderdeel werd zelfgeschreven software getest die nodig was voor een heus experiment: het achterhalen en verklaren van nachtelijke lichtbronnen in het Westland. In september van dit jaar is de satelliet gelanceerd als onderdeel van een bevoorradingsvlucht van het ruimtestation ISS. In de loop van 2014 wordt de zelfgeschreven en geteste software omhoog geseind. Niet een project om even in de klas te kopiëren, erkent De Beer, maar dat hoeft ook niet. “Een discolamp maken die echt kan knipperen vinden kinderen ook leuk.”