• blad nr 2
  • 25-1-2014
  • auteur . Lachesis 
  • Column

 

Eerlijk

Jamira en Maartje knipperen niet een keer met hun ogen. In een poging de schade zo goed mogelijk te beperken, kijken ze nietszeggend voor zich uit. Ik buig nog iets dwingender naar voren en zet mijn handen op de tafel van Jamira. Is er iets niet duidelijk aan mijn vraag? Ze schudden hun hoofd. Nee, de vraag is duidelijk. Het is kennelijk het antwoord dat problemen geeft. Goed, nog een keer dan, besluit ik, vanaf waar hebben jullie de antwoorden van deze rekentaak overgeschreven uit het antwoordenboek? Jamira besluit mee te werken, ze begint wat achteloos in het boek te bladeren. Eh… vanaf som 4, zegt ze onwillig. Doen jullie dat vaker, vervolg ik. Jamira en Maartje schrikken zichtbaar. Vliegensvlug werpen ze een blik op elkaar. Wat zou de ander zeggen? Ja dus, concludeer ik. Niet zo vaak hoor, mompelt Jamira bozig, terwijl ze zich opmaakt voor een welles-nietesstrijd. Jamira is dol op bekvechten. Ze past er doorgaans wel voor op om ook met mij de strijd aan te gaan, maar nu staat er te veel op het spel. Ik verhoog de inzet. Bedoel je te zeggen dat het minder erg is als je het niet zo vaak doet? Eén keer is al te veel. Het gaat hier om oneerlijkheid. Om misbruik van vertrouwen! Aan de overkant is de boodschap aangekomen. Jamira en Maartje lijken een maatje te zijn gekrompen. Sorry juf, mompelen ze tegelijk.
Aangeslagen loop ik terug naar mijn bureau. Het lijkt wel of ik heden ten dage meer kracht moet zetten dan ooit om oneerlijk gedrag boven water te krijgen. Tien jaar geleden was de ontdekking van bedrog bij nakijken voldoende om zo’n kind in snikken te doen uitbarsten en duizendmaal beterschap te laten beloven. Tegenwoordig moet ik oppassen dat ik niet in een woordenstrijd terechtkom …ach die ene keer, juf, doe niet zo moeilijk, wat kan het schelen... Ook bij toporepetities is er allang geen sprake meer van een weldadige rust tijdens het maken van de toets. Hier glipt iemand plotseling het lokaal uit met het oefenblad in de zak, daar glijdt het oefenblad langzaam maar zeker slinks het kastje uit. Daar wordt gefluisterd. Lever je toets maar in, je hebt een onvoldoende! Maar ik vroeg alleen maar om een gummetje, juf. En altijd is daar weer die leerling die een half uur tot een uur na afloop van de toets het blad terug vraagt omdat hem of haar toevallig weer een antwoord te binnen is geschoten. Doodleuk. Alsof ik van gisteren ben.
Maar misschien verbeeld ik het mij alleen maar dat het met de jaren erger is geworden. Misschien is het wel van alle tijden. Neem nu Carola. Ze moet nu een jaar of 25 zijn, maar toen ze destijds bij mij in de klas zat en betrapt werd op het overschrijven van de antwoorden uit het antwoordenboek, hapte ze letterlijk naar adem. Daarna draaiden haar ogen weg en gleed ze sierlijk via mijn schoot op de grond onder het bureau. Daar lag ze dan. Er viel een verpletterende stilte in de klas. Haal de conciërge maar, gebood ik, terwijl ik mijn stem in bedwang probeerde te houden. Dat het een opzettelijke actie was, werd duidelijk toen ze in het kamertje uit alle macht probeerde om niet bij haar positieven te komen. Maar het moet gezegd: haar reactie was in ieder geval een stuk creatiever en liep meer in de pas met de machtsverhoudingen tussen leerkracht en leerling dan de poging tot bekvechten van Jamira.
Er is in al die jaren een remedie gebleven die zijn effect gelukkig nooit heeft verloren. Bij al te hardnekkig bedrog leg ik aan het begin van de les het antwoordenboek op de tafel van de overtreder. Alsjeblieft, veel plezier ermee. Ze komen het boekje soms op hun knieën terugbrengen.

Dit bericht delen:

© 2025 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.