• blad nr 15
  • 9-9-2000
  • auteur D. van 't Erve 
  • Dossier

 

Promotie

Als een werknemer niet aan bepaalde voorwaarden voldoet, kan een langverwachte promotie hem zomaar door de neus worden geboord. Dit ondervond lerares L. Sinds 1974 werkt ze op een school voor speciaal onderwijs. Als ze in augustus vorig jaar merkt dat haar salaris niet is verhoogd, stuurt ze het bestuur een verzoek hiertoe. Haar verbazing is groot als de werkgever dit afwijst. Ze komt niet voor de maximale inschaling (schaal 10.10) in aanmerking, omdat ze volgens de werkgever niet breed inzetbaar is. Dit is een van de criteria om volgens de wet voor promotie in aanmerking te komen.
L. geeft les aan specifieke groepen probleemjongeren - in dit geval Turkse meisjes - en niet aan de doorsnee-leerling.
Als bezwaar tegen de beslissing niet helpt, kaart L. samen met de juridische dienst van de AOb de zaak aan bij de commissie van beroep. Volgens de bond is de beslissing onvoldoende gemotiveerd. L. is juist vanwege haar specifieke deskundigheid aangenomen, bovendien draaide zij mee in algemene groepen. Ook had het bestuur haar de gelegenheid moeten geven om aan de criteria te voldoen. Zij is er nooit op gewezen dat het niet breed inzetbaar zijn gevolgen zou kunnen hebben voor haar salaris.
Volgens een aanvulling op het rechtspositiebesluit onderwijspersoneel dient de werkgever de groepsleraar in staat te stellen aan het promotiecriterium Œbrede inzetbaarheid¹ te voldoen. Alleen als dat feitelijk onmogelijk is, geldt de verplichting niet. De werkgever voerde aan dat L. wel degelijk het aanbod had gekregen om als leerkracht voor een reguliere groep te werken, ze had dit echter geweigerd. Door dit aanbod en de mogelijkheid tot volgen van bij- en nascholing is L. voldoende in de gelegenheid gesteld om aan de promotiecriteria te voldoen. Dat dit niet is gebeurd, ligt aan de opstelling van de leerkracht en niet aan de werkgever.
Volgens de commissie van beroep is het duidelijk dat L. niet aan het promotiecriterium heeft voldaan. Maar het is natuurlijk onmogelijk om aan iets te voldoen als onbekend is dat dat noodzakelijk is voor een salarisverhoging. Het is de plicht van de werkgever om een groepsleerkracht te wijzen op de consequenties als hij niet aan de criteria voldoet. De werkgever heeft dit nagelaten. De commissie verklaart het beroep gegrond.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.